‘Paars’ brengt het gesprek op gang

Inclusiviteit Met ‘Paarse Vrijdag’ proberen scholen ruimte te creëren voor leerlingen die anders zijn dan de meerderheid. Want homo- of biseksuele jongeren zijn over het algemeen nog altijd een stuk ongelukkiger dan hun medeleerlingen.

Scholieren zetten zich op Paarse Vrijdag in voor het normaliseren van seksuele en genderdiversiteit door in paarse kleding naar school te komen.
Scholieren zetten zich op Paarse Vrijdag in voor het normaliseren van seksuele en genderdiversiteit door in paarse kleding naar school te komen. Jean-Pierre Jans

Kan een scholier nog om Paarse Vrijdag heen, als die zou willen? Sinds 2010 organiseren scholen op de tweede vrijdag van december activiteiten rond seksualiteit en genderdiversiteit: marktkraampjes en muziek in de pauze, voorlichting en debatten. Docenten en leerlingen wordt gevraagd een paars kledingstuk aan te trekken, als teken dat ze lhbti’ers steunen.

Inmiddels lijkt de dag een begrip. Volgens lhbti-belangenvereniging COC, die Paarse Vrijdag-pakketten met vlaggetjes, posters en schmink uitdeelt, doen dit jaar zeker duizend middelbare scholen mee, 80 procent van het totaal, en steeds meer mbo’s. Na een proef vorig jaar doen dit jaar ook basisscholen mee, 1.500 in totaal. Op de scholen zitten volgens het COC een half miljoen leerlingen.

De meeste Paarse Vrijdagen worden georganiseerd door groepjes leerlingen verenigd in een ‘Gender & Sexuality Alliance’ (GSA), die activiteiten organiseert om lhbti-discriminatie tegen te gaan. Volgens het COC is het aantal GSA’s sinds 2009 toegenomen van twaalf naar duizend.

Maar wat betekenen die cijfers? Volgens een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat deze vrijdag uitkomt blijft het welzijn van homo- en biseksuele jongeren flink achter bij dat van hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. Ze voelen zich drie keer zo vaak ongelukkig, worden twee keer vaker gepest en hebben twee keer zo vaak psychische problemen. Die verschillen zijn tussen 2013 en 2017 (de laatst bekende cijfers) nauwelijks kleiner geworden.

Werkt Paarse Vrijdag wel? Of roept die misschien ook weerstand op? Bereiken de GSA’s wel de hele school? En zijn ze überhaupt actief?

Veel hangt af van een enkele enthousiaste leerling of leraar, blijkt uit een rondgang langs tien middelbare scholen en mbo’s.

Suikerspinnen en nagellak

Marketingstudent Sawinah Roctus (23) las op de website dat haar Summa College in Eindhoven een GSA had. „Maar alle leden zaten niet meer bij ons op school.” Samen met een docent en een andere leerling gaat ze deze vrijdag langs de klassen om de GSA nieuw leven in te blazen.

Het Jacob-Roelandslyceum (havo-vwo) in Boxtel hing vorig jaar Paarse Vrijdag-posters op waarop in het paars geklede jongeren reclame maken voor de dag , „maar ik vraag me af of het is opgevallen”, zegt vwo-afdelingsleider bovenbouw JeanLuc van Engelen. Een GSA kwam tot nu toe niet van de grond, totdat dit jaar een enthousiast groepje vierdejaars zich opwierp. Zij hebben een powerpoint gemaakt die elke leraar in de les kan gebruiken.

„Wat ons betreft is Paarse Vrijdag nu echt een tweede fase ingegaan”, zegt Freek Janssens, projectleider van Paarse Vrijdag bij het COC. „In de eerste fase wilden we zo veel mogelijk scholen bereiken. Nu willen we dat binnen de scholen ook echt iedereen meedoet.” De slogan dit jaar is niet voor niets ‘Join The Movement’.

Lees ook: Leerling toetst school op acceptatie lhbti

Op het Stellingwerf College in Oosterwolde (Friesland) is de GSA „een zachte dood gestorven” toen de kartrekker vertrok, vertelt docent filosofie Albert Bouwman, maar inmiddels is het onderwerp ‘gelijkwaardigheid’ ondergebracht bij de leerlingenraad, waar hij aanspreekpunt voor is. En dat werkt: Paarse Vrijdag is daar uitgebreid met een hele week over jezelf durven zijn, met lessen over huidskleur, lichaamsvorm, grenzen aangeven, seksualiteit en pestgedrag. „We zien nu overal paarse en roze mondkapjes”, zegt Jasmijn Bergsma (17) van de leerlingenraad.

„Je voelt je echt gesteund als je honderden leerlingen in het paars naar school ziet gaan”, zegt Pim Lammers, die zo’n tien jaar geleden de eerste Paarse Vrijdag op het Stellingwerf College organiseerde. „Ik werd niet gepest of zo, maar seksuele diversiteit werd ook niet besproken.” Hij schrijft nu kinderboeken over lhbti-thema’s, en werd deze week uitgenodigd op de school.

Tijdens de Kinderboekenweek in oktober werd Lammers geweigerd door twee scholen, toen ze erachter kwamen waarover hij kwam voorlezen – hij wil niet zeggen wat de achtergrond van deze scholen is. „Met Paarse Vrijdag bereik je al snel scholen die het toch al belangrijk vinden”, zegt hij. „Maar die dag leidt ook tot media-aandacht, waarmee je de andere kinderen kunt bereiken.”

Paarse Vrijdag heeft vooral als doel het gesprek te openen over seksualiteit en gender, vertellen leraren en leerlingen. „Onze marktkraampjes met suikerspinnen en nagellak werken daarom het beste”, zegt GSA-voorzitter Hannelieke Hoogenboom (15) op het Christelijk Gymnasium in Utrecht. „Meer dan een omroepje over Paarse Vrijdag via de intercom.”

Van school gewisseld

Bínnen een GSA vinden leerlingen steun bij elkaar. De eerste bijeenkomst op de Haagse vmbo-school François Vatel vond GSA-coördinator Dennis Heintz „emotioneel”. „Daar waar ze normaal zuinig door de school liepen, huppelden ze daarna door de gangen. Zo blij waren ze dat ze anderen gevonden hadden.”

Uit een onderzoek uit 2018 onder ruim duizend lhbt-scholieren bleek dat ze zich op een school met een GSA vaker thuisvoelden op school, minder vaak afwezig waren vanwege gevoelens van onveiligheid en minder homo-onvriendelijke opmerkingen hoorden. Volgens het SCP wordt op scholen met een GSA minder gepest en zijn de opvattingen over homoseksualiteit positiever.

Maar komt dat dóór de GSA? „Een causaal verband is niet vast te stellen”, mailt onderzoeker Laura Baams (Rijksuniversiteit Groningen). „Het blijft altijd lastig om te onderscheiden of leerlingen op scholen met een beter schoolklimaat sowieso sneller geneigd zijn zich veiliger voelen om een GSA te starten.”

Jesse van Dijk (14) begon dit jaar een GSA op het Merletcollege voor vmbo in Mill (Noordoost-Brabant). „Toen ik een Instagram-account opende voor de GSA, kreeg ik berichtjes van mensen die al geslaagd waren, maar er zelf niet een durfden op te richten.” Bijvoorbeeld omdat ze gepest werden, zegt hij. „Iemand was van school gewisseld vanwege zijn seksualiteit.”

Lees ook: Eerst posters van de muur, en toen de dreigementen

Onderzoeker Baams denkt dat de zichtbaarheid van een GSA belangrijk is voor leerlingen die nog niet uit de kast zijn. „Dat draagt bij aan minder sociale isolatie, een belangrijke voorspeller van onder andere depressie.”

Poster van de muur gescheurd

Al kan die zichtbaarheid ook leiden tot weerstand, denkt ze. „Het kan zijn dat er een tijdelijke toename is van pesten. Wanneer de school steun en waardering voor de GSA uit, zou dit ook weer moeten afnemen. Leerlingen leren dan dat hun negatieve gedrag niet geaccepteerd wordt door de school.”

„We hebben leerlingen die vanuit hun culturele achtergrond moeite hebben met homoseksualiteit”, zegt Heintz van het François Vatel in Den Haag. Hij verwacht dat zij op Paarse Vrijdag ook wel van zich zullen laten horen, maar maalt daar niet om. „Dat hoort erbij. Het mooie is dat mensen dan juist in gesprek gaan.”

Op het Jacob-Roelandslyceum werd een poster op Coming Out Day (11 oktober) van de muur gescheurd, „en er zal met Paarse Vrijdag ook wel wat weerstand zijn”, verwacht afdelingsleider Van Engelen. „Maar dat betekent niet dat we het niet gaan doen.” Op het Stellingwerf College werden voorgaande jaren Paarse Vrijdag-versieringen kapotgemaakt. Jasmijn Bergsma van de leerlingenraad ziet dat niet als „iets negatiefs”: „Als je vraagt waarom ze dat doen, ontstaan er mooie gesprekken.”