Een mildere toon, maar een hard terugkeerbeleid: dit zijn de migratieplannen van het nieuwe kabinet

Migratie Mildere toon, maar terugkeerbeleid blijft hard.

Een Syrische familie en een man uit Somalië wachten op de bus bij het azc in Ter Apel.
Een Syrische familie en een man uit Somalië wachten op de bus bij het azc in Ter Apel.

Het nieuwe kabinet slaat in het coalitieakkoord een duidelijk mildere toon aan op het gebied van migratie dan het kabinet-Rutte III. Migratie moet „gestructureerd” verlopen, het nieuwe kabinet wil er „meer grip” op krijgen. Om dat voor elkaar te krijgen gaat het onderzoeken of het kan gaan werken met een „richtgetal” naar Duits model. Dit betekent dat er vooraf wordt gekeken hoeveel migranten er jaarlijks Nederland binnen mogen. Tegelijk wil het kabinet ook legale migratie verbeteren.

Migratie is een onderwerp waarop de ideeën van de vier partijen sterk uiteen lopen. De VVD en ook het CDA zijn strenger, D66 en de ChristenUnie pleiten juist voor een ruimhartiger opvangbeleid. „Grip krijgen” is een term die vaak viel. Geen van de partijen noemt in hun verkiezingsprogramma’s aantallen, al schreef de ChristenUnie „géén beperkend quotum” te willen. CDA’er Hugo de Jonge zei vorig jaar in een interview dat hij 80.000 migranten per jaar te veel vond.

Net zoals in de vorige kabinetsperiode zal het kabinet inzetten op afspraken met derde landen „om migratiestromen te beheersen en terugkeer te realiseren”. Het idee is dat andere landen hun eigen inwoners terugnemen, als zij zijn uitgeprocedeerd in Nederland, of dat zij migranten opvangen die naar Europa willen (opvang in de regio).

Wat eerder ‘migratiedeals’ heette, wordt in het coalitieakkoord „afspraken met derde landen” genoemd. Het is een manier om migranten nog voor het betreden van Europees grondgebied te weren, en om daar te kijken of ze recht hebben op asiel in Europa. De VVD wilde migratieafspraken als harde voorwaarde stellen om ontwikkelingshulp te krijgen, of toegang tot de Europese markt. In dit akkoord is een tussenvorm gevonden.

In ruil daarvoor wil het nieuwe kabinet betalen of afspraken maken, bijvoorbeeld op het gebied van handel of door tijdelijk legale arbeidsmigratie toe te staan. Het kabinet verbindt daar ook een drukmiddel aan: als landen niet willen meewerken, kan Nederland visa voor bijvoorbeeld arbeidsmigratie juist weigeren.

Om de asielketen in eigen land op orde te krijgen, investeert het nieuwe kabinet jaarlijks 200 miljoen euro extra in de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en in het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Beide organisaties kampen met grote tekorten. Zo is er nu zo’n groot gebrek aan opvangplekken voor asielzoekers dat mensen langdurig in noodvoorzieningen verblijven, terwijl die daar niet geschikt voor zijn. Asielprocedures moeten sneller en zorgvuldiger. En wie mag blijven, moet sneller kunnen beginnen met integreren.

Arbeids- en kennismigratie van buiten de EU ziet het nieuwe kabinet als „hard nodig” voor verschillende bedrijven en sectoren. Er moet „meer structuur” komen in arbeidsmigratie en misstanden moeten worden tegengegaan.

Het aantal vluchtelingen dat Nederland via de Verenigde Naties wil hervestigen loopt op van 500 tot 900. Het is een duidelijk winstpunt van de VVD, de strengste van de vier partijen op het gebied van migratie. D66 en de ChristenUnie schreven in hun verkiezingsprogramma jaarlijks 5.000 mensen te willen opnemen.

Om terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers te verbeteren, wil het kabinet de meldplicht aanscherpen en in asielzoekerscentra onderwijs aanbieden in de taal van herkomst. De Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV), die de afgelopen jaren als pilot werd uitgevoerd in vijf steden, wordt landelijk uitgebreid. De LVV’s zijn bedoeld om uitgeprocedeerde asielzoekers te begeleiden bij terugkeer naar het land van herkomst.