Recensie

Recensie Boeken

Waarom zijn de Verenigde Staten geen rolmodel meer?

Democratie De westerse samenleving lijdt. De angst voor de brullende minderheid, die boos is op de rechtsstaat, neemt toe. Drie auteurs bieden halfslachtige, maar ook radicale oplossingen voor het herstel van de democratie.

Demonstrant in de zomer van 2020 bij het Democratie Monument in Bangkok, Thailand.
Demonstrant in de zomer van 2020 bij het Democratie Monument in Bangkok, Thailand. Foto Jorge Silva/Reuters

Jammer voor de Nederlandse diplomatie maar Barack Obama had geen goed woord over voor de nucleaire top in Den Haag in 2014. Het Nederlandse beste beentje moest daar natuurlijk voor, tijdens de opening met alle wereldleiders. Dus ook een voorstelling met ballet en robots. Ballet – de Amerikaanse president vond het maar ‘klef’. Moet je je voorstellen wat Poetin daarvan denkt, knorde Obama op de achterbank van zijn limousine tegen zijn buitenlandadviseur Ben Rhodes, ‘mán, wat een softies in het Westen van tegenwoordig!’

Het is een van de anekdotes die Rhodes’ Na de val erg de moeite waard maken. Rhodes is een ervaren speechschrijver die in zijn boek een reeks van levendige gesprekken met Russen, Hongaren en Chinezen gebruikt als een spiegel voor zijn eigen Verenigde Staten. Wat gebeurde er sinds 1989? Waarom lijkt de democratie het af te leggen tegen het autoritarisme? Waarom zijn de Verenigde Staten geen rolmodel meer?

Rhodes zoekt de verklaring vooral bij de botsing tussen Trump-aanhangers en de fatsoenlijke mensen. Racisten en complottheoretici staan in de weg van pragmatische, realistische politiek. Aan het thuisfront ‘woedt nu de Koude Oorlog’ concludeert Rhodes en daardoor heeft Amerika geen tijd voor de wereldorde.

Rhodes kijkt er wat verbaasd naar dat Russische roofmiljardairs aanschuiven in Davos als het over wereldvrede gaat. Of dat China een miljoen mensen opsloot in kampen zonder dat er een haan naar kraaide. Of dat ook Rhodes zelf in 2003 in de leugens van Colin Powell en George Bush trapte, toen ze zeiden dat Irak massavernietigingswapens had. Maar wat zijn de consequenties van die fouten uit het verleden voor de Democratische Partij? Of hoe moet het verder met Oekraïne, Taiwan en Syrië? Dat blijft helaas wat vaag. Hij wijst vooral op de noodzaak dat het anders moet. ‘We moeten opnieuw bepalen wat het betekent om Amerikaan te zijn’, concludeert Rhodes. En wij, dat zijn de mensen die voor ‘een vrijzinnige, verdraagzame, open samenleving’ zijn, met ‘principes ongeacht de stam waartoe we behoren’. In een speech galmt dat lekker, maar op papier klinkt het algemeen.

Het hernemen van het geloof in universele idealen is ook de inzet van het boek Morele vooruitgang in duistere tijden van Duitslands veelbejubelde, jonge filosoof Markus Gabriël. We moeten ons volgens Gabriël opnieuw bezinnen op onze morele capaciteiten: we kunnen wel degelijk leren wat het goede is, en we kunnen daar ook wel degelijk naar handelen. Niet alleen leugenaars als Trump, maar ook postmoderne filosofen suggereren telkens dat er geen waarheden meer bestaan. Dat is dodelijk, omdat we te kampen hebben met rampen als de opwarming van de aarde of de oprukkende macht van kunstmatige intelligentie.

Feiten erkennen

Het zijn feiten en die kunnen we, of moeten we zelfs erkennen. Corona is een feit, geen taalspel of complot van de Joden. Je verhelpt de pandemie of het klimaatprobleem niet door deze te deconstrueren, je kunt er alleen, wanneer wetenschap en bedrijven samenwerken, een oplossing voor zoeken. We moeten daarom ook veel explicieter zijn over de democratische rechtsstaat, want die maakt deze morele vooruitgang mogelijk.

Daarmee maakt Gabriël een belangrijk punt, want onze democratie lijdt inderdaad aan verlegenheid. Obama’s suggestie dat ‘klef ballet’ de hoon van Poetin oproept is daar een voorbeeld van. De Amerikaanse president wil geen ‘softie’ zijn, maar ondertussen is het voor ieder mens wel fijner leven in een land met een avant-garde cultuur dan onder het juk van het Kremlin. Dat zeggen we alleen niet meer hardop, uit angst voor de brullende minderheid die boos is op de rechtsstaat. Twitter vlamt dagelijks op door de populistische suggestie dat we in een dictatuur leven, door Covid-19 of anders wel door het Europese bestuur in Brussel.

Gabriël loopt daartegen te hoop, en dan met name tegen het cynisme waarmee populisten over Gutmenschen spreken – een Duitse term die ook in Nederland populair is. ‘Goede mensen’ hebben volgens hem gelijk dat ze het opnemen voor vluchtelingen afkomstig uit barre omstandigheden. Ze herstellen daarmee een door anderen geschonden norm. Wie dat bespot, bespot de grondslag van de rechtsstaat. Dan maak je uiteindelijk – het is een Duits boek – van de daders van het nationaalsocialisme slachtoffers en van de slachtoffers daders. Alleen heeft zijn verhaal ook wat zelfgenoegzaams. Wat Gabriël ziet als ‘morele vanzelfsprekendheden’ over vluchtelingen of vegetariërs, zullen critici blijven lezen als politieke meningen. En ‘ethiek voor iedereen’ als oplossing voor verlies aan vertrouwen in de democratie zal vooral de collega-filosofen behagen.

Ageren tegen de achterban

Neem dan Mark Elchardus, emeritus socioloog aan de Vrije Universiteit Brussel en partijprominent van de Vlaamse sociaaldemocraten. Hij ageert in zijn boek Reset wél uitdrukkelijk tegen zijn eigen achterban. Als je het over vrijheid, gelijkheid en broederschap wil hebben, moet je beginnen bij broederschap. Anders blijft het bij mooie praatjes op kosten van de werkende mensen, ‘kosmoquatsch’ zoals Elchardus het noemt: kosmopolitisme van de intellectuelen met een dikke baan. De onder academici populaire spot met de kleinburgerlijkheid van grenzen ontmantelt hij als dienstbetoon aan Shell, Apple en Google.

Herstel van de democratie vraagt vooral herstel van de nationale grens. De grens is de grootste aller uitvindingen, schrijft Elchardus. ‘Geen enkele andere menselijke uitvinding heeft evenzeer bijgedragen tot vrede, veiligheid en welvaart’. Onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid bieden ons kans op vrijheid, individualiteit. Die mooie voorzieningen komen niet tot stand op commando van Immanuel Kant of zijn volgelingen. Ze bestaan omdat mensen solidair zijn. En mensen zijn solidair omdat ze elkaar herkennen. Dus natuurlijk bouwen we hekken.

Het boek leidde in Vlaanderen al tot controverse. Elchardus neemt zijn tegenstanders dan ook vergenoegd op de korrel. Antiracisten, moslimactivisten, mensenrechtenactivisten, ‘fantasierijke, activistische’ rechters die illegale immigratie bevorderen of die van Polen een land als Zweden willen maken – ze krijgen het allemaal voor de kiezen. Elchardus schuwt ook stevig taalgebruik niet, met hoofdstuktitels als ‘De avondschemering van het duizendjarig rijk van de mensenrechten’ of ‘de oemma van de ontwortelden’. Het motto lijkt: als het geen pijn doet, luisteren ze niet.

Hedendaagse gemeenschappen voelen volgens Elchardus ontheemd aan, vooral door immigratie daalt het onderling vertrouwen. Het antwoord moet een ‘communautaire democratie’ zijn, met meer ruimte voor eigen cultuur, meer volkssoevereiniteit en een dienende rol van de Europese Unie. Nationale parlementen moeten zich kunnen buigen over internationale verdragen en de benoemingen van rechters, zodat de gemeenschap greep krijgt op de migratie.

Dove kaste

Elchardus zet het contrast tussen een hooghartige, dove kaste van machtige bestuurders en de gewone mensen met genegeerde verlangens sterk aan. De ene groep praat graag over idealen, zoals mensenrechten. Maar dat is een flinterdunne moraal die autoritaire moslimlanden gebruiken om Israël te isoleren en die we negeren als het Nederlands elftal in Qatar speelt. De andere groep wil horen wat ons ‘samenlevingsproject’ precies is, dat wil zeggen: hoe we welvaart en welzijn herverdelen en de kansengelijkheid onderhouden. Niet met een basisinkomen, zoals Mark Zuckerberg bepleit. Dan komt iedereen in de steun terecht en is er telkens nieuwe immigratie nodig voor de rotklussen. Daar profiteren alleen de superrijken van, stelt Elchardus. De tijd vraagt om een ‘Reset’, weg van het liberalisme. Door het bestaande werk binnen de gemeenschap gelijker te verdelen, met meer aandacht voor kwaliteit van leven van de gewone mensen.

Het boek is een zeer erudiete kritiek op de naïeve kanten van het Verlichtingsdenken – nie werden alle Menschen Brüder, we leven in beschavingen naast en met elkaar. Daarin hoort democratie een comfortabele ervaring te zijn, geen opsomming van abstracte wetten en regels. Uitslagen van verkiezingen zijn pas wat waard wanneer je baas bent over je eigen leven, en dat voel je op straat, op het werk, op school. Noem het kansengelijkheid of noem het solidariteit, maar die ervaring valt niet als poedersuiker over het aardoppervlak te verdelen. Deze komt in een min of meer afgebakende gemeenschap tot stand. Wie daar achteloos over doet omdat hij overal ter wereld geld kan verdienen, is niet idealistisch maar cynisch.

Lees ook: Dit zijn de beste politieke boeken van het jaar

Het boek heeft ook iets tragisch. Misschien is het eerder een afscheid van democratische volkspartijen als PvdA en CDA, dan een aankondiging van een nieuwe beweging. Het nationalisme tiert al welig, maar veelal via partijen met een broertje dood aan democratie en herverdeling, zoals Elchardus ook constateert. PVV en FvD hoor je veel over kleur en geloof en nooit over eerlijk delen of de arbeidsmarkt. Laat staan over grensoverschrijdende problemen, zoals het wassende zeewater. Het levert geen democratische ervaring op, hooguit wat sergeanten in dienst van het neoliberalisme. Of Halbe Zijlstra op cultuur.

Brexit, corona en de hekken aan de Poolse grens tegen Syriërs uit Belarus zetten nu ook weer grenzen op scherp. Je kunt met Elchardus hopen dat als onderdeel van de oplossing ook onder democraten de natie herleeft. Maar Marcus Gabriël en Ben Rhodes zouden naar de recente Duitse verkiezingen wijzen. Daar keek de jeugd uitdrukkelijk óver de nationale grens, naar de toekomst. De linkse jeugd koos voor groen en de rechtse voor digitalisering. Als resultaat wil de nieuwe Duitse regering samen met de Fransen de grenzen verder afbouwen, de Europese Unie opschalen naar een echte federatie. Puntje voor de kosmopolieten, al zijn het nog papieren plannen. Omdat in de Verenigde Staten bookmakers vermoeden dat Donald Trump weer president wordt, is het laatste woord nog niet gezegd.