Reportage

‘Ook een dode iep hoort bij Amsterdam’

Stadsplank Vroeger werden gerooide bomen vaak versnipperd. Zonde, vond de oprichter van Hout van je Stad. Hij maakte al 10.000 snijplanken van Amsterdamse bomen.

Tom Marcelis, oprichter van Hout van je Stad: „Hout is kostbaar en met enige fantasie kan het zich weer ‘thuis’ voelen in de stad.”
Tom Marcelis, oprichter van Hout van je Stad: „Hout is kostbaar en met enige fantasie kan het zich weer ‘thuis’ voelen in de stad.” Foto Jennifer Knuchel

„De jaarringen van een doorgezaagde boom vertellen een verhaal”, zegt Tom Marcelis (45), oprichter van Hout van je Stad, een initiatief om gekapte stadsbomen een tweede leven te geven, althans, „niet in de versnipperaar”.

In zijn werkplaats en atelier in Sloten is Marcelis omringd door hout: van over de lengte doorgezaagde boomstammen tot meubels en natuurlijk zijn fameuze stadsplanken – ofwel snijpanken in verschillende afmetingen en vervaardigd van uiteenlopende soorten hardhout als beuk, eik, els en es. Van die stadsplanken heeft hij er sinds de oprichting in 2014 nu tienduizend van Amsterdams hout gemaakt en nog eens vierduizend van hout uit andere steden, waaronder Rotterdam, Leiden, Lelystad en Almere. En de vraag is nog altijd groeiende.

Stadsplanken, gemaakt van Amsterdamse bomen. Foto Jennifer Knuchel

Iepenhoofdstad

„Amsterdam is de iepenhoofdstad van de wereld”, vertelt Marcelis, „maar als de iepen eenmaal door ouderdom, storm of stamrot gekapt moeten worden, dan wist tot voor kort eigenlijk niemand waar dat hout heen ging. De gemeente had weinig grip op het hout omdat in de contracten die met boomrooiers gesloten werden de opbrengst al in de deal besloten zat. De handelskanalen waarin het stamhout verkocht werd waren schimmig; een diffuus woud waar houtcowboys de dienst uitmaakten.”

Lees ook: Waar zijn de bomen uit Amsterdam gebleven?

Gelukkig heeft Amsterdam het inmiddels beter georganiseerd met het circulaire initiatief van een halfjaarlijkse veiling voor houtondernemers uit de stad, zegt Marcelis. „De iepen horen in en bij de stad, dus ook als ze gekapt zijn. Hout is geen afval waar je zo snel mogelijk vanaf moet; hout is kostbaar en met enige fantasie kan het zich weer ‘thuis’ voelen in de stad.” En, vraagt Marcelis zich af: „Waarom halen we als meubelmakers hout uit Rusland of de tropen, als we het gedeeltelijk zelf hebben?”

Het is een verdienste van Hout van je Stad dat zij het hout opkopen en een nieuwe bestemming geven, zonder dat het naar de versnipperaar hoeft. Er is duidelijk een kentering gaande. Uit elke boom haalt Marcelis zo’n 80 tot 100 stadsplanken.

Klimmen in bomen

Marcelis groeide op in de bossen van de Achterhoek en klom vanaf zijn vroegste jeugd in bomen, vooral de beuk was een geliefde klimboom. Van zijn opa, die bij de Gelderse Tramwegen werkte, leerde hij omgaan met gereedschap en materialen en van zijn moeder, docent handvaardigheid, leerde hij tekenen. Hij ging naar de middelbare technische school, studeerde landschapsarchitectuur, deed grafisch werk en kwam vervolgens in de meubelbouw terecht.

Foto Jennifer Knuchel

Ontwerpen en maken was zijn grootste wens, en in ‘lokaal hout’ vond hij daarvan de invulling. Marcelis: „Het is een heel proces voordat zo’n stadsplank er is. De lange planken die van de stam worden gezaagd moeten een half jaar drogen in de droogkamer, pas dan kan ik ze gebruiken. Als ze te vochtig zijn, trekken ze krom. Daarna ga ik schaven en glad schuren. Het schaafsel gaat naar de manege. Van de restjes hout die overblijven maken we mozaïekpatronen voor kastdeurtjes. Zo draagt Hout van je Stad bij aan een circulaire economie, iets wat ik al leerde van mijn grootvader. Onze familie was niet rijk, daarom moest alles eerst gerepareerd worden voordat we het eventueel zouden weggooien.”

Hij laat een doorgezaagde iep zien, die eens als object dienst deed in een expositie in de Amstelkerk. „Kijk, deze iep uit de Tweede van der Helststraat werd in 1978 geplant en in 2013 gerooid. Aan de jaarringen kun je zien dat de boom naarmate die ouder werd steeds langzamer is gaan groeien. Ze staan dicht op elkaar. Nadelige verkeersinvloeden en een steeds kleiner plantgat hebben waarschijnlijk zijn groei aangetast.” Zo vertelt elke boom óók het grotere verhaal van de stad. Dankzij een in elke stadsplank gegraveerde QR-code is dat ook terug te lezen: onder meer waar de boom stond en historische feitjes.

Naast het maken van snijplanken werkt Marcelis ook mee aan de renovatie van het VOC-schip ‘Amsterdam’ in Noord en ontwerpt hij meubels en tafels, onder meer voor een duurzaam vakantiepark in Limburg.

Kist Eberhard van der Laan

Zijn betrokkenheid bij de stad bleek uit de persoonlijke brief die hij stuurde aan wijlen burgemeester Eberhard van der Laan. Na het zien van de uitzending van Zomergasten in 2017 waarin Van der Laan over zijn ziekte vertelde, stelde Marcelis hem voor dat hij zijn kist zou maken. „Dat was wel bravoure van me”, zegt hij nu, „maar het kan toch niet zo zijn dat de burgemeester van Amsterdam de stad verlaat in een kist van tropisch hout?” De burgemeester heeft de brief nooit gelezen, maar vroeg in de ochtend na zijn overlijden belde op verzoek van Femke van der Laan het kabinet burgemeester met Marcelis. Of hij de kist kon maken, in drie dagen. Dat lukte. Van der Laans uitvaartkist was gemaakt van authentiek Amsterdams stadshout – een eik uit het Vondelpark.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.