Reportage

Op drijvend klimaatpaleis in de Rijnhaven gebruikt zelfs de airco geen energie

Klimaatcentrum De komst van het Global Center on Adaptation in de Rijnhaven maakt Rotterdam de mondiale „hoofdstad van klimaatadaptatie”. Met zijn zonnepanelen en zijn alternatieve airconditioning levert het drijvende kantoor meer energie op dan het verbruikt.

Bescheiden over zijn werk is Patrick Verkooijen, directeur van het Global Center on Adaptation, zeker niet. Rotterdam is in zijn ogen de klimaatadaptatiehoofdstad van de wereld. Zijn centrum is de enige organisatie in de wereld die zich exclusief bezighoudt met aanpassing aan klimaatverandering. En het is gehuisvest in het grootste, drijvende kantoor ter wereld in het hart van de stad.

Tijdens een uitgebreide rondleiding door het prachtige kantoor, laat Verkooijen (52) een ingelijste voorpagina zien van The New York Times van 7 november 2019. Linksboven begint een opiniestuk dat hij samen met voormalig VN-chef Ban Ki-moon schreef over ‘de klimaatcrisis in termen die Trump kan begrijpen’. Bij de officiële opening in september dit jaar was de Congolese president Félix Tshisekedi aanwezig en pas nog kreeg Verkooijen bezoek van de Canadese president Justin Trudeau.

Smijten met grote woorden en bekende namen is een bewuste strategie. „Dat ambitieniveau om klimaatadaptatie op de hoogst mogelijke politieke agenda te zetten is wezenlijk. Het gaat me niet om een Patrick Verkooijen-show.” Aanpassing aan klimaatverandering was altijd het ondergeschoven kindje van het klimaatbeleid. Het meeste geld werd en wordt nog steeds ingezet op wat in het klimaatbeleid mitigatie heet, het voorkomen van verdere opwarming. Dat moet, als het aan Verkooijen ligt, snel veranderen.

Directeur van het Global Center on Adaptation Patrick Verkooijen. Foto Walter Herfst

Zelf hield Verkooijen zich tot een paar jaar geleden ook vooral bezig met mitigatie. Hij werkte sinds 2012 als klimaatgezant bij de Wereldbank. Tijdens de klimaattop in 2015 in Parijs zette hij zich in voor koolstofbeprijzing, een manier om vervuilers te laten betalen voor de uitstoot van broeikasgassen.

Intussen begon Nederland internationaal juist aandacht te vragen voor adaptatie. Als laagliggende delta is Nederland voortdurend bezig zich aan te passen aan de grillen van de natuur. Al eeuwen houden gemalen de polders droog. Na de Watersnoodramp in 1953 moesten stormvloedkeringen het land beter beschermen tegen de zee. In het huidige deltaprogramma besteedt de overheid jaarlijks meer dan een miljard euro om Nederland klimaatbestendig te houden bij een stijgende zeespiegel.

In een gesprek met Verkooijen in 2017 vertelde premier Rutte dat Nederland van adaptatie een belangrijke pijler wilde maken onder het internationale klimaatbeleid. De kennis op Nederlandse universiteiten en expertisecentra op het gebied van onder andere watermanagement en landbouw was volgens Rutte ongeëvenaard, het werd tijd die internationaal in te zetten. De premier nodigde Verkooijen uit deze taak op zich te nemen.

Ruim een jaar later, op 16 oktober 2018, werd in de Haagse Ridderzaal officieel de Global Commission on Adaptation in het leven geroepen. Ban Ki-moon, oud-Microsoft-topman Bill Gates en toenmalig Wereldbankdirecteur Kristalina Georgieva gaven leiding aan de commissie. De praktische uitvoering kwam in handen van Verkooijen. „Als klimaatgezant van de Wereldbank, een club waar 25.000 mensen werken, kwam ik ineens in een organisatie bestaande uit welgeteld één persoon: ikzelf.”

Verkooijen formuleerde een stevige agenda voor klimaatadaptatie, ontwikkelde een actieprogramma en zette een organisatie op poten om dat actieprogramma te coördineren. Dit werd het Global Center on Adaptation, waarvoor Nederland zich opwierp als gastheer.

De inschrijving voor een hoofdkantoor werd gewonnen door Rotterdam. „Ik zat niet in de commissie, maar heb begrepen dat ook Zwolle, Utrecht en Amsterdam mooie voorstellen hadden”, zegt Verkooijen. „Het idee van burgemeester Aboutaleb om het gebouw zelf de agenda te laten vertellen, was echt onderscheidend: een drijvend, klimaatbestendig kantoor.”

Het Floating Office Rotterdam (FOR) werd in september officieel geopend. Foto Walter Herfst

Nu ligt het kantoor op zijn plek aan de Antoine Platekade in de Rijnhaven, vlakbij Hotel New York. Het is nog niet helemaal af. Een tijdelijke loopbrug biedt toegang tot de zij-ingang. Dat doet weinig af aan de uitstraling. Het is breed en oogt rustig met zijn diepe balkons. Het horizontale karakter wordt versterkt door de hoogbouw op de kade. Het licht hellende dak herinnert aan een Japanse pagode. De voorkant van het dak, die in de schaduw ligt, is bedekt met groen. Vanaf de kade is de achterkant, die pal op het zuiden licht, niet te zien. Daar bevindt zich zo’n 800 vierkante meter aan zonnepanelen.

Het gebouw is van hout

Ontwerper van het gebouw, dat officieel Floating Office Rotterdam (FOR) heet, is Nanne de Ru en zijn architectenbureau Powerhouse Company. De Ru ging voor het ontwerp verder dan wat de gemeente als opdrachtgever had gevraagd, vertelt hij in een telefoongesprek. „Het moest een drijvend en duurzaam kantoor worden. Wij wilden er het duurzaamste kantoor van Nederland van maken, en bovendien een circulair gebouw.”

Het gebouw is van hout. Terwijl betonnen nieuwbouw veel CO2-uitstoot veroorzaakt, heeft dit kantoor juist CO2 aan de atmosfeer onttrokken, opgeslagen in het hout. Door dit materiaalgebruik is het gebouw ook circulair. Het is uit elkaar te schroeven en de onderdelen zijn opnieuw te gebruiken. Met zijn zonnepanelen en zijn alternatieve airconditioning levert het FOR meer energie op dan het verbruikt.

Vooral op de airco is De Ru trots. „Het betonnen drijflichaam waarop het gebouw rust, levert een belangrijke bijdrage aan de energiehuishouding. In het beton liggen leidingen – in totaal zo’n 40 kilometer – waar water doorheen stroomt dat naar het dak wordt gepompt. Daar geeft het zijn kou af. Omdat koude lucht naar beneden zakt, werkt dit systeem in de zomer als een natuurlijke airco.”

In de winter is het water in de Rijnhaven iets warmer dan de buitentemperatuur, waardoor de leidingen juist worden voorverwarmd. Een beetje extra energie uit de zonnepanelen is dan voldoende om het pand te verwarmen. „De meeste kantoren genereren vooral warmte”, legt De Ru uit. „Ze hebben hoge airco-kosten en lage verwarmingskosten. Zo’n immense warmtewisselaar als het drijflichaam, zul je op het land niet zo gauw vinden. Je kunt het nabootsen met warmte-koudeopslag, maar dat is pure hightech. Onze techniek werkt natuurlijker en eenvoudiger.”

De ambitie klimaatadaptatie op de hoogst mogelijke politieke agenda te zetten is wezenlijk

Patrick Verkooijen directeur GCA

Ook het groendak aan de voorzijde van het kantoorgebouw draagt bij aan de energiehuishouding, omdat het werkt als een goede isolatielaag. „Samen met ecologen hebben we hard gewerkt aan het juiste kruidenmengsel. Het dak blijkt, in combinatie met de planten op de balkons aantrekkelijk voor insecten. Nadenken over de ecologie van het project vonden we belangrijk.”

Zo is het FOR een voorbeeld geworden van klimaatadaptatie, zoals Verkooijen dat had gehoopt. „Concrete voorbeelden, daar is behoefte aan. Wat werkt? Kan het worden opgeschaald? Wat kost het en wat is het rendement? Zo praktisch moet het zijn”, zegt hij.

Verkooijen vindt het daarom ook belangrijk dat het kantoorgebouw in zichzelf „een businesscase biedt”. RED Company, de zelfstandige ontwikkelingsmaatschappij van Nanne de Ru, draagt het financiële risico. De Ru heeft er een restaurant in ondergebracht, waardoor het een semipublieke functie krijgt. En een zwembad. „Dat is een oude Rotterdamse discussie, een drijvend zwembad”, zegt De Ru. „In de jaren twintig en dertig lag er een aantal in de Maas. Wij dachten: nu we de kans hebben, moeten we er één aanleggen, zien we later wel hoe dat moet met exploitatie en regelgeving. Voorlopig zal het alleen zijn voor de kantoorgebruikers. Maar we zouden het graag breder openstellen, bijvoorbeeld voor bezoekers van het restaurant.”

Het drijvende zwembad. Ontwerper Nanne de Ru: „In de jaren twintig en dertig lag er een aantal in de Maas. Wij dachten: nu we de kans hebben, moeten we er één aanleggen.” Foto Walter Herfst

Geen dikke rapporten

Praktisch en concreet – in een notendop is dat waar het Global Center on Adaptation (GCA) voor staat. De ruim honderd medewerkers van het centrum schrijven geen dikke rapporten die verstoffen in bureauladen. De voorstellen moeten bruikbaar zijn, liefst direct inzetbaar, en laten zien dat het ook economisch verstandig is om geld te besteden aan klimaatadaptatie. „Je moet belangstelling wekken van ministers van Financiën, van het bedrijfsleven”, zegt Verkooijen. „Je moet duidelijk maken dat je voor iedere euro die je investeert in aanpassing meer terugkrijgt.”

Dat is bij klimaatadaptatie best lastig, erkent Verkooijen. Neem het project over voedselzekerheid in Afrika. „Investeren in klimaatvriendelijke landbouw met productiemethodes die passen bij een veranderend klimaat, is goed voor Afrika. Maar zou het een verstandige investeringsagenda zijn voor Nederlandse ontwikkelingssamenwerking? Ik denk het wel. Als je het niet doet en er komt droogte en voedselschaarste, dan bestaat het risico op regionale instabiliteit en is de kans groot dat delen van de bevolking in beweging komen.”

Op een conferentie die het GCA begin dit jaar organiseerde – de grootste ooit over adaptatie – sprak de Amerikaanse klimaatgezant John Kerry. Hij beschreef hoe de VS in 2017 werden geteisterd door drie grote stormen. „Totale economische schade: 230 miljard dollar”, zegt Verkooijen. „Wat zou het gekost hebben als ze preventief hadden opgetreden, met andere woorden als ze klimaatadaptief hadden geïnvesteerd?”

Uitzicht vanaf het Floating Office op de Kop van Zuid. Foto Walter Herfst

‘Sponssteden’ in China

Trots is Verkooijen op de samenwerking van het GCA met het Internationaal Monetair Fonds. „Het IMF beoordeelt de macro-economische kwetsbaarheid van landen. Ze kijken daarvoor naar de bankensector, de pensioenen, de sociale lasten. Tot voor kort namen ze het fysieke risico, het klimaatrisico, niet mee. Mede dankzij het GCA verandert dat nu. Klimaatrisico vertaalt zich naar economisch risico, en dat vertaalt zich naar financieel risico. Logisch dus dat het IMF dit gaat meewegen in zijn beoordeling.”

Verkooijen somt meer voorbeelden op, die de klimaatcrisis zelfs voor oud-president Trump begrijpelijk maken, zoals hij schreef in het opiniestuk in The New York Times. Van ‘sponssteden’ in China die goed met wateroverlast overweg kunnen, tot evacuatieplanning in Bangladesh bij overstromingen waarvan Duitsland nog iets kan leren: het Global Center on Adaptation verzamelt ze en deelt ze met andere partijen. Niet als een onderzoeksinstituut maar, zoals Verkooijen het zelf graag noemt, als „een makelaar in oplossingen”.