Opinie

Rusland moet niet zielig doen, einde Rijk was eigen keuze

Precies dertig jaar geleden maakte Jeltsin een einde aan de Sovjet-Unie. Zijn opvolger Poetin probeert die geschiedenis te wreken, signaleert .

Hubert Smeets

Zondag 8 december 1991 had ik, na een bezoek aan de theatervoorstelling M. Butterfly in de regie van Roman Viktjoek, mijn docente Russisch thuis in Moskou te gast. In een gangkast stond een telex. Groen als de Hulk spuwde die nieuws van AFP en TASS uit.

Nieuws was er die avond. En hoe. Eerder die dag bleek de Sovjet-Unie in een jachthut nabij Minsk door de drie staatshoofden Jeltsin (Rusland), Kravtsjoek (Oekraïne) en Sjoesjkevitsj (Belarus) te zijn opgeheven. Sovjetpresident Gorbatsjov was er buiten gehouden.

Het einde van de Sovjet-Unie liet mijn lerares koud. „Nou en”, zei ze. Een jaar eerder had ze net zo laconiek de Nobelprijs voor Gorbatsjov begroet: „Voor die eikel?”

Met die laatste kwalificatie is president Poetin het drie decennia later eens. Zie de documentaire Gorbachev. Heaven van de Russische cineast Vitali Manski. De (falende) hervormer van de Sovjet-Unie wordt in die film door Poetin als voetveeg behandeld.

„Nou en”, zegt Poetin allerminst. Hoe langer die „geopolitieke ramp” uit 1991 geleden is, hoe meer hij zijn voorgangers in het Kremlin wil wreken. Rusland is volgens hem namelijk de „rechtsopvolger” van de Sovjet-Unie. Dat staat sinds vorig jaar zelfs in de grondwet.

Dat vermeende erfrecht is juridisch gezien kletskoek. Toen elf Sovjetrepublieken op 21 december 1991 in de toenmalige hoofdstad van Kazachstan – Georgië en de Baltische landen deden niet mee – het eerdere besluit van Rusland, Oekraïne en Belarus in een nieuw Gemenebest verankerden, droegen ze de Sovjetboedel niet aan het Kremlin over. Ze spraken juist af dat alle staten het recht kregen op een eigen krijgsmacht, Oekraïne als eerste. Hetzelfde deden ze met ander staatsbezit. Spoorwegen, koopvaardijvloot of culturele erfgoederen werden proportioneel verdeeld. De afwikkeling van de staatsschuld werd overgedragen aan een bank onder auspiciën van Moskou én Kiev.

Zolang de kleinere ex-Sovjetrepublieken geen pretenties hadden en druk waren met opkrabbelen na het failliet van het imperiale communisme, was er weinig aan de hand. Maar toen Georgië en Oekraïne na hun ‘kleurenrevoluties’ van 2003/2004 met horten en stoten een eigen (internationale) koers gingen varen, was de boot aan.

In 2007 opende Poetin bij de Münchner Sicherheitskonferenz de aanval op de Pax Americana en dreigde hij Europa met koude voeten als Oekraïne niet naar het pijpen van Moskou zou dansen.

De intimidatie werkte. Europa durfde het in 2008 ineens niet meer aan om Kiev en Tbilisi toe te laten tot het voorportaal van de NAVO. Vier maanden later durfde Rusland het wel aan om een oorlogje met Georgië uit te vechten en het land op te knippen. In 2014 deed Moskou dat in Oekraïne dunnetjes over. Het Westen reageerde steeds bescheiden.

In de Russische staatsmedia is de geschiedenis van 8 december 1991 deze week niettemin gepresenteerd als „onwettig” of zelfs als „complot”. Deze slachtofferrol is misplaatst. Het was de Russische president die op 8 december zijn handtekening zette onder het doodvonnis van de Sovjet-Unie. Het was het in 1990 vrij gekozen Russische parlement dat vier dagen later met 188 stemmen voor en slechts 12 tegen instemde met de ontbinding ervan. Rusland is zelf verantwoordelijk voor de ondergang van zijn imperium.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.