Opinie

Ha! De nieuwe ‘West Side Story’, dat wordt genieten. Maar... is dít het?

Ze had zich er enorm op verheugd, de nieuwe versie van ‘West Side Story’. Joyce Roodnat kent net als regisseur Steven Spielberg alle songs uit haar hoofd. Maar Spielberg houdt zijn film risicoloos nostalgisch, en dat vraagt om een debat dat verder reikt dan de correcte origine van acteurs.

Joyce Roodnat

Opgetogen recensies, maximale aandacht in de media. De remake van West Side Story kent zijn weerga niet, dat is duidelijk, met Steven Spielberg als de Superman die dit wonder klaarde. En dat deed hij met alle respect, zegt hij overal, want hij houdt van deze musical. Hij zag hem vele malen en kent alle songs uit zijn hoofd.

Ik ook, dus ik weet wat me te doen staat. Om half 11 ’s ochtends zit ik in de bioscoop. In de IMAX-zaal natuurlijk, met groot beeld en groot geluid. Ik ga iets geweldigs meemaken, iedereen zegt het zelf. Something’s coming, something good, zoem ik opgetogen. Ha. Eindelijk. Het begint. Daar gaan we.

Ik doe mijn best, ik wil zo graag. Maar… is dít het? Het is duidelijk een nieuwe versie, verandering zat – en toch blijft alles bij het oude. Ik voel de straat niet, ik voel de studio, ik voel de vorige West Side Story. Maar die hadden we al: de onbetwiste klassieker, geregisseerd door Robert Wise.

Het grootste verschil zit ’m in de bezetting. In 1961 was de helft van de cast bruingeschminkt, zij speelden de Puerto Ricanen. Die rollen zijn nu gereserveerd voor geboren latino-acteurs en -actrices. Ik erken de voldoening die dat geeft, maar vraag me toch af in hoeverre dat het acteervak tekortdoet. Acteren is niet jezelf zijn, acteren is een ander mens oproepen. De nieuwe Maria van Rachel Zegler is, behalve een echte latina, schattig en schaapachtig. Dan vind ik Maria van Natalie Wood sterker, ondanks schmink, namaak-accent en niet-sporende afkomst. Zij zet trefzeker een rebelse meid neer. Verliefd, maar ze weet ook wat loltrappen is.

Natalie Wood zingt ‘I feel pretty’ (1961). Foto ANP

Spielbergs West Side Story is trouwens niet de eerste remake. Er was bijvoorbeeld een muzikale remake met ‘echte’ operasterren, maar Kiri Te Kanawa en José Carreras trokken het niet: mooi maar braaf en bloedeloos. Robert Wise zelf ging al eerder op herhaling met Rooftops (1989), een geactualiseerde versie, met urban dance battles en drugsgeweld, gespeeld door een realistisch diverse cast. Wat Wise voor ogen had, lukte Ivo van Hove twee jaar terug op Broadway. Voor zover ik dat kan opmaken uit beeldflarden en recensies leidde hij West Side Story met harde hand zijn eigen tijd in, met een nieuwe choreografie van Anne Teresa De Keersmaeker en de focus op het pointeloze gang-geweld.

Alsof dat allemaal niet is gebeurd, alsof hij de eerste remake maakt, houdt Spielberg het risicoloos nostalgisch. Het verwart me dat zoiets wordt beloond met collectieve adoratie. Ik misgun niemand zijn plezier, geniet van de film. Maar mogen we daarna even verder denken? Want dit aanhangsel van de filmgeschiedenis vraagt om een debat dat verder reikt dan de correcte origine van acteurs. Het kan ook gaan over Spielbergs behoudzucht, en waarom hij daarmee wegkomt. Over zelfgenoegzaamheid in de filmkunst. En in hoeverre bederven seksistische clichés Maria en de andere vrouwenrollen? Ik bedoel, begrijpt iemand hier de urgentie nog van de song ‘I feel pretty’? Het lijkt me niet, want Spielberg durft niet te denken aan vlinders in een meisjesbuik. En lager.