Voorbereidingen voor een voedseldistributie in de Jemenitische hoofdstad Sana’a in oktober van dit jaar.

Foto Yahya Arhab / EPA

Interview

‘Hulp Jemen is afgedwaald van principes’

Sarah Vuylsteke De hulpoperatie in Jemen is de grootste ter wereld, maar de VN laten er veel steken vallen. ‘Ze zitten te veel in een bunker.’

Elf maanden zat de Vlaamse Sarah Vuylsteke voor het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN in Jemen in 2019. Ze zag er dat noodhulp zelden aankomt bij de mensen die het nodig hebben maar vaak wel bij de strijdende partijen, met name bij de Houthi's die sinds 2014 in gevecht zijn met het regeringsleger van de verdreven president Hadi. Dat leger krijgt veel steun van Saoedi-Arabië. Iran steunt de Houthi's.

De gebrekkige hulpverlening zat Vuylsteke (36) hoog. Na haar vertrek bij de VN deed ze met een team van de Jemenitische denktank Sana’a Center een jaar onderzoek naar de effectiviteit van de noodhulp – de afgelopen jaren alles bijeen zo’n 17 miljard dollar. Een vraaggesprek over fundamentele tekortkomingen bij de grootste humanitaire hulpoperatie ter wereld van dit moment.

Wat is er mis met de hulp in Jemen?

„Noodhulp is nooit perfect, maar ik heb nog geen operatie gezien die zo vanuit een isolement opereert en waar toch die miljoenen gewoon maar ingegooid blijven worden. VN-medewerkers zitten in een bunker in de hoofdstad Sana’a. Ze komen daar zelden uit en dan alleen in gepantserde auto’s omringd door dure escortes. Je mag echt niks van de VN-beveiliging. Je moet zoveel papieren invullen voor zoveel bestuurslagen van zoveel verschillende afdelingen en organisaties en van allemaal een vinkje, dat je voor een excursie eerst tien dagen bezig bent.”

Maar Jemen is toch gevaarlijk door de oorlog?

„In mijn jaren in Zuid-Soedan heb ik vaak bij een checkpoint gestaan met een dronken soldaat. Dat je dacht: ik hoop dat hij zijn hoofd niet verliest. Ik ken genoeg collega’s die daar een geweer op hun hoofd gedrukt hebben gekregen. Dat zal nooit gebeuren in Noord-Jemen. De Houthi’s (sinds 2015 de machthebbers in Noord-Jemen en vanouds de hoogste klasse; red.) controleren alles. Collega’s van Artsen zonder Grenzen en het Rode Kruis rijden er in gewone, niet-gepantserde auto’s. Veiliger is er eigenlijk niet.”

Hoe is de samenwerking met de Houthi’s?

„Als ‘accesscoördinator’ moest ik de situatie ter plaatse verkennen en onze aanwezigheid in het veld vergroten. Ik wilde elke week een locatie bezoeken, dat lukte drie van de vier keer niet. Na negen maanden hebben de Houthi’s mijn visum ingetrokken, vermoedelijk omdat ik te hard pushte om naar al die plaatsen te gaan. Dat was immers mijn taak: rondreizen en kijken hoe alles effectief in elkaar zat. Zo zag ik hoe diep de Houthi’s overal zijn ingewrongen. Gaandeweg merkte ik dat ook een van mijn naaste medewerkers heel close was met de Houthi’s.”

Komt de hulp aan?

„We leveren hulp veelal op grond van data die worden aangeleverd door de strijdende partijen. Of die data kloppen, weten we niet. Dataverzameling in Afghanistan en Syrië is veel betrouwbaarder, dat zou in Jemen heus ook kunnen. Maar in Jemen checken we alleen dat de voedselpakketten uit de opslag komen en naar de uitvoerende partner gaan. Als die daar zijn aangekomen tekenen wij. Wat er vervolgens mee gebeurt, weten we niet.”

Ontwikkelingshulp is voor Jemen een veel betere oplossing

Wie profiteert van de hulp?

„De uitvoerende partners verdienen er goed aan. In Noord-Jemen is dat het ministerie van Onderwijs. Dat zijn de Houthi’s. De onderwijsminister is de broer van opperste leider Abdel Malik al-Houthi. En die betaal je ook nog eens om je distributiepartner te zijn. Gewoon miljoenen dollars op hun rekening, elke maand weer. Natuurlijk helpt dat om het regime in stand te houden. Als er in zes jaar 17 miljard dollar naar Jemen is gegaan, hoeveel daarvan hebben zij dan opgestreken? Iemand zou die economische analyse moeten doen – hoeveel er jaarlijks naar de oorlogseconomie gaat.”

Lees ook: In Jemen kunnen alle partijen nu straffeloos hun gang gaan

En de mensen die hulp nodig hebben dan?

„De meest kwetsbaren - vrouwen, gehandicapten, muhamisheen (een lagere kaste in Jemen; red.) - zij worden niet bereikt, omdat we in die bunker zitten en niet in het veld. Een donor die kwam kijken zei: alle mensen bij die distributie waren beter gekleed dan ikzelf. Dat zijn niet de mensen die voedsel nodig hebben. Nee, was mijn antwoord, maar het is jouw geld, dus wees vrij het niet te geven. Je hoort het ook van lokale collega’s: dit is het niet. Dat zeggen ze intern, want zij moeten ook overleven. Zij wonen daar. Maar naar hen wordt niet geluisterd.”

Geven de VN te makkelijk toe aan de eisen van de Houthi’s?

„In Jemen kregen we van andere VN-afdelingen te horen: daar moeten jullie hulp brengen, dat helpt de onderhandelingen op gang. Dat was een plek met louter militairen. In Jemen zijn we veel meer afgedwaald van onze principes dan in andere landen, inclusief Syrië en Afghanistan. Het zal hier en daar pijnlijk zijn dat terug te draaien, maar door vaker een rode lijn te trekken kunnen we er stapsgewijs verbeteringen tussen duwen. Eenmaal is collectief gezegd: tot hier en niet verder en toen hebben de Houthi’s toegegeven. Dus het kan wel.”

Is Jemen wel de grootste humanitaire ramp van dit moment?

„Dat is echt een vals narratief. Als ik de ervaringen van collega’s en de harde cijfers naast elkaar zet, zie ik dat Zuid-Soedan, Congo, Syrië en Afghanistan erger zijn dan Jemen. Ik begrijp het ook wel: als je eenmaal zo’n programma hebt opgezet kun je dat moeilijk weer afbouwen, kantoren sluiten, mensen ontslaan. Er zijn erg veel mensen bij gebaat om het te houden zoals het is.

„Ik zeg ook niet dat nooit noodhulp nodig is. Noodhulp is nu nodig in Marib, waar door de gevechten mensen nu ontheemd raken. Maar ga het dan zelf doen, zoals Artsen zonder Grenzen en Rode Kruis doen. Geef niet zomaar gewoon geld aan de autoriteiten. Ons eerste principe is ‘do no harm’. Als jouw hulp de oorlog laat voortduren, ga je in tegen je eigen principes.”

Wat moet er nu gebeuren?

„Je kunt eten naar Jemen blijven brengen en nog honderd jaar watertrucks laten rijden, maar dat lost de problemen niet op. De noden in Jemen dateren van een hele tijd terug. In Jemen zijn veel gebieden waar al lang geen conflict meer is. Waarom geef je daar voedselhulp? Er is daar voedsel, alleen kunnen mensen het niet betalen. Jemen heeft geen voedselprobleem, maar een economisch probleem. Ontwikkelingshulp is voor Jemen een veel betere oplossing.”