Amerikaanse erfgenamen van Mondriaan claimen schilderij

Roofkunst Het schilderij ‘Compositie met blauw’ werd in 1939 verkocht bij een Amerikaanse galerie die vaker door de nazi’s gestolen kunst verkocht. Erfgenamen van Mondriaan claimen het werk nu uit de collectie van een Amerikaans museum.

Piet Mondriaan, Compositie met blauw, 1926.
Piet Mondriaan, Compositie met blauw, 1926. Foto the Philadelphia Museum of Art.

De Amerikaanse erfgenamen van Piet Mondriaan zijn een rechtszaak begonnen tegen het Philadelphia Museum of Art. De erven claimen het schilderij Compositie met blauw (1926) van Mondriaan, dat door de nazi’s zou zijn geroofd. Dat heeft The Philadelphia Inquirer maandag gemeld.

Het schilderij, dat volgens de aanklacht zo’n 100 miljoen dollar waard is, werd in 1939 gekocht door de verzamelaar A.E. Gallatin. Hij kocht het bij de Buchholz Gallery in New York, een kunsthandel die vaker door de nazi’s gestolen kunst verkocht. Gallatin toonde het werk, met hulp en instemming van Mondriaan, in zijn tentoonstellingsruimte in de New York University. In 1952 schonk Gallavin het doek aan het Philadelphia Museum of Art, samen met een groot deel van de rest van zijn collectie.

Bevriende kunstenaar

Mondriaan, die in 1944 in New York stierf, heeft nooit bezwaar gemaakt tegen Gallatins eigendom van het schilderij. De Nederlands kunstenaar benoemde zijn vriend en collega-kunstenaar Harry Holtzman tot zijn enige erfgenaam. Ook Holtzman heeft het eigendom van Compositie met blauw nooit ter discussie gesteld. Holtzman stierf in 1987. Het is zijn dochter Madeline die het schilderij naar verluidt nu claimt.

Mondriaan voltooide het schilderij in 1926. Bijna onmiddellijk daarna werd het opgenomen in de collectie van het Hannover Museum. Daar namen de nazi’s het schilderij in 1937 in beslag, om het datzelfde jaar nog op te nemen in hun beruchte tentoonstelling van Entartete Kunst (‘gedegenereerde kunst’).

Kort daarna vluchtte Mondriaan van het Europese vasteland naar Groot-Brittannië, en in 1939 werd Compositie met blauw door de nazi’s te koop aangeboden aan Galerie Buchholz in Berlijn. Buchholz was een van de vier dealers die de voorkeur hadden van de Duitse autoriteiten voor het verkopen van in beslag genomen kunstwerken.