Opinie

Hoe is het om een dennenboom te zijn?

Leven In het licht van de dreigende catastrofe is een andere verhouding tot de natuur nodig. Boycot de gekapte kerstboom, schrijft .
Amsterdam, 5 januari 2021.
Amsterdam, 5 januari 2021. Foto Ramon van Flymen/ANP

Zelden blijkt zo duidelijk dat verschillende mensen hetzelfde fenomeen totaal anders kunnen beleven als op of rond 6 januari van elk jaar, als mensen hun kerstboom op straat zetten of op een hoop gooien nabij een vuilnisophaalpunt. Terwijl diezelfde boom enkele weken geleden nog met veel spanning en plezier werd aangeschaft bij de kerstbomenboer in de buurt, en thuis met veel ceremonie werd geplaatst en versierd, en men genoot van de kleur en de geur en de instant kerstsfeer die daarmee ontstond. Maar nu is dat allemaal voorbij en transformeert de boom plotsklaps, als een soort assepoester na middernacht, in een stuk afval.

Zo’n stapel bomen op straat doet mij zoveel pijn aan de ogen dat ik die dagen liever binnen blijf. En het verwondert mij diep dat sommige mensen zich zo anders kunnen verhouden tot een levend schepsel als een dennenboom.

Vorig jaar rond deze tijd stond in NRC een artikel over een kweker van kerstbomen, waarin iedereen heeft kunnen lezen dat zo’n boompje er maar liefst drie jaar over doet om te groeien tot een hoogte van slechts 25 centimeter. Daarna gaan ze de volle grond in, en uit verder onderzoek is mij gebleken dat, afhankelijk van de boomsoort, het dan tussen de acht en twaalf jaar kan duren voordat de boom een hoogte van circa twee meter bereikt.

Juist de omgang met de boom als levend wezen draagt bij aan de geest van Kerstmis

Ik stel me dan voor hoe zo’n boom circa tien jaar bezig is met groeien, cel na cel, naald na naald, tak na tak; zo gestaag, zo geduldig, en vooral zo vastberaden. Waarom doet die boom dat? We kunnen ons geen voorstelling maken van hoe het is om een dennenboom te zijn. Het kan zelfs moeite kosten om de vraag waarom zo’n boom wil groeien serieus te nemen.

Lees ook dit interview met boswachter Peter Wohlleben: ‘Ik wilde alle bomen helpen’

In onze rationalistische cultuur hebben we geleerd om alle niet-menselijke natuur voor te stellen als wezenlijk leeg en donker vanbinnen; zelfs dieren worden traditioneel voorgesteld als willoze en gevoelloze mechaniekjes. Volgens René Descartes – een van de grondleggers van deze traditie – kon je daarom prima een kat of hond levend opensnijden, al dat krijsen was slechts als het piepen van een aanlopend wiel.

Inmiddels weten we wel beter, of zijn we althans beter bereid om ons voor te stellen dat ook dieren iets van bewustzijn hebben en pijn kunnen lijden. Sinds kort wordt beweerd dat ook bomen en planten hun omgeving kunnen waarnemen en daar actief op reageren, en daar zelfs onderling over kunnen communiceren. Juist deze week bleek minister Schouten (Landbouw, CU), in navolging van Zwitserland, het levend koken van kreeften te willen verbieden omdat ook die beestjes pijn lijken te ervaren.

Onverschilligheid

Zo is er sprake van een gestage kentering in de wijze waarop wij ons verhouden tot niet-menselijke wezens, en dat is maar goed ook. De consequenties van onze onverschilligheid zijn immers dusdanig dat wij inmiddels leven in de schaduw van een dreigende ecologische catastrofe.

En als je je dan afvraagt waar of hoe je zelf kan beginnen met zo’n andere verhouding tot de natuur, dan dient zich de komende weken dus een heel concrete mogelijkheid aan: boycot de gekapte kerstbomen! Kies op z’n minst een boom met stevige kluit in een pot, die je vervolgens in een grotere pot kunt zetten en hopelijk alle navolgende jaren weer een weekje binnen kunt halen voor de kerstsfeer.

Juist die voorzichtige omgang met de boom als een levend wezen kan bijdragen aan de geest van het kerstfeest, wat van origine immers een viering van het leven zelf is. Een andere optie is om een levende kerstboom te huren, die daarna weer in de volle grond wordt gezet. Zo kan die schandalige aanblik van weggegooide kerstbomen hopelijk spoedig tot het verleden behoren.