Niet de coronacrisis maar die andere crisis in de zorg krijgt de meeste aandacht in het coalitieakkoord

Zorg Het nieuwe kabinet wil vooral kostengroei in zorg beperken. Middenin coronatijd is dat politiek een gewaagde keuze: oppositiepartijen spraken al schande van deze „bezuinigingen”.

Er wordt 300 miljoen euro uitgetrokken om de IC-capaciteit de komende jaren makkelijker te kunnen uitbreiden
Er wordt 300 miljoen euro uitgetrokken om de IC-capaciteit de komende jaren makkelijker te kunnen uitbreiden Foto Ilvy Njiokiktjien

Het einde van de coronacrisis is „helaas nog niet in zicht”, schrijven de vier partijen in het coalitieakkoord. Ze kijken toch alvast vooruit, om lessen uit deze crisis te trekken en de zorg beter voor te bereiden op het vervolg van deze pandemie en toekomstige crises. Het nieuwe kabinet wil de „pandemische paraatheid” verbeteren, onder meer door 300 miljoen euro uit te trekken om de IC-capaciteit de komende jaren makkelijker te kunnen uitbreiden, en bijvoorbeeld onafhankelijker te worden van het buitenland bij medicijnen en hulpmiddelen.

Het valt op dat de coronacrisis in het coalitieakkoord weinig aandacht krijgt. Naast de investering in de IC-capaciteit is niets te lezen over een toekomstige test- en vaccinatiestrategie. Een langetermijnplan voor hoe met het virus te leren leven ontbreekt, terwijl deskundigen de politiek hier al tijden om vragen.

Voor de langere termijn lijken de partijen zich in het coalitieakkoord vooral zorgen te maken over een andere crisis van het zorgstelsel, namelijk die van de kosten. Zonder ingrijpen dreigt de zorg onbetaalbaar te worden, waarschuwde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in een rapport in september. Het riep de politiek op „scherpe keuzes” te maken, anders zijn de zorgkosten in 2060 verdriedubbeld.

Het aanstaande kabinet volgt de WRR als het schrijft dat de zorgkosten op lange termijn moeten worden „geremd”. Het denkt zelf met een aantal maatregelen de kostengroei per 2052 met 4,5 miljard euro per jaar in te perken. Middenin coronatijd is dat politiek een gewaagde keuze: oppositiepartijen spraken al schande van deze „bezuinigingen”.

Zijn de keuzes die het nieuwe kabinet voorstelt echt zo ‘scherp’? Het kabinet grijpt allereerst naar een beproefd middel: dat van de hoofdlijnenakkoorden. Het wil afspraken maken met ziekenhuizen en andere zorgaanbieders om de uitgavengroei te beperken. Ook wil het beter werk maken van ‘passende zorg’. Dat betekent ongeveer hetzelfde als ‘zinnige zorg’: oftewel het schrappen van zorg die niet werkt om zo overbehandeling te voorkomen. Politiek, toezichthouders en zorgaanbieders streven daar al jaren naar, maar het komt niet van de grond. Het nieuwe kabinet wil kritischer kijken naar welke zorg in het basispakket komt en wordt vergoed, en welke niet.

De politiek houdt vast aan de hoofdlijnenakkoorden. Deze worden al sinds 2012 met ziekenhuizen en andere zorgaanbieders gesloten om af te spreken dat de uitgaven niet te hard mogen groeien. Het nieuwe kabinet denkt aan een breed, ‘integraal hoofdlijnenakkoord’ voor de periode vanaf 2023.

In zulke akkoorden staan niet alleen afspraken over kostenbeheersing, maar ook afspraken over samenwerking en gepast gebruik van zorg. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving waarschuwde afgelopen zomer dat zulke afspraken (die niet over geld gaan) in deze akkoorden in de praktijk te vrijblijvend zijn om echt zoden aan de dijk te zetten.

Van al deze zaken is het de vraag hoeveel ze precies besparen. Veel maatregelen sorteren volgens de berekeningen van de coalitiepartijen pas jaren na het einde van de komende kabinetsperiode effect en worden dus niet direct gevoeld.

De nieuwe coalitie maakt verschillende keuzes rond eigen betalingen. Het eigen risico, het bedrag dat mensen moeten bijbetalen voor zorggebruik, blijft gelijk op maximaal 385 euro per jaar. Wel wil het volgende kabinet werk maken van het scheiden van wonen en zorg. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat verpleeghuisbewoners meer zelf gaan betalen voor de woonkosten. Het nieuwe kabinet hoopt zo meer dan een miljard euro te besparen.

Ook het idee om wonen en zorg meer te scheiden, komt uit het WRR-rapport. De WRR vraagt zich daarin af of de woonkosten in de ouderenzorg tot de „collectief gegarandeerde zorg” moeten behoren. In Nederland krijgen verpleeghuisbewoners nu bijna al die kosten vergoed. De WRR constateert dat andere landen daarvoor al hogere eigen betalingen vragen. „Het is in de toekomst onvermijdelijk om wonen en zorg meer te scheiden”, concludeert de WRR.

Medisch specialisten worden streng toegesproken in het coalitieakkoord. Als ze binnen twee jaar niet in loondienst gaan, dwingt het nieuwe kabinet ze. De specialisten uitkopen is duur, maar kan op lange termijn geld besparen.

Ook medisch specialisten – van wie sommigen zich laten inhuren door het ziekenhuis en enkele tonnen verdienen – moeten hun verantwoordelijkheid nemen, vindt het nieuwe kabinet. Als er niet binnen twee jaar verbetering optreedt bij medisch-specialistische bedrijven – een passage die vooral lijkt te gaan om het niet overbehandelen van patiënten – zal het kabinet ze met wetgeving dwingen in loondienst te gaan bij het ziekenhuis. Dan is er geen financiële prikkel meer om veel patiënten te behandelen en zijn ze gebonden aan de Wet normering topinkomens. D66, ChristenUnie en (in mindere mate) CDA hadden er in hun partijprogramma’s voor gepleit dat medisch specialisten in loondienst moeten.

De volgende coalitie investeert ook in preventie en het stimuleren van sport. De belastingen op frisdrank en tabak gaan omhoog en de partijen bezien hoe ze „op termijn” een suikertaks kunnen invoeren.