Opinie

Hol de rechtsstaat niet uit, Aboutaleb!

Bij de gemeente Rotterdam is een patroon ontstaan waarbij fundamentele waarden het telkens verliezen van de omstandigheden, stelt .

Illustratie Stella Smienk

Het nieuws dat burgemeester Ahmed Aboutaleb het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens over camera-auto’s in de binnenstad tegenhoudt, sneeuwde onder door alle consternatie over de rellen in het stadscentrum diezelfde dag. Uit het door NRC ingeziene rapport blijkt dat Rotterdam de wet heeft overtreden door mobiele camerawagens in te zetten om te controleren of mensen wel voldoende afstand houden in de anderhalvemetersamenleving.

Niet alleen was er geen wettelijke basis voor het filmen van burgers op straat en in parken, de surveillancewagens maakten volgens de Autoriteit Persoonsgegevens een te grote inbreuk op de privacy door de gezichten van burgers gedetailleerd in beeld te brengen. Zo konden de handhavers in de camerawagens de mensen ook gewoon aanspreken in plaats van ze op beeld vast te leggen en dat materiaal een volle week bewaren.

De rijdende camera-auto’s zijn inmiddels van straat gehaald, maar de inzet ervan is altijd fel verdedigd door het Rotterdamse college. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Het past in een langere trend en die levert geen fraai plaatje op. Keer op keer neemt de gemeente controversiële maatregelen en neemt daarbij op de koop toe dat fundamentele rechten overboord worden gegooid. Wie verder kijkt ziet bovendien dat de kritiek hierop door de hoofdrolspelers steevast wordt weggewuifd.

Zo wil Aboutaleb het live filmen van rellen en het verspreiden van die beelden via sociale media gaan verbieden. Dit naar aanleiding van de Coolsingelrellen. De Nederlandse Vereniging van Journalisten wijst Aboutaleb er terecht op dat hierdoor de vrije nieuwsgaring in het geding komt. Maar Aboutaleb meent dat de wetgeving op dit gebied „een tikkeltje naïef” is en wil met een spoedwet de politie meer armslag geven dit te kunnen stoppen.

Van hetzelfde laken een pak bij de ernstige zorgen van Amnesty International en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten over het politiegeweld tijdens het vreedzame woonprotest in oktober. Een onafhankelijk onderzoek hiernaar was niet nodig, zo meende Aboutaleb, omdat dit zou leiden tot het „op voorhand veroordelen” van de politie.

Een paar maanden daarvoor had Aboutaleb de bevindingen van de Verenigde Naties onder tafel geveegd dat de sloop van de Tweebosbuurt in strijd zou zijn met het mensenrecht op passende huisvesting.

Je zou kunnen zeggen dat dit college doortastend is en samen met politie en Openbaar Ministerie stevige keuzes durft te maken om de grote maatschappelijke problemen te bestrijden.

Na de kritiek van de VN op het woonbeleid zei Aboutaleb dat hij ‘geen burgemeester is van een stad waar mensenrechten worden geschonden’

„Keihard aanpakken” is een favoriet stijlfiguur in de Rotterdamse gemeentepolitiek. Je zou ook kunnen zeggen dat er een vastgeroest patroon is ontstaan waarbij fundamentele waarden het telkens verliezen van de omstandigheden en de gemeente het niet zo nauw neemt met de rechtsbescherming van haar burgers.

Na de kritiek van de Verenigde Naties op het Rotterdamse woonbeleid sprak Aboutaleb op emotionele toon dat hij „geen burgemeester is van een stad waar mensenrechten worden geschonden”. De praktijk laat iets anders zien. Wie met minder emotie naar al deze kwesties kijkt, zal zich achter de oren krabben of het wel zo goed is gesteld met de rechtsstatelijke mores bij de gemeente. Organisaties als de Autoriteit Persoonsgegevens, Amnesty International en de Verenigde Naties menen in ieder geval van niet.

Van dezelfde partijen mag je verwachten dat ze onpartijdige oordelen vellen vanuit een onafhankelijke gezagspositie. Hun kritiek is daarom niet zomaar een mening die je moeiteloos kunt wegwuiven of wegpoetsen. Een gemeente die verblind door haar eigen gelijk vooral bezig is haar maatregelen te verdedigen, holt de rechtsstaat uit en bewijst de democratie een slechte dienst.

In een tijd van grote onvrede onder veel burgers over de politiek ketst dit patroon als een boemerang naar haar terug. De burger kan er dan niet meer blind op vertrouwen dat de overheid het goed voor heeft met haar en zich aan de wet houdt. Dat ondermijnt het vertrouwen van de burger in de overheid en zet in potentie aan tot agressie en geweld.

De Coolsingelrellen zijn daar een aspect van. Zou het Rotterdamse college dit wel door hebben?

Marc Schuilenburg is bijzonder hoogleraar Digital Surveillance aan de Erasmus Universiteit