Opinie

Mama, zijn ze nou écht lesbisch?

Stine Jensen

H. (meisje) had verkering met P. (meisje), en L. (meisje) met P. (jongen) maar wilde liever met T. (meisje). Mijn dochter (11) deed een tijdje terug verslag van de relationele ontwikkelingen in haar klas (groep 8). Dat het merendeel van de meisjes verkering had met andere meisjes vond ze volstrekt normaal, wel wilde ze het volgende weten: „Mama, zijn ze nou écht lesbisch?”

Verkering in groep 8 wil zeggen dat je een exclusief ‘ja-ja’ uitwisselt, appjes met hartjes aan elkaar stuurt en het aan anderen vertelt. Aan kussen doen ze nog niet, dus misschien zou zich met de puberteit vanzelf een en ander uitsorteren tot een duurzame ‘echte’ voorkeur? Eén ding was duidelijk: de verpletterende impact van beeldvorming. De juf had twee seizoenen van Anne+ met de klas gekeken. Speelden de meisjes een in hun ogen cool programma na (de jongens vroegen elkaar geen verkering)? Zoals wij allemaal ons beeld van de liefde modelleren naar iconische blauwdrukken (de mijne: Grease)?

Afgelopen weekend werd ik herinnerd aan de vraag van mijn dochter, toen ik een interview met hoogleraar filosofie Kathleen Stock in NRC las. In haar voorbeeld gaat het niet om lesbiennes maar om de trend van non-binairen onder kinderen. Het heetste hangijzer betreft haar standpunt over trans personen, dat zelfs tot Stocks ontslag leidde: ze wil transmensen geen ‘echte’ vrouwen of ‘echte’ mannen noemen, waarbij ‘echt’ refereert aan biologie. Genderidentiteit is niet alléén een sociaal construct, je mag de biologie niet vergeten. „Triest”, werd dit „bochtinterview” genoemd, onder meer door filosoof Fleur Jongepier, een schande zelfs, dat de krant een podium bood aan deze denker. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt; de vastgemaakte tweet van Stock, ‘lees eerst mijn boek’ nam ik ter harte.

Material Girls: Why Reality Matters for Feminism is een analytisch scherp en helder boek, soms geestig („Judith Butler is de Harry Potter van de filosofie”). Stock legt uit dat het begrip ‘gender’ op ten minste vier manieren wordt gebruikt, wat voor de nodige verwarring zorgt. De klassieke manier is om onderscheid te maken tussen sekse (biologie) en gender (culturele opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid). De belangrijkste ontwikkeling nu is om alleen nog te spreken van ‘genderidentiteit’. Genderidentiteit is datgene wat een persoon zelf „diep van binnen voelt en ervaart als zijn of haar geslacht”. Door ‘genderidentiteit’ als uitgangspunt te nemen zijn seksuele oriëntatie en gender op tamelijk ingewikkelde wijze verweven geraakt, waardoor nu steeds de discussie over ‘transpersonen’ opduikt binnen genderstudies. Voorbeeld: iemand ‘voelt’ zich van binnen man maar heeft het uiterlijk van een vrouw, en valt op vrouwen, is die dan een ‘transhetero’? Stock wordt verweten dat ze geen opleiding heeft in genderstudies, maar ik vind háár achtergrond – analytische filosofie en fiction studies – juist verfrissend. Ze geeft het voorbeeld van een ‘crossdresser’ (man met vrouwenkleren). Als kijker heb je een keuze: ga je mee in de fictie of niet? Met een ‘goed gelukte’ transpersoon lukt dat gemakkelijker.

Met Stock deel ik de kritiek op het concept genderidentiteit, en ook de wens om biologie niet overboord te kieperen als het gaat om terreinen als sport en geneeskunde. Maar ik trek wél andere conclusies over transpersonen en hun ‘echtheid’. Dankzij het lezen van haar boek begrijp ik hoe dat komt, namelijk omdat ik een andere genderdefinitie hanteer. Die van filosoof en bioloog Donna Haraway waarbij natuur en cultuur zo verknoopt zijn, dat wat nep of echt is, biologie en cultuur, lastig te scheiden valt.

Met Stocks boek in gedachten probeer ik antwoord te geven op de vraag of de meisjes ‘echt’ lesbisch zijn. Met het begrip ‘genderidentiteit’ raak ik verstrikt in een idiote toestand, waarbij ik alle ‘mensen met meisjeslichamen’ moet vragen naar hun genderidentiteit, terwijl er ‘diep vanbinnen’ misschien helemaal niet zo eenduidig of duidelijk wordt gevoeld en gedacht. De fictietheorie biedt handvatten. Hun lesbische ‘spel’ is soms wel en soms niet overtuigend, en daarom heeft mijn dochter er vragen over. Echt of niet, de meisjes maken me vrolijk. Mogelijk komen sommigen in het decor van Anne+ tot volle bloei. Vroeger fantaseerde ik vaak dat mijn school in Fame zou veranderen, en dat mijn diep verborgen musicaltalenten zich zouden manifesteren; deze meisjes kunnen met speelse ernst allerlei relaties uitproberen.

Material Girls van Kathleen Stock is mijn leestip van het jaar. Laat je prikkelen door een van de meest analytisch uitdagende boeken die ik sinds tijden las over seks, gender, (trans)genderidentiteit, fictie en realiteit. Je hoeft het niet met alles eens te zijn. Kom dan met inhoudelijke argumenten, in plaats van de cancelkaart te spelen.

Stine Jensen is filosoof en schrijver.