D66 krijgt haar zin met een hoger klimaatdoel, de VVD met plannen voor kerncentrales

Klimaat De nieuwe minister voor Klimaat en Energie kan aan de bak, want het nieuwe kabinet-Rutte IV komt met klimaatdoelen die Nederland in de Europese voorhoede brengen.

Met grote uitstoters worden klimaatafspraken gemaakt.
Met grote uitstoters worden klimaatafspraken gemaakt. Foto Lex van Lieshout/Hollandse Hoogte

De nieuwe minister voor Klimaat en Energie kan aan de bak, want het nieuwe kabinet-Rutte IV komt met klimaatdoelen die Nederland in de Europese voorhoede brengen. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen circa 60 procent lager liggen dan in 1990. Om dat te bereiken zijn veel nieuwe maatregelen noodzakelijk, want het Klimaatakkoord uit 2019 had als doel om de uitstoot met 49 procent te verminderen. En onlangs bleek dat die 49 procent met het huidige beleid nog niet binnen bereik is.

Dat het nieuwe kabinet de uitstoot van CO2 met 60 procent wil verminderen in 2030, is een overwinning voor D66. Die wilde als enige van de vier coalitiepartijen verder gaan dan het Europese doel van 55 procent reductie in 2030. Maar het hogere doel komt níét in de Klimaatwet: daar blijft het bij 55 procent. Om de uitstoot te verminderen, wil de coalitie één-op-één afspraken maken met de grootste industriebedrijven van Nederland. Daar pleit het CDA al langer voor. Die bedrijven krijgen subsidie om hun productieproces te vergroenen. Tegelijk wordt de CO2-heffing verhoogd voor deze industriebedrijven, een wens van D66.

Ook de Klimaatwet wordt aangescherpt. De norm in de wet wordt een uitstootreductie van ten minste 55 procent en dus niet 60 procent. Daarmee komt de wettelijke eis in lijn met de doelen van de Europese Unie die deze zomer zijn gepresenteerd. Om deze nationale doelen te halen wordt, naar Brits voorbeeld, een onafhankelijke wetenschappelijke raad ingesteld die beleid moet beoordelen en adviseren.

Om de industrie sneller te vergroenen worden met de grootste uitstoters, zoals Tata Steel en de raffinaderijen in de Rotterdamse havens, specifieke bindende klimaatafspraken gemaakt. Ook moeten Nederlandse industriebedrijven meer gaan betalen voor hun uitstoot dan in andere Europese landen. Dat gebeurt door een heffing te leggen op de zogeheten ETS-rechten die bedrijven moeten bezitten om CO2 uit te mogen stoten. Ook komt er een bodemprijs van die ETS-prijs in Nederland, zodat de uitstoot nooit te goedkoop wordt.

Om de uitstoot na 2030 te beperken gaat het kabinet de bouw van twee kerncentrales voorbereiden en blijft de enige centrale in Nederland, in Borssele, open. Zonder subsidie zullen die centrales er niet komen, daarom gaat het kabinet voor de periode tot 2030 uit van 5 miljard euro steun.

Met het vooruitzicht van twee nieuwe kerncentrales wordt voldaan aan de wensen van VVD en CDA. Met name op initiatief van voormalig VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff staat uitbreiding van kernenergie sinds twee jaar weer op de politieke agenda. Zowel ChristenUnie als D66 zijn daarover veel minder enthousiast. De partij van Sigrid Kaag hield de optie in haar verkiezingsprogramma wel open, maar daarbij werd expliciet gesteld dat eventuele plannen niet op (financiële) steun van de overheid konden rekenen. In het akkoord wordt nu tot 2030 rekening gehouden met een financiële bijdrage van 5 miljard.

De daadwerkelijke bouw van kerncentrales is de afgelopen jaren nooit een serieus punt geweest in het kabinetsbeleid, door onvoldoende steun binnen de regeringscoalities. Dat geldt ook voor de invoering van rekeningrijden. Met de voorbereiding daarvan wordt door Rutte IV ook een begin gemaakt. Vóór 2030 hoeft er nog niet voor afgelegde kilometers te worden afgerekend. De nog bestaande tolwegen in Nederland, zoals de Westerschelde-tunnel, behoren met de invoering van rekeningrijden tot het verleden.

Het kabinet-Rutte III sloot invoering van rekeningrijden expliciet uit, wat volgens velen cruciaal is bij het vergroenen van het verkeer. Nu wordt er wel gewerkt aan het in rekening brengen van de afgelegde autokilometers, waarvan D66 en ChristenUnie voorstander zijn. VVD wilde alleen invoering van een heffing voor elektrische auto’s. Het coalitieakkoord gaat nu uit van „betalen naar gebruik in 2030”.

De benodigde financiële middelen voor het ambitieuze klimaatbeleid komen onder meer uit het klimaatfonds dat de komende tien jaar voor 35 miljard euro aan investeringen moet zorgen. Dat geld wordt onder meer gestoken in het versterken van de energie-infrastructuur, zoals het elektriciteitsnet, leidingen voor waterstof en warmtenetten.

Het massaal isoleren van huizen wordt ook betaald uit dat klimaatfonds. Tot 2030 gaat het om 3,35 miljard euro. Mensen met een bescheiden inkomen die eigenaar van een slecht geïsoleerd huis zijn worden actief door de overheid benaderd.

Er komt een Nationaal Isolatieprogramma dat in de komende drie jaar op 540 miljoen euro kan rekenen. Tot 2030 is er zelfs 3,3 miljard euro beschikbaar om huizen naar een hoger energielabel te brengen. Dat is koren op de molen van ChristenUnie die pleitte voor energiebesparing en de inzet van „isolatiebrigades”. Mensen met de slechtst geïsoleerde woningen, en met een bescheiden inkomen, worden actief benaderd. Verder moeten bezitters van huurwoningen die slecht zijn geïsoleerd maatregelen nemen. Zoals vooral het CDA bepleitte, wordt de verhuur van slecht geïsoleerde woningen op termijn zelfs verboden.

In de afgelopen kabinetsperiode stond vooral het volledig gasvrij maken van woonwijken voorop, maar dat lijkt nu niet meer zaligmakend. Nu wordt een snelle introductie van de zogeheten hybride warmtepomp gestimuleerd, met geld (900 miljoen) en met verplichtingen voor leveranciers. Zo’n warmtepomp maakt alleen op heel koude dagen nog gebruik van gas.