Verdeelde ECB bouwt coronasteun af en gokt op wegebben inflatie

Europese Centrale Bank Nu de inflatie oploopt, schroeft de Europese Centrale Bank langzaam de opkoop van staatsschuld terug.

ECB-president Christine Lagarde op de persconferentie na afloop van de besluiten over de rente en het opkopen van staatsschulden.
ECB-president Christine Lagarde op de persconferentie na afloop van de besluiten over de rente en het opkopen van staatsschulden. Foto Thomas Lohnes/AFP

Daar was hij, donderdag, de eerste renteverhoging van de belangrijke westerse centrale banken. De Bank of England hoogde de rente op van 0,1 naar 0,25 procent. Een klein stapje, maar wel een duidelijk signaal: wij zien de huidige inflatie als probleem – en we komen in actie. Een dag daarvoor had de Amerikaanse Federal Reserve ook zo’n signaal gegeven. Zij stelde voor 2022 drie renteverhogingen in het vooruitzicht en bouwt de opkoop van staatsschuld, waarmee de Fed de kapitaalmarktrente drukt, versneld af.

En de Europese Centrale Bank? Op zijn vroegst in 2023 zal die de rente verhogen, zo blijkt uit de besluiten die het ECB-bestuur donderdag nam. Heel langzaam gaat eerst de opkoop van staats-en bedrijfsleningen omlaag – en dan pas kan de extreem lage rente in de eurozone (0 procent voor banken die geld lenen bij de ECB, -0,5 procent voor banken die er geld stallen) weer omhoog.

Wens

De ECB opereert opvallend behoedzamer dan de andere twee banken. Dit terwijl de inflatiehausse overal speelt. De VS spannen duidelijk de kroon, met 6,8 procent inflatie. Maar de inflatie in het Verenigd Koninkrijk en in de eurozone ligt ook hoog, rond de 5 procent. Centrale banken kijken vooral naar de verwáchte inflatie in de komende jaren. Die moet op 2 procent uitkomen, en daar blijven hangen. Volgens de ECB zullen de prijsstijgingen volgend jaar al wegebben. De Fed en de Bank of England zijn hier minder gerust op.

Lees ook: Dit is de belangrijkste week van het jaar voor het mondiale geldbeleid

De ECB verwacht dat de inflatie volgend jaar uitkomt op 3,2 procent, om in de twee jaar daarna te zakken naar 1,8 procent. Twee derde deel van de inflatie in 2022 zal komen door de energieprijzen, zei Christine Lagarde, de ECB-chef. Die zullen weer stabiliseren, zo voorspelde ze. Ze gaf wel toe dat hierover „onzekerheid” bestaat.

Het relatief kalme antwoord van de ECB op de inflatie was voor drie van de 25 ECB-bestuursleden reden om bezwaar aan te tekenen bij het besluit van donderdag: vertrekkend president van de Duitse Bundesbank Jens Weidmann, plus zijn collega’s uit België en Oostenrijk. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, had de voorbije maanden gepleit voor het afbouwen van de obligatiekoop richting de nul. Hij zag deze wens voldoende weerspiegeld in het uiteindelijke besluit.

Wat gaat de ECB precies doen? Per eind maart wordt het ‘pandemie-noodopkoopprogramma’ beëindigd. Onder dit programma koopt de bank nu nog voor krap 80 miljard euro per maand aan staats- en bedrijfsschuld. Om een abrupte stijging van de kapitaalmarktrente te voorkomen, neemt de ECB een reeks verzachtende maatregelen. De obligaties uit het pandemieprogramma die aflopen, worden vervangen door nieuwe, tot in 2024 – een jaar langer dan eerder voorzien. Ook wordt het reguliere opkoopprogramma tijdelijk verhoogd. Het gaat van 20 miljard aan maandelijkse opkopen nu naar 40 miljard in het tweede kwartaal van 2022. Daarna gaan ook die opkopen omlaag, naar 20 miljard in het laatste kwartaal.

Nog een jaar lang blijft de ECB zo, met de opkoop van schuld, de rentes drukken, wat lenen voor overheden (ook voor kabinet-Rutte IV) en voor bedrijven goedkoop maakt. In crisistijd moest dit beleid de economie draaiende houden en overheden helpen. Nu loopt de ECB het risico achter de feiten aan te lopen.

Verrast door hoogte van inflatie

Al maanden worden centrale bankiers verrast door de hoogte en door de duur van de inflatie. Een cruciale vraag is of de prijsstijgingen gaan doorwerken in hogere looneisen – en hogere lonen. Dat maakt de productie duurder, waardoor de inflatie verder toeneemt (een ‘loon-prijsspiraal’). Volgens Lagarde zijn er geen tekenen van loonstijgingen. Maar de lonen lopen vaak achter bij de inflatie, bijvoorbeeld in Nederland, waar cao’s voor langere tijd worden vastgelegd. Die loonstijgingen kunnen in 2022 opeens gaan volgen – en dan kan de inflatie hoger gaan uitvallen.

Een speciale rol bij de tweedaagse vergadering was voor Griekenland. De staatsleningen van dat land hebben zo’n lage kredietstatus, dat ze zich niet kwalificeren voor de reguliere opkoopprogramma’s van de ECB. Voor het pandemie-opkoopprogramma maakte de ECB een uitzondering, en de bijbehorende aankopen Griekse staatsleningen hielden de koersen hoog en de rente daarop navenant laag. Nu het pandemie-programma van de ECB stopt, dreigt de bodem onder Griekse staatsleningen weg te vallen, met een scherp oplopende rente als gevolg.

Het voorkomen van nieuwe onrust rond Griekenland was één van de redenen voor het besluit om de obligaties die aflopen in het noodprogramma, langer te gaan vervangen door nieuwe. Een deel van dat vrijkomende geld hoeft niet te worden geherinvesteerd in staatsleningen van het betreffende land zelf, maar kan ook in Griekse leningen worden gestoken, zo staat expliciet in het besluit.

Dat beleid raakt aan een achterliggend doel van het monetaire beleid van de ECB: het dicht bij elkaar houden van de rentes op staatsleningen van eurolanden. Als die rentes te veel uit elkaar lopen, dreigt fragmentatie van de eurozone, en van de euro zelf. Zo is de ECB, wanneer het erop aan komt, niet alleen bezig met inflatie, maar ook altijd met de stabiliteit van de Europese munt. Whatever it takes, zo zou Lagardes voorganger, huidig Italiaans premier Mario Draghi, hebben gezegd.