Opinie

Een ornament dat zijn glans verliest

Gemma Venhuizen

Of ze ook kerstballen verkochten, vroeg ik in het tuincentrum. Ik maakte een lunchwandeling, ik had net getelefoneerd met zeevogelbioloog Kees Camphuysen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Mijn hoofd was nog bij de mysterieuze vogelsterfte waarover we hadden gepraat. Sinds een paar weken spoelen langs de Nederlandse kust tientallen dode papegaaiduikers aan, zonder dat duidelijk is waarom. „Normaal gesproken vind je in deze contreien in december één gestrande papegaaiduiker per tweehonderd kilometer kustlijn”, vertelde Camphuysen. „Het is afwachten wat er de komende weken nog bijkomt. De dode vogels die we nu hebben, zijn al te ver vergaan om nog goed te kunnen onderzoeken.”

Mijmerend over mogelijke oorzaken – storm, voedseltekort, dezelfde bacterie die eerder dit jaar ook bruinvissen parten speelde? – was ik voor de ingang van het tuincentrum beland. Even binnenkijken kon geen kwaad. Vorig jaar was ik na de feestdagen in een onzalig moment boven op de doos met kerstballen gaan zitten. Simpele, zilverkleurige exemplaren die decennia dienst hadden gedaan, maar die nu in onbruikbaar gruis waren veranderd.

‘De ornamenten hangen daarachter”, zei de verkoopster, en knikte in de richting van twee met spuitsneeuw versierde schuifdeuren. Even verbaasde ik me over het woord ornamenten, tot ik de deuren door ging. Voor me hingen honderden verschillende kerstversieringen. Geen enkele had een balvorm. Wel zag ik glitteraugurken, paillettenpinguïns en porseleinen mopshonden, de één nog afschrikwekkender dan de ander. Naast me hing een medewerker gouden hamburgers in een kunstkerstboom.

Ik dacht aan wat Camphuysen had gezegd over de dode papegaaiduikers: dat er goudkoorts losbreekt op het moment dat de vogels aanspoelen. „Alle verzamelaars azen op zo’n mooie felgekleurde snavel. Maar de exemplaren die ik in mijn vriezer heb verliezen gauw hun kleur. Over een paar weken ziet die snavel er net zo saai uit als een ongelakte vingernagel.”

Een ornament dat gauw zijn glans verliest. Mismoedig keek ik om me heen. Wat zou het lot zijn van de glitteraugurken, de roze flamingo’s met kerstmuts op? Zouden ze gekocht worden door echte liefhebbers, jaar in jaar uit met zorg in de kerstdoos gestopt? Of zouden ze na een paar weken in de boom rücksichtlos in de vuilnisbak verdwijnen, om volgend jaar plaats te maken voor nieuwe versiering?

Met lege handen keerde ik huiswaarts. Geen boom, geen ballen. Thuis deed het advertentiealgoritme van Facebook me een suggestie voor kerstversiering: een handgeblazen papegaaiduiker. In arren moede drukte ik bijna op ‘bestellen’. Toen kwam ik bij zinnen, en doneerde het bedrag aan het vogelhospitaal. Beter tien vogels in de zee dan één in de boom.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur bij NRC en schrijft elke woensdag een column op deze plek.