Opinie

Draaiboeken voor de zorg ontslaan de politiek niet van keuzes

Triage Code zwart mag dan zijn afgewend, politici moeten nog altijd helder maken wie wel en wie niet recht op zorg heeft. Er is meer nodig dan een Draaiboek Triage, schrijven onder anderen en .
IC cohort-afdeling in het UMC Utrecht, 15 november 2021.
IC cohort-afdeling in het UMC Utrecht, 15 november 2021. Foto John van Hamond

Code zwart, waarbij mogelijk niet meer op medische gronden keuzes kunnen worden gemaakt over wie wel of wie niet te redden, is afgewend. De opluchting daarover is, vooral in de zorg, onvoorstelbaar groot.

Hoewel dit zeker het moment is om – kort, en dan weer door – opgelucht adem te halen, is dit helaas óók het moment om scherp te blijven. Mogelijk scheren we langs de afgrond, maar we moeten ons blijven realiseren dat de kans reëel is dat we er in de toekomst alsnog in kunnen vallen. We moeten niet de illusie hebben dat we nu de moeilijke ethische dilemma’s en pijnpunten achter ons hebben gelaten; we zitten nog middenin het morele moeras genaamd ‘2D’, ofwel de situatie waarin alle planbare zorg wordt uitgesteld. Transparante gesprekken zijn nodig over de moreel-politieke keuzes die we in de zorg, vooral ook in deze fase 2D, moeten maken.

‘Code zwart’, en wat daarover in het ‘Draaiboek Triage’ staat, leidt tot de meest duidelijke morele pijnpunten, zoals loting voor een IC-bed. Maar ver vóór wat in het draaiboek ‘code zwart’ heet, hebben we al te maken met iets wat we in de volksmond een diepzwart scenario mogen noemen, waarbij ook mensen wier zorg (herhaaldelijk) wordt uitgesteld chronische klachten ontwikkelen, moeten revalideren, op de IC terechtkomen, of zelfs overlijden.

Ook fase 2D confronteert ons met gruwelijke morele vraagstukken, zoals hoe coronazorg zich verhoudt tot andere zorg of hoe sterfte zich verhoudt tot kwaliteit van leven. Daar geeft het Draaiboek Triage ook geen steun of sturing – het draaiboek is dan ook niet bedoeld als substituut voor een politiek gesprek over ethische kwesties in de zorg in tijden van een pandemie. Een politicus neemt zijn verantwoordelijkheid niet wanneer hij leunt op het feit dat er gelukkig al zo’n helder – veel te helder – draaiboek ligt. Het uitblijven van expliciete politieke reflectie op dit punt is kwalijk. Niet alleen voor het zorgpersoneel dat moet handelen, maar voor iedereen in Nederland die recht heeft te weten op welk moreel kompas ons demissionaire kabinet nu vaart, voor het geval je zelf of een geliefde een beroep op de zorg moet doen.

Visie van drie weken

Een van de vele donkere kanten van alles vóór code zwart zit hem vooral in alle moeilijk zichtbare en moeilijk te calculeren schade. Een coronapatiënt die aan de beademing moet of anders zal sterven is nu eenmaal zeer zichtbaar (voor de arts, voor de media, voor de politiek). Alle kritieke-maar-niet-acute zorg is veel minder zichtbaar, en dus moeilijker mee te nemen. Dan is alle gezondheidsschade buiten de zorg, zoals minder sporten, nog niet eens genoemd. Hoe weegt het kabinet die schade, nu en in de toekomst?

Hugo de Jonge gaf recent nog aan dat het kabinet maar een visie heeft van drie weken omdat alles daarna niet valt te ‘voorspellen’ of te ‘modelleren’. Dat is geen excuus. Het gebrek aan heldere cijfers of grafiekjes ontslaat een regeringsleider niet om vooruit te kijken en morele prioriteiten te expliciteren, juist vanuit verschillende scenario’s.

Voor zorgpersoneel is de huidige situatie onvoorstelbaar moeilijk. Je kan vaak niet anders dan een mens in acute nood redden. Toch hebben zorgmedewerkers er tegelijkertijd grote moeite mee om velen niet de zorg te kunnen geven die ze nodig hebben, en daarmee te moeten bepalen wie ‘mag’ leven en wie niet. Bovendien levert een toenemend aantal patiënten forse kwaliteit en lengte van leven in. Misschien is dit hoe uiteindelijk gehandeld moet worden, maar daar is nu geen beleid laat staan een gesprek over gaande. En dus komt het volledige gewicht van het morele vraagstuk nu op de schouders van de zorg.

Moreel-politieke keuzes

Het is nodig dat bewindslieden hun blik wenden tot het morele moeras los van code zwart. Daarbij is ook een oprechte blik nodig op het eigen wiebelen, wauwelen en reactief regeren dat überhaupt mede tot fase 2D heeft geleid. En een blik op hoe we ons in de toekomst tot de gezondheidszorg willen verhouden.

Er moeten, los van het draaiboek, transparant moreel-politieke keuzes worden gemaakt, zoals over of en tot wanneer coronapatiënten met acute, zichtbare nood voorgaan op patiënten wier zorg wordt uitgesteld met alle gevolgen van dien. Het zou begrijpelijk zijn als de keuze, als code zwart toch weer opdoemt, alsnog uitvalt op het niet invoeren van een ‘maximum’ aan coronapatiënten op de IC; een keuze met grote maar moeilijk zichtbare schade en lastig te modelleren schade. Het zou ook begrijpelijk zijn als er wel een maximum wordt ingesteld, met eveneens onvoorstelbaar grote schade en dilemma’s voor patiënten en zorgpersoneel.

Het belangrijkste voor nu is dat hier een expliciet gesprek over wordt gevoerd met duidelijk beleid, keuzes en richting – iets wat het kabinet keer op keer blijft vertikken. Het ontduiken van het maken van keuzes is niet slechts iets van nu, het gebeurt al jaren in de benadering van de zorg.

Het feit dat code zwart is afgewend mag geen reden zijn voor politici om opgelucht adem te halen omdat ze hun vingers niet meer aan heikele ethische kwesties hoeven te branden. Want als je zo’n gesprek niet voert, maak je geen keuzes maar laat je de keuzes aan je opdringen, en zadel je de zorg ermee op. En dat is niets minder dan het ontduiken van moreel-politieke verantwoordelijkheid in tijden van crisis.