Bij een ei gaat het altijd om perfectie

Kipboek Wat was er eerder, de kip of het ei?, is een strikvraag, merkt op. Want het antwoord is: de mens.

Tummie, het boek-achtig magazine (of magazine-achtig boek), de editie over kip en ei.
Tummie, het boek-achtig magazine (of magazine-achtig boek), de editie over kip en ei. Beeld Tummie

Even twee getallen om van te duizelen. 26 miljard kippen. 1.577.534.755.000. Anderhalf biljoen. Zoveel kippen leggen zoveel eieren per jaar. In een eerlijke wereld is er voor iedereen een half eitje per dag.

Dat heeft Janno Lanjouw uitgerekend voor zijn verhaal ‘De oerknal van de plofkip’, waarin hij uitlegt dat vleeskuikens en leghennen – iemand anders noemt ze eierbazooka’s – uit dezelfde fazantenfamilie komen als kwartel en kalkoen en dat alle gedomesticeerde kippen afstammen van het rode kamhoen, de Gallus gallus. Die getallen. Dat maakt de vraag ‘wat was er eerder, de kip of het ei’ toch een beetje een strikvraag. Want het antwoord is: de mens. Zonder de mens waren er nooit 1,6 biljoen eieren.

Het verhaal over de G. gallus staat in een boek-achtig magazine (of magazine-achtig boek) gemaakt door de Nederlandse illustrator Elise van Iterson en de Belgische culinair journalist Barbara Serulus. Tummie heet het, en deze editie gaat over kip en ei. Het lijkt nergens op, maar het vertelt alles. Dat Henry Kissinger dol is op pekingeend, dat een ganzenei minder eiwit bevat dan een kippenei hoewel het drie keer zo groot is, dat Japanners kip rauw eten en dat de Beastie Boys twee nummers over eieren schreven (‘Ready to throw, you know I’m the egg man’).

Perfectie

En het vertelt ook iets over liefde en aandacht. Niet alleen over hoe je als mens kunt omgaan met zo’n prachtig, eigenzinnig proteïnefabriekje. Eén kok zegt bijvoorbeeld dat het werken met het hele dier hem dwingt tot deemoed. Liefde en aandacht zitten ook in hoe het boek gemaakt is. De verhalen op stevig mat papier, de recepten op glanzend papier. De katernen zijn met eigeel garen ingenaaid. De paginagrote foto van een schriele geplukte leghaan – de kop opzij alsof hij aan het kruis hangt – zou choqueren als je je niet zou realiseren dat de ware ellende schuilt achter het opgeblazen exemplaar aan het spit waarvan het water je in de mond loopt.

Bedenk een gerecht waarbij het zo vaak gaat over perfectie als bij ei. Bekend is dat chefs nieuwelingen in de keuken een ei laten bakken om hun talent te toetsen. Je kunt in je leven duizend eieren hebben gekookt en nog steeds gefrustreerd raken als het net te hard of te zacht is. Niet voor niets is er een wereldkampioenschap oeuf mayonnaise maken – aan een perfect gekookt ei met perfect zure mayonnaise herken je de meester. En zo gaat het ook drie pagina’s over de perfecte omelet, die zoals de Fransen het noemen baveuse moet zijn. Niet te lopend en niet te stijf. De Leuvense chef Jasper Jozefs heeft het over het existentialisme van een ei bakken. Het allerbelangrijkste, zegt hij, is dat je geniet van het moment dat een ei in een pan met boter landt, waarop je iets creëert dat voorheen niet bestond, het moment waarop je iemand blij maakt met wat je kookt. „Als al die elementen er zijn, wordt het streven naar perfectie opeens bijzaak.”

Tummie Magazine #3 Kip of ei? €19,90