Recensie

Recensie Theater

Aangeboden op Marktplaats: ‘man die nog wel even meegaat’. De toneelteksten van Jibbe Willems zijn geestig en meedogenloos

Theaterboek In ‘De Dikke Jibbe’ toont Jibbe Willems zich een veelzijdig toneelschrijver die voortdurend taal en vorm naar zijn hand zet. Het maakt zijn werk zeer aantrekkelijk voor theater- én taalliefhebbers.

Jibbe Willems schept personages die onhebbelijk zijn maar waar je toch van gaat houden
Jibbe Willems schept personages die onhebbelijk zijn maar waar je toch van gaat houden Foto Judith ZwikkerJudith Zwikker

‘Pijn is what happens while you’re busy making other plans”, constateert een van de personages in Burgerlijke schemering droogjes. Twee vrouwen proberen de klappen die het leven uitdeelt te pareren. Dat doen ze onder andere door op Marktplaats een man aan te schaffen. De man heeft nog wel „wat goede jaren in zich”, aldus de vorige eigenares: weinig kilometers en altijd op gezette tijden gewassen (ook „in de plooitjes en onder het velletje”).

In de droogkomische terloopsheid waarmee de personages hun zeer onalledaagse daden motiveren, is Burgerlijke schemering van theaterauteur Jibbe Willems op Pintereske wijze absurd. Willems schept personages die onhebbelijk zijn maar waar je toch van gaat houden. Ze keuvelen over de bladluis in de sanseveria, voeren semantische discussies en eigenen zich geur en blikvelden in de kamer toe. De tweedehands man aanschouwt de boel aanvankelijk gelaten en onderdanig – al declameert hij, wanneer hij alleen is, heimelijk romantische sonnetten vol ingehouden verlangen. Uiteindelijk kunnen de personages hun façade van beschaving niet volhouden, en vinden daarin misschien juist bevrijding.

Lees dit interview met o.a. Jibbe Willems: De toneelschrijver is veronachtzaamd

Zilverstipsels

Jibbe Willems (44) is niet alleen een van de meest productieve toneelschrijvers van Nederland, maar ook een van de veelzijdigste. Dat bewijst de fraai vormgegeven bundel (bijna 700 pagina’s, met harde kaft én lintje!) Je kan je niet verstoppen door je ogen dicht te doen – kortweg: ‘De Dikke Jibbe’ –, met daarin 14 toneelteksten die Willems tussen 2005 en 2020 schreef. In totaal schreef hij in die periode 90 stukken. Zijn oeuvre omspant avondvullend toneel voor gerenommeerde theatergezelschappen, korte monologen, libretto’s en jeugdtheater. Voor de tekst van de zesplusvoorstelling Jabber kreeg Willems in 2019 een Gouden Krekel, de belangrijkste prijs in het jeugdtheater.

Jibbe Willems

Foto Stephan Vanfleteren

Willems is een schrijver die je niet op een signatuur kan betrappen: per werk zoekt hij naar een andere vorm en geeft hij zijn personages volstrekt andere taal. Hij durft daar ver in te gaan: in meerdere stukken construeerde hij zelfs een volledig fictieve taal. In Eindland, waarin twee personages na een apocalyps opnieuw de wereld verkennen, is die archaïsch en poëtisch: sterren zijn ‘zilverstipsels’ en onzin is ‘pruts!’. Voor Kaapdiegoeiekoop bedacht Willems een ‘neokoloniale taal’ voor de protagonist: een mengvorm van onder andere Papiaments, Sranantongo en Afrikaans („vlamme skroeie i mi nek, bloed i mi bek”) en het vrolijke Jabber heeft een Koeterwaalse mengelmoes met flarden van allerlei buitenlands.

Jager of prooi

De bundel opent met het tweeluik TestosterTony en Lola – twee korte, zinnelijke werken over seksuele drift, waarin Willems zich afvraagt wie nu eigenlijk de jager is en wie de prooi. Hij voert twee mannen op die strijden om een vrouw: eerst in taal, vervolgens in (dé) daad en ten slotte in een effectief gevecht. Het opbiedende kemphanengedrag is even smakelijk als walgelijk, en geeft feilloos de wederzijdse afhankelijkheid van man en vrouw weer. Willems goot de schaamteloze verlangens van zijn personages in een ritmische dialoog, volledig op rijm, waarmee hij een boeiend contrast opwierp tussen het esthetische taalconstruct van zijn personages en hun instinctieve, wellustige motieven.

Wat in meerdere stukken opvalt, is de zintuiglijkheid die Willems zijn personages meegeeft: via een rijk palet aan geuren, smaken en gedetailleerde beelden werkt hij vaak naar onverwacht poëtische observaties toe. Bijvoorbeeld in het zeer korte monodrama Spuug, geschreven in 2020 als reactie op de eerste corona-uitbraak, waarin een jonge vrouw met alles wat ze in zich heeft, hunkert naar speeksel, snot en sperma – oftewel: „iemand om in weg te kruipen”.

Ook in vorm zoekt hij naar uitersten. The Truth About Kate is een dramatekst die vermomd is als documentaire, inclusief voice-over. Vanuit verschillende perspectieven wordt het leven van een popster gereconstrueerd, in een verwoede poging haar plotse dood te verklaren. Gretig vertellen diverse mensen hun versie van het leven van Kate: haar moeder, een popjournalist, haar ex-man. Er is een commercial en een slechte talkshow, waarin jeugdvrienden bazelen over de jeugd van Kate. Die vorm is exemplarisch: licht sensationeel en vooral tomeloos subjectief. Wat er uiteindelijk met Kate is gebeurd, blijft onduidelijk, maar weerhoudt de speculerende massa er niet van hun eigen waarheden te formuleren. Jibbe Willems toont dat mensen die praten over een ander, vooral veel weggeven over zichzelf.

Verweesd ronddolen

Prachtig is ook Waar het vlakke land gaat plooien: verstild roadtriptheater over terugkeren naar je heimat. Een jongen rijdt met zijn zwangere vriendin van Berlijn naar Heerlen, waar hij geboren en opgegroeid is en waar zijn moeder ligt te sterven, een plek die hij zo zorgvuldig probeerde te verlaten. Zijn toneelstuk De Poolse bruid (naar de gelijknamige film) is weer zeer prozaïsch in de manier waarop de personages hun eigen handelen en gedachten expliciet benoemen.

Het zijn theaterteksten die uitstekend overeind blijven als leestekst, maar dat geldt niet voor alle in de bundel opgenomen werken. Teksten als Pretpark (sinister jeugdtheater over geweldsdrift), Oscar en zijn moeder (over de haat-liefdeverhouding tussen ouder en kind) en Onvrouw (een groep vrouwen stuit op een hulpeloos hoopje mens: de man) blijven op papier erg rechttoe-rechtaan. Willems heeft soms de neiging om te veel in letterlijkheid te vervallen, en dat wreekt zich in deze stukken.

Het zijn de stukken waarin Willems creatief en eigengereid omgaat met vorm en taal die deze bundel aantrekkelijk maakt voor theater- én taalliefhebbers. Hij reflecteert op radicaliserende jeugd (Age of Rage), nepnieuws (The Truth About Kate), kolonialisme (Kaapdiegoeiekoop) en corona (Spuug), maar blijft meestal weg van letterlijke actualiteiten. Zijn thema’s zijn daardoor universeel en tijdloos: hunkering, drift, personages die verweesd ronddolen en zich geborgen willen weten door een ander. Met humor en mededogen observeert hij de ploeterende mens, die graag de ogen sluit maar daarmee niet aan zichzelf en de wereld om zich heen ontsnapt.