Neanderthaler drukte zijn stempel op het landschap

Archeologie Een gebied rondom twee Duitse meertjes is door neanderthalers flink van uiterlijk veranderd.

Opgraving in Neumark-Nord, in de buurt van het Duitse Halle, in de zomer van 2007. Uit het sediment van dit meer kwamen resten naar boven van grote zoogdieren met snijsporen.
Opgraving in Neumark-Nord, in de buurt van het Duitse Halle, in de zomer van 2007. Uit het sediment van dit meer kwamen resten naar boven van grote zoogdieren met snijsporen. Foto Wil Roebroeks, Universiteit Leiden

Veel eerder dan voor mogelijk werd gehouden oefenden mensachtigen langdurig invloed uit op het landschap. Gewoonlijk wordt die invloed pas gezien na de laatste IJstijd, vanaf 12.000 jaar geleden, maar een team van Leidse en Duitse onderzoekers onder leiding van archeoloog Wil Roebroeks (Universiteit Leiden) heeft nu aannemelijk gemaakt dat al 125.000 jaar geleden een groep neanderthalers zo’n tweeduizend jaar lang het gebied rond twee meertjes bij Neumark-Nord in centraal Duitsland (bij Leipzig) vrij heeft gehouden van bos, waarschijnlijk door intensief vuurgebruik.

Het team beschrijft hun gedetailleerde analyse van het sediment in de twee meertjes en de vele aanwijzingen voor neanderthal-aanwezigheid in de omgeving deze week in Science Advances. Een meer open landschap is gunstiger voor jagers, omdat in dichte bossen weinig wild leeft. Ook groeien er meer notenbomen.

Resten van grote beesten

De bijzondere activiteit vond plaats op een dramatisch moment: als de vorige grote ijstijd ten einde is en een interglaciaal van warmer weer begint, ongeveer vergelijkbaar met het huidige klimaat. Vanuit het zuiden wordt het gebied weer in gebruik genomen door planten, dieren en jagers zoals de neanderthalers, een nauw aan de moderne mens verwante mensachtige. Toen zij bij Neumark aankwamen, was het gebied bedekt met eikenbossen. Precies in die tijd worden in het sediment van de twee meertjes bijzonder veel houtskoolresten gevonden die toen uit de omgeving in het water zijn gespoeld en gewaaid. Uit pollenanalyses blijkt dat daarna ongeveer tweeduizend jaar lang weinig bomen maar des te meer grassen in de omgeving groeiden. Rondom de meren zijn uit diezelfde tweeduizend jaar veel vuurplaatsen, werktuigen en geslachte beesten gevonden, allemaal van neanderthalers.

„We hebben nu de nadruk gelegd op die landschapsverandering”, zegt Roebroeks in een telefonische toelichting op de nieuwe publicatie, „maar even goed is het heel bijzonder dat we zien dat daar een paar duizend jaar lang een mogelijk flinke groep neanderthalers vrijwel permanent leefde. Dat had ook niemand verwacht.” En die aanwezigheid was ook relatief talrijk. Roebroeks: „Altijd wel enkele tientallen neanderthalers, schat ik. Ze domineerden echt dat gebied, we vinden zo veel resten van grote beesten in de opgravingen in Neumark, en allemaal met snijsporen van neanderthal werktuigen.”

Wij hadden echt groot geluk met deze meertjes

Wil Roebroeks Universiteit Leiden

Of de neanderthalers expres grote vuren hebben aangelegd om het leefgebied aan te passen aan hun wensen, is overigens niet met zekerheid te bepalen, zegt Roebroeks. „Motieven fossiliseren niet! We zien alleen maar wat er gebeurd is, in een ongelooflijk gedetailleerde chronologie, in stapjes van ongeveer 45 jaar. Zo nauwkeurig zijn die sedimentlaagjes. Maar dan nog! We weten zelfs niet met honderd procent zekerheid wat er in die eerste 45 jaar het eerst was: die grote brand óf de komst van de neanderthalers.” In theorie kunnen de neanderthalers ook naar het gebied zijn gegaan omdat er door een natuurlijke brand een open landschap was ontstaan, legt Roebroeks uit. „We denken wel dat die neanderthalers die vuren veroorzaakt hebben, maar als wetenschapper moet je ook expliciet maken wat je niet zeker weet.”

Mensachtigen zijn al zo’n 400.000 jaar in staat om actief vuur te gebruiken, en Roebroeks verwacht daarom dat er door mensen veroorzaakte landschapsveranderingen zullen worden gevonden die nóg ouder zijn dan die in Neumark. „Het probleem is dat je heel precieze gegevens moet hebben, wij hadden echt groot geluk met deze meertjes en de vele vondsten eromheen.”

Schelpen uit Neumark-Nord. Foto Wim Kuijper, Universiteit Leiden

Een belangrijk argument voor de actieve ingreep van de neanderthalers is dat bij vergelijkbare meertjes uit dezelfde tijd, 50 en 30 kilometer verderop, waar geen neanderthaler-vondsten zijn gedaan, geen enkele verandering in het landschap is te zien. Daar hielden de dichte eikenbossen wel stand. Als na 2.000 jaar de neanderthalers vertrekken bij Neumark, komen ook daar de bossen weer terug. Waarom de activiteit van de neanderthalers bij Neumark begon met een grote houtskoolpiek, is niet met zekerheid te zeggen, zegt Roebroeks, „maar het is aannemelijk dat er toen nog veel brandstof in het gebied was, bomen en dor hout, dat in één grote brand in vlammen opging”. In de vele eeuwen daarna waren er veel minder grote branden in de al uitgedunde bossen.

Vanuit Yale University, in de VS, reageert de archeoloog Jessica Thompson per mail enthousiast op het nieuwe onderzoek, waar ze zelf niet bij betrokken was. „Deze onderzoekers hebben echt een sterke zaak voor dit verband. De aanwezigheid van de neanderthalers is een veel sterkere verklaring voor de vuren dan natuurlijke processen, dat maken ze heel duidelijk.” Thompson publiceerde eerder dit jaar een vergelijkbaar onderzoek, waarbij ze mede op grond van pollen en houtskoolsporen in het sediment van Lake Malawi in Afrika rond 85.000 jaar geleden een sterke menselijke invloed (Homo sapiens) ziet op het ontstaan van een meer open landschap, vooral door vuurgebruik. „Dat het in dit onderzoek uit Duitsland om neanderthalers gaat”, aldus Thompson, „laat zien dat neanderthalers echt niet meer beschouwd hoeven te worden als een soort ‘mislukte mensen’ maar ook dat het huidige Antropoceen het resultaat is van een erfenis van vele tienduizenden jaren.” Wel denkt Thompson dat de neanderthalers, met hun kleinere bevolkingsdichtheid, in Europa vooral lokale invloed op de natuur zullen hebben gehad, „niet de permanente ecologische verandering die wij in Afrika hebben gevonden”.

De Eem bij Amersfoort

Los van deze nieuwe kennis over leven en werk van de neanderthaler is het onderzoek ook van belang voor analyses van menselijke invloed op het landschap. Want het interglaciaal van 125.000 jaar geleden, het Eemien (ooit vernoemd naar het riviertje de Eem bij Amersfoort) lijkt sprekend op het huidige interglaciaal, het Holoceen, en het wordt daarom wel gebruikt als vergelijkingsmateriaal om de invloed van moderne menselijke jagers en landbouwers in het meer recente verleden vast te stellen. Maar met het huidige onderzoek wordt het moeilijker om het Eemien te beschouwen als een tijdperk zónder menselijke invloed, waarschuwen de onderzoekers.

De landschapsveranderingen bij Lake Malawi en in Duitsland zijn niet de enige. Op Borneo zijn bijvoorbeeld sporen gevonden van door mensen veroorzaakte branden, 50.000 jaar geleden, die het landschap ingrijpend veranderd lijken te hebben.

Lees ook: Wilde natuur bestaat al 12.000 jaar niet meer