Opinie

Mark Rutte zei ‘godver’ toen hij koffie knoeide

Petra de Koning

De Bond tegen vloeken bestond honderd jaar en in het speciaal daarvoor uitgegeven tijdschrijft Holy stond een interview met Mark Rutte. Wat zou hij zeggen als hij de voordeur achter zich dichttrok en de sleutels zaten nog aan de binnenkant? Het was begin 2017, de Tweede Kamerverkiezingen waren bijna en voor de campagne had de VVD bedacht dat Rutte meer van zichzelf zou laten zien. In een kerk in zijn wijk Benoordenhout had hij verteld over zijn geloof. In Holy noemde hij vloeken „onnadenkend” en „zo volstrekt onnodig”. Je doet er gelovigen pijn mee, zei hij. En dus ook hem ja. Bij de voordeursleutel zou hij zeggen: „Dat is verrekte onhandig!”

Je hebt geen Bond tegen liegen, maar als je het aan VVD’ers of ambtenaren vraagt die Rutte van nabij meemaken, of collega’s van andere partijen: hij vloekt wél. Maar alleen achter de schermen, bij de Bond tegen vloeken kwam nooit een klacht tegen hem binnen. Tot vorige week: in de Tweede Kamer stootte hij een volle kop cappuccino tegen het katheder aan, waardoor een stapel papieren én zijn kleren vies werden. Zoiets als sleutels aan de binnenkant. „Jeetje, godver..”, zei Rutte, en meteen daarna: „Sorry.”

Achter hem zat Kamerbode Leo Bremen die een paar dagen eerder in een lang interview in het Reformatorisch Dagblad had verteld over zijn liefde voor God en Bijbel. Bremen had de koffie zoals altijd óp het katheder willen zetten, maar daar was geen plek. Hij hoorde niet wat Rutte zei, hij bracht hem doekjes en kwam helpen met schoonmaken.

De Bond tegen vloeken kreeg zo’n vijftien meldingen over Rutte. Niet heel veel, vindt directeur Kees van Dijk. „Je kon zien”, zegt hij ook, „dat hij er ongelukkig onder was”. Of dat voor de Bond iets uitmaakt? „Nee, wij vinden het heel verdrietig. De Tweede Kamer is een voorbeeld, je ziet het versterkt terug in de samenleving.”

Op het Binnenhof beginnen politici zelf ook vaak over zichzelf als voorbeeld en bijna altijd bedoelen ze dat FVD’ers en PVV’ers met extreme uitspraken dat dus niet zijn. In een debat in een zijzaaltje begon VVD’er Ockje Tellegen, de eerste ondervoorzitter van de Tweede Kamer, deze week ook over „de toehoorders” die moesten meemaken hoe Sylvana Simons van Bij1 iets wilde zeggen zonder dat zíj, voorzitter Tellegen, haar het woord had gegeven.

Drie weken geleden wist Tellegen zich nog geen raad met FVD’er Pepijn van Houwelingen die D66’er Sjoerd Sjoerdsma dreigde met „tribunalen”, ze greep nauwelijks in. Nu had ze een onbeheerste uitval van een paar minuten tegen Sylvana Simons, die wilde zeggen dat PVV’er Harm Beertema haar buiten de microfoon om intimideerde. „U néémt het woord, zómaar. Continu!” Simons bleef rustig, wat je wél als voorbeeld kunt zien. Het leek Tellegen nog bozer te maken: „Dan kunt u me zo aankijken met een gezicht van ‘mens, zak erin’.”

Harm Beertema zat met zijn armen over elkaar te lachen.

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) schrijft elke donderdag op deze plek een column.