‘Grafkist moet uitnodigen tot aanraken’

Verdienen en uitgeven In zijn jeugd was Radboud Spruit (61) bang voor de dood. Bij de Utrechtse grafkistenmaker is het nu onderdeel van zijn dagelijkse werk. „We moeten de dood omhelzen.”

Foto Bob van der Vlist

in

‘Had je vroeger gezegd dat ik dit werk zou doen, dan had ik je voor gek verklaard. Ik was bang voor de dood. Pas toen mijn moeder overleed – ik was toen 24 – kwam ik erachter dat die angst onterecht was. Ik hielp mee bij de begrafenis, en merkte hoe bijzonder ik dat werk vond.

„Alleen de kist vond ik ontzettend lelijk. Zo kwam ik op het idee een kist voor mezelf te gaan maken. Toen ik jaren later aan die kist begon, ging het kriebelen. Ik wist dat ik mijn roeping had gevonden. Inmiddels geniet ik al ruim twintig jaar elke dag van het werk als grafkistenmaker.

„‘Genieten’ is wel een raar woord, want ik werk in een verdrietige wereld. Bij de dood van een naaste worden mensen geconfronteerd met iets wat hen ontzettend raakt. De gesprekken die ik met klanten voer, zijn daardoor altijd bijzonder. Voetbal of werk doen er niet meer toe, je praat meteen over iets dieps.

„Mijn motto is: schoonheid biedt troost. Die schoonheid zit in het handgemaakte. Fabriekskisten zien er vaak technisch en gefabriceerd uit, bij mijn kisten zie je dat ze met aandacht zijn gemaakt. Ik probeer ze zachtheid te laten uitstralen, zodat ze uitnodigen om aan te raken. Mensen moeten de dood omhelzen.”

uit

‘Als je werk voelt als je roeping, ben je niet zo met geld bezig. Maar het is wel belangrijk, want je moet ervan kunnen leven. Ik heb geleerd om zakelijk te denken, maar ben nooit commercieel geworden.

„Mijn financiën houd ik zelf niet bij. Als mijn privérekening leeg is, maak ik 1.000 of 2.000 euro vanaf mijn zakelijke rekening over. Al mijn bonnetjes stop ik in een doos, die gaat naar mijn boekhouder.

„Ik heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering of pensioen. Een tijd geleden zaagde ik een stuk van mijn duim af en kon ik twee maanden niet werken. Ik heb uitgerekend wat ik toen aan inkomsten mis ben gelopen, en kon concluderen dat ik met een jarenlange verzekering veel duurder uit was geweest.

„Ik hou niet van luxe en hecht niet aan spullen. Ik heb wel het beste gereedschap dat er is, maar dat is voor mijn werk. Mijn huis heb ik afbetaald en ik stook weinig, dus mijn woonlasten zijn laag. Nieuwe kleding koop ik zelden, maar als ik iets koop, is het wel van goede kwaliteit.

„Ik ben overigens geen krent. Ik geef graag geld uit in de horeca. Ik heb mijn dochter altijd grote cadeaus gegeven. Toen ze ging studeren, heb ik haar kamer, studie en leefgeld betaald. Ik wilde niet dat zij een studieschuld zou krijgen. Een tijd heb ik Syrische vluchtelingen een stageplek gegeven in mijn werkplaats. Ook dat kostte meer geld dan het opleverde, maar ik genoot en leerde er veel van. Het is een ontzettende luxe daarvoor te kunnen kiezen, daar ben ik me van bewust. Geld aan anderen geven is zoveel leuker dan aan jezelf.”