Kansenongelijkheid tussen kinderen aangepakt

Onderwijs Er gaat meer geld naar leraren, het leenstelsel verdwijnt en er komt een basisbeurs.

Leraren op basisscholen gaan beter verdienen.
Leraren op basisscholen gaan beter verdienen. Foto Olivier Middendorp

‘Gelijke kansen vragen een ongelijke aanpak’ – de hele onderwijsparagraaf van het coalitie-akkoord ademt de noodzaak om de groeiende kansenongelijkheid tussen kinderen tegen te gaan. Kinderen uit achterstandswijken moeten net zo goed in staat worden gesteld een diploma te halen als kinderen uit betere wijken. Er wordt in totaal 1 miljard euro extra geïnvesteerd in de „structurele versterking van scholen met veel leerachterstanden”. Ook door te investeren in „betere arbeidsvoorwaarden” voor leraren op die scholen.

Leraren die werken op scholen met veel achterstanden, krijgen sinds kort al 8 procent meer salaris voor een periode van twee jaar. Het nieuwe kabinet gaat deze bonusregeling structureel maken. In de grote steden wordt al langer geprobeerd om docenten te lokken met aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden. Naast een toeslag krijgen nieuwe leraren van de gemeenten Amsterdam, Den Haag en Rotterdam bijvoorbeeld een parkeervergunning en voorrang bij een huurwoning.

Sowieso gaan leraren op alle basisscholen beter verdienen, de ‘loonkloof’ met leraren op middelbare scholen wordt gedicht. Bedoeling is onder meer dat het rap groeiende lerarentekort zo wordt opgelost. De onderwijsbegroting in zijn geheel wordt met ruim 10 procent verhoogd van 45,6 miljard euro per jaar tot 49,5 miljard in 2026.

De werkdruk van leraren moet omlaag. Scholen krijgen geld om klassen te verkleinen of extra personeel in de klas in te zetten. Een ‘masterplan’ moet ervoor zorgen dat elk kind beter leert lezen, schrijven en rekenen. Het niveau van Nederlandse scholieren daalt al jaren op dit gebied. De vergoeding voor kinderopvang wordt verhoogd, zodat kinderen met anderstalige ouders al op jonge leeftijd Nederlands leren en sneller kunnen meekomen.

Studenten, en hun ouders, kunnen opgelucht ademhalen: het leenstelsel verdwijnt. Het stelsel, dat in september 2015 werd ingevoerd ter vervanging van de basisbeurs, werd nooit populair. Het nieuwe kabinet blaast het oude stelsel met ingang van het studiejaar 2023/2024 nieuw leven in, omdat „we willen dat iedereen in staat is om te kunnen studeren, ongeacht het inkomen van de ouders”. Er komt dus weer een basisbeurs en een inkomensafhankelijke aanvullende beurs. Hoe hoog die wordt, is nog onduidelijk. Voor de studenten die onder het oude leenstelsel een schuld hebben opgebouwd komt er een compensatieregeling. Zij mogen kiezen tussen een korting op hun studieschuld of een studievoucher. Daar trekt het nieuwe kabinet 1 miljard euro voor uit. Ook een ander beladen thema gaat op de schop. Het bindend studieadvies waarbij studenten in het eerste studiejaar gemiddeld driekwart van het totale aantal studiepunten moeten halen, en anders moeten stoppen, leidde tot stress en prestatiedruk. Voortaan mogen ze blijven en krijgen ze de kans om hun punten in het tweede jaar alsnog te halen.

Een compensatieregeling van in totaal 1 miljard is„een druppel op een gloeiende plaat”, reageerde studentenvakbond LSVb meteen na het verschijnen van het coalitieakkoord.

Het is inderdaad een fractie van de totale studieschuld die volgens berekeningen van het CBS 24,4 miljard euro bedraagt. Begin 2021 hadden 1,6 miljoen mensen een studieschuld van gemiddeld ruim 15.000 euro. Voor veel studenten bedraagt de totale schuld 50.000 euro of meer. De studiebeurs gaat in 2023 in.

Excessen op scholen met een orthodox geloof, zoals sommige islamitische en gereformeerde basisscholen, moeten eerder en harder worden aangepakt, vindt het nieuwe kabinet. Ook bij scholen die integratie van kinderen in de Nederlandse samenleving tegengaan, wordt sneller ingegrepen. De bekostiging wordt, bij bewijs dat een instelling zich bezighoudt met „antirechtsstatelijke praktijken”, stopgezet. En er komt een expliciet verbod op (mede) financiering van onderwijs vanuit organisaties die de democratische rechtsstaat ondermijnen.

Uitwassen op orthodoxe scholen worden voortaan minder getolereerd. De Onderwijsraad riep de overheid recent op harder op te treden tegen lesmateriaal of leraren die kinderen anti-democratische of discriminerende waarden aanleren. Daar moet de Onderwijsinspectie in de praktijk strenger op toezien, zegt het kabinet nu.

De grondwettelijke vrijheid van Onderwijs (artikel 23) blijft alleen overeind als uitwassen ervan worden bestreden – daar lijkt consensus over te bestaan binnen de coalitie. Dat is relevant want de ChristenUnie en het CDA hechten aan artikel 23. Een uitwas vond bijvoorbeeld plaats op een reformatorische school die leerlingen dwong ‘uit de kast te komen’.

Ook financiering van scholen door ondemocratische organisaties wordt verboden. In 2019 bleek dat kinderen op islamitische scholen leren dat ze geen „kleding van ongelovigen” aan mogen en dat Allah homoseksualiteit verafschuwt.