Nieuw kabinet wil flexwerk inperken, maar hoe?

Arbeidsmarkt Rutte IV wil een „grote hervorming” op de arbeidsmarkt, maar laat het vaste contract en de schijnzelfstandige grotendeels buiten schot.

De (fiscale) verschillen tussen werknemers en zzp’ers worden kleiner.
De (fiscale) verschillen tussen werknemers en zzp’ers worden kleiner. Foto Jeffrey Groeneweg / ANP

Rutte IV wil „een aantal grote hervormingen” doorvoeren op de arbeidsmarkt, met als „leidraad” twee recente adviezen: het rapport van de commissie-Borstlap, ingesteld door het huidige kabinet, en het sociaal akkoord dat vakbonden en werkgevers in juni sloten.

Hun belangrijkste advies – het inperken van flexwerk – neemt het nieuwe kabinet over, zonder op te schrijven op welke manier. Dat moet nog worden uitgewerkt, zei informateur Johan Remkes woensdag.

Voor werkenden die ten onrechte worden ingehuurd als zzp’er, worden de adviezen níét gevolgd, zo lijkt het. De commissie-Borstlap, vakbonden en werkgevers kwamen met verregaande ideeën om dit harder aan te pakken, het regeerakkoord neemt die niet over. Wel wordt „betere handhaving” beloofd, en een snellere afbouw van het belastingvoordeel voor zzp’ers - dat hen mede zo aantrekkelijk maakt voor bedrijven.

Zzp’ers worden vaak ingehuurd voor taken die volgens de wet door een werknemer in loondienst moeten worden gedaan. De overheid worstelt hier al jaren mee en heeft de regels nooit streng gehandhaafd. De commissie-Borstlap opperde vorig jaar om de bewijslast om te keren. De opdrachtgever moet in geval van een boete aantonen dat de zzp’er genoeg ondernemersvrijheid heeft. VVD en D66 willen dit niet. Zij vrezen dat vrijwillige zzp’ers hierdoor in dienst moeten komen.

Ook aan de rechten van werknemers met een vast contract willen de coalitiepartijen niet tornen. Dat is ook wat vakbonden en werkgevers hebben afgesproken in het sociaal akkoord. De commissie-Borstlap vond het juist wél belangrijk om het vaste dienstverband flexibeler te maken. Alleen dan zou het vaste contract weer aantrekkelijk worden voor werkgevers.

Lees ook: 47 adviezen over de arbeidsmarkt - dit zijn de belangrijkste

Met minder ingrijpende maatregelen wil het kabinet het werkgeverschap toch aantrekkelijker maken. Bijvoorbeeld met een deeltijd-WW. Een bedrijf met omzetverlies kan zijn werknemers dan bijvoorbeeld een dag in de week betaald thuis laten zitten.

Dit idee komt van vakbonden en werkgevers, die willen dat de overheid grotendeels opdraait voor de kosten. Dat ziet de coalitie niet zitten: deze maatregel moet „budgettair neutraal” zijn. Grote vraag zal zijn in hoeverre de rekening bij werkgevers of werknemers belandt.

De bijstand wordt minder streng en het minimumloon gaat omhoog, slechts iets minder hard dan D66 en ChristenUnie hadden gewild.

De Participatiewet, waarin de bijstand geregeld is, werd veelvuldig bekritiseerd om zijn hardvochtige behandeling van bijstandsgerechtigden. Zo moest een vrouw duizenden euro’s terugbetalen omdat ze boodschappen van haar moeder had aangenomen. Zulke situaties lijkt het kabinet voortaan te willen voorkomen. Bijstandsgerechtigden mogen meer bijverdiensten houden - hoeveel is nog onduidelijk. Ook de ‘kostendelersnorm’ verandert. Nu nog moeten ouders met inwonende kinderen fors op hun bijstand inleveren zodra die kinderen 21 jaar zijn. Dat wordt 27 jaar.

Allereerst profiteren veel werknemers van een technische aanpassing van het minimumloon. Nu bedraagt dat 1.701 euro per maand. Wie een 40-urige voltijdwerkweek heeft, verdient daardoor per uur minder (9,82 euro) dan iemand met 36 uur (10,91 euro). Straks komt er een ‘minimum-uurloon’ van 10,91 euro. Dat is dus vooral goed nieuws voor wie in een sector werkt waar de voltijdse werkweek 40 uur duurt, zoals de uitzendbranche en callcenters. Deze aanpassing staat al in een initiatiefwet van de PvdA en GroenLinks, die de coalitie zal steunen. Daar bovenop wordt het minimumloon met 7,5 procent verhoogd. Dat zou neerkomen op 11,73 euro per uur.

Lees ook: Politici zijn eensgezind, maar hoe slim is een hoger minimumloon?

Het kabinet wil stapsgewijs een kinderopvangvergoeding voor werkende ouders (3) invoeren, die tot 95 procent van de kosten moet dekken. De kinderopvangtoeslag verdwijnt dan. Deze subsidie moet rechtstreeks naar de kinderopvang gaan, niet via de ouders. Dat moet voorkomen dat ouders „worden geconfronteerd met grote terugvorderingen”, zoals ten onrechte gebeurde in de Toeslagenaffaire.

Het nieuwe kabinet wil het „aantrekkelijker” maken voor ouders om werk en zorg te combineren. Ouders die verlof opnemen om voor een kind te zorgen, worden ruimer gecompenseerd. Vanaf augustus hebben zij recht op negen weken verlof. Uitkeringsinstantie UWV zou de helft van hun brutoloon betalen, Rutte IV wil daar 70 procent van maken. Daarmee geven ze gehoor aan een recente oproep van de Eerste Kamer.

en