Opinie

Inflatie? We zuipen oma’s huisje op!

Maarten Schinkel

Hoe ontwrichtend is de 5,2 procent inflatie die Nederland kende in de maand november? Of, de 5,9 procent inflatie die er volgens de Europese definitie in Nederland was? Het kan altijd erger: de Verenigde Staten hebben 6,2 procent inflatie. Hongarije kwam woensdag met stip binnen op 7 procent. En de Turken, dank u president Erdogan, zitten al boven de 21 procent.

En dan is er natuurlijk het grote historische voorbeeld van Duitsland, begin jaren twintig van de vorige eeuw. Over die hyperinflatie zijn tal van anekdotes. Twee koppen koffie bestellen van 5.000 mark per stuk, om na het drinken een rekening te krijgen van 14.000 mark omdat de prijzen in de tussentijd verder zijn gestegen. Het gezin dat alles heeft verkocht om naar de VS te emigreren, om er in de haven van Hamburg achter te komen dat het inmiddels niet meer genoeg is voor de overtocht en zelfs niet eens meer voor de weg terug naar huis. Of de grote Duitse hit van 1922, een vrolijk fatalistisch lied, met als refrein:

Wir versaufen unsrer Oma ihr klein Häuschen,

ihr klein Häuschen, ihr klein Häuschen,

Wir versaufen unser Oma ihr klein Häuschen,

Und die erste und die zweite Hypothek.

We zuipen oma’s huisje op, waar we eerst nog een flinke hypotheek op hebben genomen. Het valt nog, piepend en krakend, te beluisteren op YouTube. Grote kans dat Nederlanders het kenden, want Duitse populaire muziek was hier destijds even dominant als Amerikaans dat nu is.

Met name die hypotheek-passage is best leerzaam. Want, inderdaad, de hypotheeklast is juist onder hoge inflatie geen enkel probleem meer. Prosit! De koopkracht mag dan totaal verdampen, een schuld doet dat eveneens.

Het wijst op de winnaars en verliezers van de inflatie van 5,2 procent die we nu in Nederland hebben. Want zelfs al keert de inflatie volgend jaar terug naar een procent of twee, het effect is er al. Werkenden krijgen er aan inkomen misschien een paar procent bij, maar zullen vrijwel zeker te maken krijgen met een negatieve reële inkomensontwikkeling: de loonstijging is lager dan de inflatie. Mensen met een uitkering staan, vooralsnog, vrijwel stil, dus het koopkrachtverlies is daar groter. Het leeuwendeel van de gepensioneerden krijgt überhaupt (om het Duits te houden) geen inflatiecorrectie.

Spaarders zijn de pineut: de waarde van hun euro’s wordt door inflatie uitgehold, de rente is al nul (of straks zelfs negatief boven de ton), en dan komt daar de vermogensheffing nog overheen. Senioren hebben recht van klagen. Hun is, prudent, op het hart gedrukt te gaan voor een inkomensstroom (rente), want aandelen kunnen in waarde dalen – net als je geld nodig hebt. En dus moeten ze toezien hoe het spaargeld verdampt en aandelen het tegen de klippen op goed blijven doen: iedereen die zich de risico’s denkt te kunnen permitteren, zoekt nu zijn toevlucht op de beurzen.

Inflatie holt intussen schulden uit. Van huishoudens, van bedrijven, van de staat. Zeker omdat de rente nog steeds uiterst laag wordt gehouden. De reële hypotheekrente (gecorrigeerd voor inflatie) is nu zo’n beetje 3,5 procent négatief. De laatste episode waarin dat structureel voorkwam, was eind jaren zeventig, toen een huizenbubbel ontstond die vermoedelijk nog groter was dan die van nu. Lenen om mee te beleggen is onder deze omstandigheden eigenlijk een heel rationele keuze. Geen wonder dat iedereen naar het Damrak holt. Nu gaat dat zelden heel lang goed. En, let wel, één maand 5,2 procent inflatie zegt nog weinig. Maar de boodschap is: voorzichtig gedrag wordt afgestraft, risico’s worden overmatig beloond. Hé, een vulkaan! Laten we gaan dansen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.