Een buitenechtelijke verhouding maakt meer kapot dan je lief is

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over paardenliefde, herinneringen en sm-ontmoetingen met Margreet.

1. Camiel Boomsma: Brieven aan de meesters

Hoe breng je muziek van Chopin, Wagner of Ravel onder woorden? Internationaal geprezen pianist Camiel Boomsma begon, toen de pandemie het muziekseizoen stillegde, te schrijven over ‘alles wat hij in zijn bestaan als musicus ‘geleerd, ontdekt en gekoesterd’ heeft. Het resulteerde in zestien innemende brieven aan zijn favoriete componisten – alleen Wagner kreeg er twee – waarvan hij een indrukwekkende podcastserie maakte voor NPO Radio 4. Nu is er het gelijknamige boek, Brieven aan de meesters, waarin niet alleen de brieven staan maar ook per componist een heel persoonlijk verhaal over wat de muziek met Boomsma doet.

Lees ook: Pianist Camiel Boomsma: ‘Componisten zijn mensen, geen buiksprekers van God’

Er is slecht één vrouw die een brief krijgt – aan de Amerikaanse Amy Beach (1867-1944) die na haar huwelijk op haar achttiende nog maar twee keer per jaar mocht optreden. Zij bleef gelukkig wel componeren en Boomsma vraagt haar: ‘Voelde u zich wel erkend?’ Het Largo con dolore uit Beach’ vioolsonate onderstreept haar genialiteit schrijft Boomsma: ‘De frases zijn van een magische lengte, het deel betovert en is van een gewaagd lange duur. Bijna tien minuten meesterschap.’ Aan Gustav Fauré schrijft hij dat ‘ware schoonheid bestaat voor diegene die er voor openstaat’ – met de reflecterende mooie woordenschat van Boomsma krijgt de lezer, de luisteraar, daar in ieder geval alle mogelijkheid toe.

Camiel Boomsma: Brieven aan de meesters. Uitgeverij IJzer, 104 blz. € 20,00

2. Jane Smiley: Een winter in Parijs

De Amerikaanse schrijfster Jane Smiley, winnaar Pulizer Prize for Fiction (1992), wandelde ruim tien jaar geleden met haar man langs het Place du Trocadéro in Parijs en bedacht hoe leuk het zou zijn te schrijven over een paard – Smiley fokte zelf paarden – dat zijn stal ontvluchtte en terecht kwam in Parijs. Het idee werkte ze uit in Een winter in Parijs: de warmbruine vos Peres, een driejarig renpaard, verlaat uit nieuwsgierigheid de stal en ontmoet in Parijs eerst een hond, daarna een wijsneuzerige raaf, twee wilde eenden (Sic en Nancy vernoemd naar het ongelukkige liefdesduo Sid Vicious van de Sex Pistols en zijn vriendin Nancy Spungen) en twee ratten. Met mensen hebben ze nauwelijks contact alleen, of vooral, met het jongetje Étienne dat bij zijn blinde overgrootmoeder woont en hen de winter doorhelpt. Andere mensen spelen een kleine rol: een groenteman bij wie ze op leuke manier boodschappen kunnen doen, het meisje van de banketbakker en de opzichter van de Champ de Mars. Op de omslag – net als bij De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy – leent men te gemakkelijk het voorbeeld van een A.A. Milne-achtige tekening zoals we die kennen van Winnie the Pooh. Verder vernoemde Smiley het paard in het verhaal naar haar eigen paard Paras dat haar inspiratiebron was; de vertaler maakte er Peres van omdat dat wellicht een leukere afkorting is van de volledige naam Perestroika? Slordig dat op de achterkant van het boek nog steeds staat dat het verhaal over Paras gaat. Kleinigheidje, want verder mooi geschreven verhaal zonder diepere betekenis waarin dieren kunnen praten en mensen van dieren houden.

Jane Smiley: Een winter in Parijs. (Perestroika in Paris). Vertaling Nan Lenders. Nieuw Amsterdam, 240 blz. € 22,99

3. Hans Muiderman: De lunchroom

De Haagse schrijver Hans Muiderman onderzoekt in zijn verhalen en romans hoe herinneringen werken, hoe ‘vals en vervormd’ ze zijn. In het sterk opgebouwde De lunchroom doet hij hetzelfde; de jonge vader Freek zit dagelijks in een Haagse lunchroom te schrijven over zijn grootvader. Hoe herinnert hij zich de man bij wie hij en zijn moeder inwoonden. Het begint met gewone herinneringen uit een Haagse buurt: Freek lag soms op de gang te slapen voor de deur van zijn grootvaders kamer. Hij zag onder de drempel de zolen van zijn grootvaders schoenen. Zijn grootvader was zijn held – ook wel bij gebrek aan een vader misschien. Die had het huis verlaten met een grote koffer in zijn hand. Hij zei tegen Freek: ‘Het is niet wat je denkt’. Andere uitleg kwam er, in zijn herinneringen, niet. Wel waren er nog de herinneringen aan de huisarts Oorthuis – hoe deze man gezag uitstraalde en dat zijn moeder slechts ja en amen zei. (Wij hadden vroeger in Den Haag ook een huisarts Oorthuys – indrukwekkende man die je op zijn woord geloofde.) Om die herinneringen te onderzoeken, keert Freek terug naar het huis waar hij zelfs weer op de gang gaat liggen, waardoor hij herinneringen van een volwassene stapelt op zijn eerdere jeugdherinneringen. Maar ‘herinneringen houden zich niet aan chronologie’, schrijft Muiderman. Dat maakt het voor de lezer en voor Freek verwarrend. Als hij bewijzen vindt, betreft het een feit en waar leemtes zijn doet hij een beroep op zijn verbeelding. Het onverwachte zwarte einde maakt van de novelle een cryptische puzzel die alleen door het geheugen ontleed lijkt te kunnen worden. Dat doet Muiderman uiterst zorgvuldig; hoe een warme jeugdherinnering kan eindigen in een dramatisch oorlogsdocument.

Hans Muiderman: De lunchroom. In de Knipscheer, 120 blz. € 16,50

4. Sarah Crossan: Tussen ons

Na verschillende jeugdromans heeft de Ierse schrijfster Sarah Crossan (1982) nu een bizar en in literair opzicht gewaagd boek voor volwassenen geschreven. In Tussen ons heeft notaris Ana een buitenechtelijke affaire met architect Connor. Na een van de vele ruzies in de drie jaar dat ze met elkaar omgaan, waarin Ana hem nogmaals smeekt zijn vrouw te verlaten, loopt Connor boos de deur uit. Kort daarna wordt Ana, als zijnde hun notaris, gebeld door zijn vrouw Rebecca: Connor is aangereden en verongelukt. De drie afgelopen jaren worden vanaf het eerste begin in detail beschreven in losse plukjes tekst van steeds een regel of drie die zo uit haar agenda afkomstig lijken. Dat Ana ook nog moeder is, blijkt in het verhaal slechts een heel enkele keer. Bijvoorbeeld toen ze dacht een beroerte te hebben gehad; Connor zei dat het wel mee zou vallen terwijl Ana dacht aan haar zoon. (‘Ik moest aan Jon denken. Waarschijnlijk zou hij mij later niet eens meer herinneren als ik die nacht dood ging.’) Conclusie: een minnaar vertrapt niet alleen het huwelijk maar ook de liefde voor de eigen kinderen. Ana benoemde zichzelf op slinkse wijze tot executeur testamentair waardoor ze weduwe Rebecca helpt bij het afhandelen van het testament zonder dat die ook maar iets door heeft. Het verschrikkelijke dubbelspel in verschillende bedrijven is na Connord dood nog niet klaar want iemand moet Ana stoppen – zou je denken.

Sarah Crossan: Tussen ons. (Here is the Beehive). Vert. Sabine Mutsaers. Signatuur, 276 blz. € 20,99

5. Margreet Dolman & Dominee Gremdaat: Het vrolijke winterboek

‘Ik heb zin in een geestelijk warme decembermaand. Ik heb zin in eten en drinken, in uitslapen en lachen. Ik heb zin om geen problemen te maken. En als ik problemen zie aankomen, wil ik ze zo gauw mogelijk wegwuiven.’ Met dit citaat is de toon gezet van Het vrolijke winterboek van Margreet Dolman en Dominee Gremdaat. Voor het boek schreef Paul Haenen nieuwe verhalen die werden aangevuld met stukken en gedichten uit eerder werk. Zelfs recepten worden niet geschuwd, van kroketten met friet en appelmoes tot hele diners. De schijnbare lichtheid van het bestaan in de verhalen, gedichten en sketches blijft behouden, al is Dolman een eenzame, dolende ziel, bij wie Kerst vaak ontaardt in extreme situaties. Schreeuwruzies aan de kerstdis, sm-ontmoetingen met Frans, treurige korte affaires, het overkomt haar, maar ze krabbelt altijd weer op. Dit zou ook een psychologiehandboek voor pathologisch ongelukkige mensen kunnen zijn – al zijn de verhalen daar dan weer net te ‘vrolijk’ voor.

Margreet Dolman & Dominee Gremdaat: Het vrolijke winterboek. Meulenhoff, 284 blz. € 25,00

6. Mieke Kerkhof: Eerst kijken, dan kunnen we altijd nog zien

De bundel Eerst kijken, dan kunnen we altijd nog zien is een keuze uit de columns die gynaecoloog Mieke Kerkhof schreef voor het Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie en Gynaecologie (NTOG). Kerkhof is onder lezers van NRC misschien vooral bekend van haar inzendingen voor de Ikjes-rubriek – veelal over haar patiënten in het ziekenhuis –, in haar columns leren we ook de vrouw achter de gynaecoloog kennen. De vrouw die graag over haar jeugd in Enter in Twente schrijft, over haar ouders en zussen, over haar vrouw Wil – ‘die andere mevrouw Kerkhof’ – en over haar bonus (klein-)kinderen. Soms is alleen niet duidelijk wat vakantie- of verhuisverhalen met obstetrie of gynaecologie te maken hebben. Waar ze bij de ikjes binnen enkele zinnen tot de kern moest komen, geven de columns haar meer ruimte en laat Kerkhof zien dat ze naast snedig, ook serieus kan zijn. Ze schrijft dan over te volle wachtkamers, de liefdevolle bejegening van patiënten met het Down-syndroom of over de eisen waaraan een gynaecoloog in opleiding volgens haar collega’s zou moeten voldoen. Daarbij schroomt Kerkhof niet haar eigen handelen kritisch tegen het licht te houden; wat er dreigt als je ‘bevriend’ raakt met een patiënt of wat er mis gaat als je mobiele nummers uitwisselt.

Mieke Kerkhof: Eerst kijken, dan kunnen we altijd nog zien. Fontaine uitgevers, 142 blz. € 15