Meer geld en meer Europese ambitie

Defensie De stijging van de defensie-uitgaven wordt versneld.

Oefening van het Tactical Information Manoeuvre Team Koninklijke Landmacht in de Nassaukazerne.
Oefening van het Tactical Information Manoeuvre Team Koninklijke Landmacht in de Nassaukazerne. Foto Siese Veenstra

De krijgsmacht krijgt structureel 3 miljard euro per jaar meer te besteden, bovenop de huidige 12 miljard. Dat extra geld gaat deels (1,15 miljard euro) naar het dichten van gaten uit het verleden, zoals onderhoud aan de sterk verouderde ict. Het grootste deel (1,85 miljard) gaat naar modernisering van de krijgsmacht, zoals de ontwikkeling van nieuwe (cyber)wapens.

De stijging van de defensie-uitgaven, die in 2016 werd ingezet na vele jaren van bezuinigingen, wordt hiermee versneld. Het extra bedrag is wel een stuk minder dan de 4 miljard die demissionair minister Henk Kamp (Defensie, VVD) onlangs noemde als absoluut minimum. Het geldgebrek is zo groot, dat schepen aan de wal blijven en F-16-toestellen niet meer op missie kunnen.

Lees hier over het nijpende geldgebrek bij defensie

Om de ergste nood te lenigen trekt de coalitie daarom incidenteel nog eens extra geld uit – met uitschieters van ruim een miljard boven de structurele 3 miljard in 2024 en 2025. Daarmee kunnen bijvoorbeeld de vervallen gebouwen worden opgeknapt en verduurzaamd – voor zover die niet worden verkocht. Dit extra geld maakt ook dat Nederland met de defensie-uitgaven – tijdelijk – minder uit de pas loopt met andere landen.

Na de inname van de Krim door Rusland bevestigden NAVO-landen in 2014 de afspraak 2 procent van het nationaal inkomen (bbp) uit te geven aan defensie. Nederland zat toen op iets meer dan 1 procent. Nu is dat een krappe 1,5 procent. In het coalitieakkoord staat dat in 2024 het Europees NAVO-gemiddelde van 1,85 procent wordt bereikt, mede door extra, incidentele uitgaven in die periode.

Nederland wil de internationale samenwerking versterken. Nu al runnen de Duitse en de Nederlandse landmacht samen een tankeenheid; de partijen willen „verdere stappen met de Duitse landmacht door eenheden samen te voegen”. De krijgsmacht moet zich ook veel meer richten op het versterken van „specialismen”, zoals cyber en inlichtingen.

Binnen de Europese Unie moet Nederland meer met de andere lidstaten optrekken bij internationale missies en oefeningen, onderzoek en ontwikkeling, maar bij „het tegengaan van desinformatie”. Het militaire hoofdkwartier van de EU in Brussel wordt wat het nieuwe kabinet betreft versterkt, waarbij dubbelingen met de NAVO „zoveel mogelijk worden vermeden”. Nederland is volgens het coalitieakkoord ook voorstander van de ontwikkeling van een snel inzetbare EU-eenheid.

In Nederland krijgt defensie meer armslag op de krappe arbeidsmarkt. De krijgsmacht heeft ongeveer 9.000 vacatures op ongeveer 50.000 werknemers. Er komt een half miljard voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden en voor de modernisering van het loongebouw. Dat moet van defensie een aantrekkelijke werkgever maken.

Bij de krijgsmacht is één op de vijf vacatures onvervuld. Een obstakel bij werving en behoud van personeel is het ‘loongebouw’, dat al een eeuw oud is. Een militair kan eigenlijk alleen meer salaris krijgen door gestaag op te klimmen in de rangen; veel monteurs en IT’ers gaan daarom weg. Een nieuw, meer flexibel loongebouw maakt het leger niet alleen aantrekkelijker voor vakspecialisten, maar ook voor militairen die een aantal jaren meer tijd willen besteden aan hun gezin. Onderhandelingen daarover met de vakbonden zijn steeds vastgelopen op geldgebrek. Dat geld komt er nu wel.

Na de inname van de Krim door Rusland bevestigden NAVO-landen in 2014 de afspraak 2 procent van het nationaal inkomen (bbp) uit te geven aan defensie. Nederland zat toen op iets meer dan 1 procent. Nu is dat een krappe 1,5 procent. In het coalitieakkoord staat dat in 2024 het Europees NAVO-gemiddelde van 1,85 procent wordt bereikt, mede door extra, incidentele uitgaven in die periode.