Documentaire De Bellers toont hoe een speciaal belteam van artsen in de eerste coronacrisis naasten informeert over de vaak zorgelijke toestand van patiënten.

Beeld KRO-NCRV

Interview

Hoe artsen per telefoon slecht nieuws over patiënten brengen

Maria Mok Documentairemaker

Deze film gaat niet over corona, zegt Maria Mok, een van de makers van de documentaire De Bellers, maar over de grote behoefte aan menselijk contact.

De documentaire De Bellers begint meteen met een slechtnieuwsgesprek ten tijde van de eerste coronagolf. Een arts vertelt de kinderen van een patiënt dat er weinig kans is dat de toestand van hun moeder nog verbetert en ze misschien moeten accepteren dat „het hoofdstuk gesloten moet worden”.

Het zijn momenten waarover de afgelopen twee jaar veel is gepraat en geschreven, maar die een groot deel van de kijkers (hopelijk) niet van dichtbij heeft meegemaakt. De Bellers katapulteert hen alsnog naar de intensive care. Toch voelt de documentaire niet voyeuristisch; we zien amper doodzieke coronapatiënten of hun naasten, maar vooral beelden van artsen die via de telefoon het thuisfront van patiënten op de hoogte brengen van ontwikkelingen.

Voorjaar 2020, toen de IC’s volstroomden met coronapatiënten, kregen documentairemakers Maria Mok, Meral Uslu, Paul Cohen en Martijn van Haalen toegang tot het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Mok: „We begonnen de bovenlaag van het ziekenhuis te filmen, waar beslissingen worden genomen in tijden van paniek en onwetendheid.” Maar al snel ontdekten ze dat wat daar omheen gebeurde hen meer raakte, zoals de oprichting van een coronabelteam.

Door het tekort aan beschermend materiaal mochten naasten van patiënten niet op de intensive care komen. Tegelijk hadden de artsen en verpleegkundigen die verantwoordelijk waren voor coronapatiënten het vaak te druk om bezorgde families dagelijks van informatie te voorzien. Een speciaal belteam van artsen nam die taak op zich.

Morele steun

Mok: „Het was ook bedoeld als morele steun, men realiseerde zich hoe zwaar het moest zijn voor de mensen die niets anders konden doen dan thuis wachten.” De film volgt telefonische gesprekken over zes patiënten: we zien het team dossiers lezen en uitleggen en horen hoe goed en minder goed nieuws aan de andere kant van de lijn wordt ontvangen.

Volgens Mok werkten artsen en families mee aan de film omdat ze het, net als de makers, belangrijk vonden het leed in de eerste coronagolf vast te leggen. „Iedereen besefte dat wat gebeurde enorm heftig én historisch was; naasten konden niet bij elkaar zijn als iemand aan het sterven was.”

Mok zag dat de artsen die ze volgden vooral worstelden met de onpersoonlijkheid van het patiëntencontact in die periode. „Er zaten anesthesiologen in het team, getraind in slechtnieuwsgesprekken. Maar normaal hebben ze die in levenden lijve, niet per telefoon. Ook moesten ze nu lange tijd erg veel van dit soort gesprekken voeren, wat heel zwaar is. Uiteindelijk gaat de film voor ons niet over corona, maar over de enorme behoefte aan menselijk contact en dat mensen beginnen te verkruimelen als dat niet meer kan.”

In de film zitten geen namen of tussentitels. De kijker weet niet altijd over welke patiënten er wordt gepraat, noch hoeveel tijd er tussen telefoongesprekken is verstreken. Ook krijg je geen achtergrondinformatie over de bellende artsen. Mok: „Dat er geen namen worden genoemd en er alleen stemmen te horen zijn, is een van de redenen dat de families van patiënten in eerste instantie gemakkelijk wilden meewerken.” Al komen sommigen van hen uiteindelijk wel kort in beeld, om definitief afscheid te nemen van iemand, of om iemand op te halen die uit het ziekenhuis mag vertrekken.”

Die namen heb je volgens de documentairemaakster als kijker niet nodig, net zo min als beelden van alle patiënten en families die meewerkten. Mok: „Ik denk dat je zonder deze kennis misschien zelfs meer meeleeft met de waanzinnige onzekerheid van deze mensen. Je gaat het zelf invullen. En zoals bij podcasts of een thriller als The Guilty, waarin je alleen de hoofdpersoon in een noodcentrale ziet bellen, is er een enorme focus omdat je niet wordt afgeleid.”

Kwaadheid

Er is tegenwoordig veel aandacht voor agressie tegen zorgmedewerkers. In de film horen we vooral mensen die dankbaar zijn voor de telefoontjes uit het ziekenhuis. Mok: „Het enige moment van kwaadheid komt van de zachtaardige vrouw wier man al vijftig dagen op de IC ligt. Ze trekt het niet meer en vraagt of ze soms zelf mondkapjes en beschermende kleding moet gaan naaien. Uiteindelijk laten ze haar bij haar echtgenoot, omdat haar situatie zo uitzonderlijk was.” Over de huidige toestand op de IC’s weet Mok weinig. „Maar het belteam is opgeheven. De film is dus echt een historische momentopname.”

De Bellers is donderdag 9 december te zien om 22.35 uur op NPO2.