Hoe wil Rutte IV het vertrouwen van de burger en van de ‘constructieve’ oppositie terugwinnen?

Vertrouwenscrisis De coalitiepartijen zien een vertrouwenscrisis tussen burger en politiek, en willen die verkleinen. De „democratische rechtsorde” heeft „barsten opgelopen”, vooral door de Toeslagenaffaire.

Toeslagenouders moeten „rust en duidelijkheid” krijgen.
Toeslagenouders moeten „rust en duidelijkheid” krijgen. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het is de rode lijn van dit akkoord: de coalitiepartijen zien een vertrouwenscrisis tussen burger en politiek, en willen die verkleinen. De „democratische rechtsorde” heeft „barsten opgelopen”, vooral door de Toeslagenaffaire, waarin tienduizenden burgers ten onrechte als fraudeurs werden weggezet. Het gecompliceerde toeslagenstelsel wordt afgeschaft. Althans, dat is de „ambitie”. Vooral D66 en ChristenUnie hebben hierop aangedrongen. Voor nu komt er al wel een simpeler systeem van goedkopere kinderopvang. Het nieuwe kabinet streeft naar „rust en duidelijkheid” voor toeslagenouders, maar wil geen valse hoop wekken: de compensatie voor getroffenen „zal zeker tot 2023 lopen, en mogelijk langer”. Ook bij de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen wordt „spoedig perspectief geboden”, belooft het nieuwe kabinet. Indien nodig met extra geld.

De formatie verkeerde maandenlang in een impasse, juist door deze vertrouwenscrisis. Het derde kabinet-Rutte viel in januari om de Toeslagenaffaire. De aanjager van deze kwestie, toenmalig CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, bleek onderwerp van gesprek in de formatie. D66, CDA en ChristenUnie steunden in april een motie van afkeuring tegen Rutte, en met name de ChristenUnie was scherp in de afwijzing van de premier, die als het gezicht van een oude bestuurscultuur werd gezien.

In het akkoord staat dat de partijen „een andere politieke cultuur” nastreven, waarbij ze zich zullen richten op „constructieve partijen”, zoals PvdA, GroenLinks, Volt of SGP. De controlerende taak van de Kamer wordt versterkt, met investeringen in de ondersteuning van parlementariërs.

Eerder dit jaar was er brede steun voor een motie van Jesse Klaver (GroenLinks) en Lilianne Ploumen (PvdA) over het versterken van de rechtspositie van burgers, onder meer door meer te investeren in sociale advocatuur, uitvoeringsorganisaties en controlerende organen als de Nationale Ombudsman of de Algemene Rekenkamer. Het is opvallend hoeveel er van die motie in het nieuwe coalitie-akkoord terecht is gekomen. Hierbij speelt mogelijk ook mee dat het aanstaande kabinet geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer, en maar over een kleine meerderheid in de Tweede Kamer beschikt, en dus vaak een beroep zal moeten doen op wat het de ‘constructieve’ oppositie noemt.

Er moet „een duidelijker scheiding tussen Tweede Kamer en kabinet” komen, staat in het akkoord. Ook komt er meer ruimte voor „feitelijke informatie-uitwisseling” tussen ambtenaren en Kamerleden. De roulatie van topambtenaren wordt verlaagd, zodat hun expertise minder snel verloren gaat.

Juist op het gebrek aan dualisme in Rutte III was de laatste jaren veel kritiek. Vooral het vaste coalitieoverleg op maandag kreeg het te verduren, omdat daarin elk mogelijke discussie bij voorbaat gesmoord zou worden. Rutte beloofde dit af te schaffen. In het coalitie-akkoord wordt hier niet op ingegaan.

In het akkoord staat ook: „Wij keren ons af van retoriek die is gericht op het beschadigen van personen en zullen ons uitspreken tegen kwetsend en dreigend taalgebruik.”

Dit is een reactie op de verharding van het maatschappelijke en politiek debat. Vorige maand ontstond grote ophef toen FVD dreigde om politieke tegenstanders voor „tribunalen” te slepen. Onlangs gebruikte D66-leider Kaag haar spreekrecht in een rechtszaak tegen een van haar vele bedreigers.

Uitvoeringsorganisaties, die rechtstreeks met burgers in contact staan, worden versterkt. „De overheid die wij voor ons zien heeft oog voor de menselijke maat, is begrijpelijk, bereikbaar en aanspreekbaar voor inwoners, en herstelt op die manier het vertrouwen.” Er komen ook „anti-discriminatierechercheurs” om de aangiftebereidheid tegen institutioneel racisme en etnisch profileren te vergroten. Ook wordt er beter gekeken naar de uitvoerbaarheid van wetten, al na één jaar komt er een evaluatie, om te voorkomen dat uitvoeringsorganisaties in de problemen raken. Zij krijgen meer „beslisruimte” voor als de gevolgen van wetten „onevenredig groot” blijken te zijn. De drempel voor burgers om naar de rechter te stappen wordt verlaagd, onder meer door verlaging van de griffierechten en versterking van de sociale advocatuur.