Met het stikstoffonds van 25 miljard mogen de provincies het opknappen

Stikstof&landbouw Er komt een stikstoffonds van 25 miljard euro. De invulling laat de coalitie tactisch over aan de regio.

In het coalitieakkoord staan plannen voor een grondbank voor boeren die hun bedrijf willen verplaatsen.
In het coalitieakkoord staan plannen voor een grondbank voor boeren die hun bedrijf willen verplaatsen. Foto Merlin Daleman

Aan hoge doelen geen gebrek in het landbouw- en stikstofbeleid van het nieuwe kabinet. Aan geld al helemaal niet. Slechts één ingrediënt ontbreekt in het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet: concrete plannen om vanuit Den Haag de stikstofuitstoot terug te brengen. Daarvoor zijn de boeren en provinciebestuurders aan zet.

Dat er minder stikstof moet neerslaan in de Nederlandse natuur, daarover zijn de vier coalitiepartijen duidelijk. En snel ook. Net als bij de klimaataanpak doen de partijen er een flinke schep bovenop. Qua tijdpad is de aanpak ambitieuzer dan de Stikstofwet die deze zomer in werking trad. Die stelt dat de stikstofuitstoot in 2035 gehalveerd moet zijn ten opzichte van 2019. Het coalitieakkoord haalt de deadline vijf jaar naar voren: in 2030 moet de vijftig procent reductie zijn bereikt.

Het reductiedoel van 50 procent in 2030 (ten opzichte van 2019) is geen toevallig getal: het is precies het streven dat Johan Remkes ruim een jaar geleden formuleerde in zijn rapporten als hoofd van de adviescommissie stikstof. Het kabinet-Rutte III, dat in 2019 door een uitspraak van de Raad van State werd geconfronteerd met de stikstofcrisis, mikte bij het opstellen van de Stikstofwet aanvankelijk op een reductiedoel van 26 procent in 2030. Om voldoende steun in de Eerste Kamer te halen, ging het doel omhoog naar 50 procent reductie – maar dan wel in 2035. De SP hielp de wet in ruil voor die toezegging aan een meerderheid. Nu is het doel dus alsnog 5 jaar naar voren gehaald - precies zoals Remkes het wilde.

Om dat doel te bereiken, komt er geld vrij. Volop. Bovenop de landbouwbegroting stelt het akkoord een bedrag van 25 miljard euro beschikbaar om de stikstofcrisis op te lossen. Het geld wordt uitgegeven tot 2035, waarvan het merendeel, twintig miljard, al in 2030 moet zijn uitgegeven. Het zijn duizelingwekkende bedragen als je nagaat dat de hele landbouwbegroting bij de aanvang van Rutte III uitkwam op minder dan 1 miljard euro per jaar.

En ook plannen zijn er volop. Voor iedere partij zit er iets tussen. Een grondbank voor boeren die hun bedrijf willen verplaatsen (CDA). Nadruk op nieuwe verdienmodellen voor boeren (VVD). Kringlooplandbouw, om natuurlijk voer voor beesten en natuurlijke mest op het land te stimuleren (D66). Maar wat al die plannen bijdragen aan de stikstofreductie, dat blijft onduidelijk.

Concrete stikstofplannen zijn schaars, maar het landschap gaat er heel anders uitzien als het aan het coalitieakkoord ligt. De boer van de toekomst wordt extensiever en innovatiever en doet aan kringlooplandbouw. Hij voedt zijn beesten natuurlijk voer en strooit natuurlijke mest over zijn land uit. Bovendien komt er een grondbank voor boeren. Dit plan komt uit de koker van CDA. Het moet er voor zorgen dat boeren die dichtbij natuurgebieden liggen de kans krijgen om te verhuizen naar meer geschikte landbouwlocaties. Het idee is dat jonge boeren zo gestimuleerd worden om door te gaan met hun agrarishe bedrijf.

De coalitiepartijen willen de indruk vermijden van een kille sanering. Over een halvering van de veestapel, zoals D66-Kamerlid Tjeerd de Groot in de afgelopen jaren voorstelde, gaat het niet. Ook het woord dwang valt in de hele stikstof- en landbouwparagraaf niet.

Boeren dwingen om te stoppen met hun bedrijf ligt politiek zeer gevoelig. Toen afgelopen zomer uitlekte dat het Planbureau voor de Leefomgeving in opdracht van de ministeries van Landbouw en Financiën uitzocht wat het kostte om honderden, of misschien zelfs duizenden, boeren dichtbij kwetsbare natuurgebieden te onteigenen, zorgde dit voor veel onrust in de sector. Een advies van de landsadvocaat kort daarop om de vergunningen in te trekken van boeren die veel stikstof uitstoten, zorgde voor nog meer woede onder boeren. Dat wilden de vier coalitiepartijen deze keer voorkomen. Wat in meer bedekte termen wel in het regeerakkoord staat, is dat op de plekken waar de stikstofschade zó groot is „vrijwilligheid niet langer vrijblijvendheid betekent”. Dat komt in de praktijk neer op één ding: dwang.

Liever spreken VVD, D66, CDA en de ChristenUnie van „een brede aanpak” die de landbouw moet transformeren. Die aanpak moet niet alleen een einde maken aan de stikstofcrisis, maar moet ook de Nederlandse waterkwaliteit verbeteren, aangetaste natuurgebieden herstellen én zorgen voor meer biodiversiteit – een grotere verscheidenheid aan planten en beestjes. Dat moet per gebied bekeken worden.

Zo’n gebiedsgerichte aanpak is geen gekke keuze. Bij de waterkwaliteit en de biodiversiteit gelden net als bij stikstof Europese richtlijnen die Nederland nu niet haalt. Daar zou een nieuwe juridische afgang dreigen, net nu die voor stikstof wordt opgelost. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelde deze zomer al vast dat het zinloos zou zijn om voor al deze problemen een afzonderlijke aanpak te maken. Bundel liever het beleid, zei het PBL, en kijk liever per regio hoe groot de schade is en wat nodig is.

Maar de regionale aanpak heeft voor de coalitie ook een puur politiek voordeel. Niet het Rijk, maar de provincies moeten straks de crises van de natuur oplossen. Provincies zullen plannen moeten indienen, Den Haag wordt de toezichthouder die hen daarbij zal beoordelen en royaal zal financieren. Het gevolg kun je uittekenen: hoe meer de macht naar de provinciehuizen verschuift, hoe minder het verhitte debat over stikstof en dwang zich in de schijnwerper afspeelt.

en