Recensie

Recensie Auto

Duur doet de Hyundai Bayon alleen achter de voordeur

Autotest De wielmaat van de Hyundai Bayon trok over de streep. Zestien-inchwielen met doodgewone banden.
Foto Merlijn Doomernik

Drie kinderen baarde Hyundai afgelopen jaar. Hun ongelijke strijd was darwinistisch. De eerste twee, groot en sterk, lagen op ieders lippen. De Tucson met zijn priemende facetogen deed wat van een suv verwacht wordt, indruk maken. De elektrische Ioniq 5 betrad in Bauhaus-outfit de arena van de goede smaak die voor Hyundai tot dan toe gesloten was gebleven. Het merk werd premium. Kwalitatief was het dat allang, maar nu zag je het ook.

Hyundais derde worp, de kleinste en betaalbaarste, viel een beetje zielig tussen wal en schip, zoals dat tegenwoordig gaat met brave zielen zonder grote bekken – al suggereert zijn muilachtige grille nog wel enige assertiviteit. Het nakomertje kon niet pronken met 800-voltlaadtechnologie, noch met kantelbare loungefauteuils voorin of futuristische insectenogen. Waarmee dan wel? Niet met dat zoet brommende driecilindertje, niet met zijn voor vier inzittenden toereikende maar uiterlijk bescheiden grootte. Niet met de voorspelbaar tegendraadse led-fantasietjes in de lichtpartijen voor en achter, streepje hier en bochtje daar – design heeft iedereen. Hij was niet eens elektrisch en wat Hyundai mild-hybride durft te noemen leek wel heel erg mild. De 48-volttechniek waaraan de logo’s op de flanken refereren gaf bij het optrekken wat extra pep, meer niet. Het was gewoon een autootje voor gewone mensen, en de gewone mens ziet niemand staan. Wat is het volk? Een instrument voor demagogen, kanonnenvoer, werkkapitaal van John de Mol – verder een onverkoopbare tragedie. Het heeft geen geld, geen glamour, geen utopische urgentie.

Klein Duimpje

Voor ik het vergeet: het kind heette Bayon en hij was als de underdog in een sprookje waarin niemand zijn geheime gaven zag, Klein Duimpje. Juist daarom maakte ik graag kennis, want ik heb iets met verloren zielen. Er was meteen een klik. Hij zag er eigenlijk alleraardigst uit. In zijn ietwat teckelachtige crossovervorm, waarvan je op de opvallend ruime achterbank direct het nut inzag, deed hij denken aan een lief klein treincoupeetje. De huis-Corneille van Hyundai had er mooie kleuren voor gemengd, helblauw en drakenrood, zelfs groen. De nostalgische uni-kleur van mijn testauto was met zijn sixties-associaties om te stelen. Maar wat me echt over de streep trok was de wielmaat. Correct: niet het design maar de doorsnee. Mijn Bayonnetje, het duurste model nog wel, stond op zestien-inchwielen met doodgewone banden. Van die ouderwetse hoge, met licht uitstekende wangen, die je langs de straat durft te parkeren in parkeerhavens waar je de modieuze maar schadegevoelige pandeksels van grotere Hyundai-borelingen onder geen beding aan blootstelt. Bijna altijd heb ik in de stad de zenuwen in testauto’s; niet in deze. Tegen dat gebruiksgemak kan geen lichtshow op. In deze wielen schuilt een les. Men heeft met de Bayon niet willen shinen. Men heeft verstandig willen handelen. Men heeft aan jou gedacht. Hoe zeldzaam is die dienstbaarheid. Terwijl buiten in de wereld van de praatprogramma’s en sociale media maar alles tiert, dreigt en veroordeelt, houdt de Bayon nederig maat met het verstand dat wij elkaar hautain betwisten.

Voor de automaat maakt Hyundai er 120 van, maar de handgeschakelde Bayon heeft 100 pk, een psychologische ondergrens voor wie hoopt mee te tellen. Men besloot genoeg genoeg te vinden. Een onmodieus maar wijs besluit. Nooit voel je de driecilinder buiten adem raken. Hij knort tevreden voor zich uit en kan met weinig toe. Verbruiksgemiddelden van 1 op 19 zijn normaal, en wie hem met fluwelen handen aanpakt, wordt beloond met 1 op 24. Daarmee wordt het autootje zelfs bij de huidige benzineprijzen geen draaikolk voor het huishoudbudget.

Duur doet hij alleen achter de voordeur, waar bij het topmodel een heel behoorlijk Bose-geluidssysteem, een waslijst aan actieve veiligheidssystemen en een 10.25-inchbeeldscherm met Apple CarPlay en Android Auto wachten. De draadloze telefoonoplader zit er vanaf de Comfort-variant van 23.695 euro standaard op. Dat is niet spotgoedkoop, maar voor een auto met zo’n uitrusting en dat verbruik zijn de prijzen schappelijk. De duurste Bayon met zeventraps-automaat en schuifdak is voor net geen 30.000 euro best een interessant alternatief voor grotere en duurdere auto’s waarvan lengte en breedte toch alleen maar in de weg zitten. Budgetrijders kunnen voor eenentwintig en een beetje uitwijken naar het basismodel met airco, ABS, elektrisch bedienbare ramen en hetzelfde verbruik als mijn topmodel. De Bayon mag een saai sprookje zijn, het loopt tenminste wel goed af.