DNB waarschuwt financiële sector: wacht niet langer met meewegen klimaatrisico’s

Klimaatrisico’s Nederlandse banken, pensioenfondsen en verzekeraars zijn financieel betrokken bij veel CO2-uitstoot. Meer dan de helft ervan houdt er onvoldoende rekening mee in zijn risicobeheer, aldus de toezichthouder.

Onder meer door beleggingen in de autosector financieren Nederlandse financiële instellingen wereldwijd 82 megaton CO2-uitstoot per jaar. Dat is bijna de helft van wat Nederland in een jaar uitstoot.
Onder meer door beleggingen in de autosector financieren Nederlandse financiële instellingen wereldwijd 82 megaton CO2-uitstoot per jaar. Dat is bijna de helft van wat Nederland in een jaar uitstoot. Foto Narong Sangnak/EPA

Het wordt bijna een vaste riedel vanuit De Nederlandsche Bank: de waarschuwing aan de financiële sector voor de impact van klimaatverandering. Het is écht een risico voor de sector. En de sector moet écht aan de bak met risicobeheer, zo laat de toezichthouder regelmatig horen. Immers: fysieke schade door klimaatverandering – denk aan overstromingen of hitte – kan beleggingen en gefinancierde projecten als vastgoed of fabrieken treffen. En de energietransitie kan waardeverlies betekenen voor bedrijven die actief zijn in fossiele energie, of voor vervuilende industrie die niet meer aan uitstootnormen voldoet.

Maar ondanks diverse rapporten van de centrale bank – het eerste verscheen in 2017 – neemt de meerderheid van de Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en banken het thema duurzaamheid (klimaat, en in mindere mate biodiversiteit) onvoldoende mee in het risicobeheer, zo blijkt uit een dinsdag verschenen studie van de toezichthouder.

Duurzaamheid speelt „een beperkte rol in de strategie van financiële instellingen”, aldus het rapport Op weg naar een duurzame balans. De Nederlandsche Bank (DNB) bevroeg hiervoor 61 pensioenfondsen, 37 verzekeraars en 29 banken. Bij de afweging van risico’s, zo blijkt hieruit, neemt 30 procent van de pensioenfondsen, 22 procent van de verzekeraars en 10 procent van de banken duurzaamheid mee.

„Er is stevig werk aan de winkel”, zegt Else Bos, directeur toezicht bij De Nederlandsche Bank, in een videogesprek met NRC.

Van risico-indicatoren die gangbaar zijn op andere terreinen, wordt op het vlak van duurzaamheid maar weinig gebruikgemaakt, zegt ze. „Het gaat om dingen als: hoe groot is de CO2-voetafdruk van de sectoren waarin mijn beleggingen zijn geconcentreerd? Welke energielabels heeft mijn vastgoedportefeuille? Wat is de onderpandwaarde bij overstromingen?”

Geen perfecte data

Wat duurzaamheid betreft, stellen banken, pensioenfondsen en verzekeraars zich nogal terughoudend op omdat er geen „perfecte data” beschikbaar zijn, signaleert de toezichthouder. In de zee aan duurzaamheidsscores die dataleveranciers opstellen, is het lastig de juiste te bepalen. En internationaal zijn allerlei standaarden nog in ontwikkeling, onder meer over de rapportage van data. Maar volgens Bos hoeft dat geen belemmering te zijn: „Wacht niet af, ga aan de slag. Hoe meer instellingen hiermee bezig gaan, des te beter de data ook worden.”

Lees ook dit interview met AFM-topvrouw Laura van Geest: ‘Dromen over duurzaamheid? Ik ben van het loodgieten’

Om dit punt te onderstrepen, sloeg DNB zelf aan het rekenen. De toezichthouder rekende uit hoeveel uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen wereldwijd voortkomt uit activiteiten die de Nederlandse financiële sector financiert. Het gaat om ten minste 82 megaton (miljoen ton) in 2019 – ofwel zo’n 45 procent van de uitstoot van CO2 van heel Nederland in dat jaar.

Pensioenfondsen zijn verantwoordelijk voor de helft van die voetafdruk. Dat komt door aandelenbeleggingen in onder meer de auto- en energiesector en in de cement- en staalindustrie. De data zijn niet compleet; de voetafdruk is waarschijnlijk nog hoger, denken de rekenaars van DNB. Omdat de wereldwijde uitstoot snel omlaag moet om de Parijse klimaatdoelen te halen – terwijl de tijd daarvoor steeds korter wordt –, groeit het risico op financiële verliezen door versnelde afschrijvingen en extra kosten.

Bos, die voor haar functie bij DNB in de pensioensector actief was, zegt dat aan de financiering van deze uitstoot „grote transitierisico's” kleven. „Hoe meer wet- en regelgeving er komt om de uitstoot omlaag te brengen, des te groter is het risico op waardevermindering van portefeuilles met sectoren die een hoge uitstoot hebben. En ook de consument kan op een gegeven moment bepaalde vervuilende sectoren in de ban doen.”

Veel instellingen vragen zich af hoe zij de duurzaamheidsrisico’s precies moeten wegen. Moeten zij uit bepaalde sectoren stappen? Eind oktober nam ambtenarenfonds ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, een radicale stap: het kondigde aan al zijn beleggingen in producenten van kolen, olie en gas te verkopen. Overigens deed het ABP dit niet zozeer vanwege het klimaatrisico, maar vooral omdat de achterban van vervuilende beleggingen af wil.

De toezichthouder geeft geen waardeoordeel over beleggingen in vervuilende industrieën. „We willen niet op de stoel van de bestuurders gaan zitten. Zij nemen de risico’s, wij kijken hoe ze daarmee omgaan.” Voor Bos is ‘desinvesteren’ niet het enige model. „Wij zeggen niet dat instellingen hun portefeuilles in risicovolle sectoren moeten afbouwen. Er zijn ook andere manieren om de risico’s op een goede manier te wegen, zoals kritisch het gesprek aangaan met bestuurders van bedrijven.”

Komend jaar wil DNB concreet maken waaraan een instelling die risico’s kan toetsen. Daarvoor zal ze zoveel mogelijk aansluiten bij een gids met ‘verwachtingen’ die de Europese Centrale Bank heeft gepubliceerd. De ECB dringt onder meer aan op meewegen van klimaatrisico’s bij kredietverlening.

Vooralsnog treft DNB instellingen die het klimaatrisico negeren niet met harde sancties. „Instellingen krijgen veel ruimte om zelf beleid te voeren”, aldus Bos. Keiharde kapitaaleisen zoals in de internationale bankenregelgeving ontbreken. Maar als instellingen niets doen, worden wel „indringende gesprekken” gevoerd.

Snelheid van klimaatverandering

Is de snelheid waarmee klimaatverandering nadert nog wel in overeenstemming met deze ‘zachte’ vorm van toezicht? Bos wil het niet ‘zacht’ noemen: „Je hebt niet altijd een kapitaaleis of een boete nodig om je doel te bereiken. Met goede, concrete gesprekken heb je ook impact.”

Het zou de toezichthouder een handje helpen als bepaalde risico’s van klimaatverandering al ingeprijsd zouden zijn op de financiële markten, bijvoorbeeld in de vorm van hogere risicopremies voor CO2-intensieve kredieten. Dan wordt het klimaatrisico vanzelf helder.

Bos ziet dit langzaam gebeuren. „De looptijden van obligatieleningen voor bedrijven met een hoog klimaatrisico worden soms al korter gemaakt dan voor bedrijven met minder risico. En ook de kredietbeoordelaars zijn bezig, onder druk van toezichthouders en klanten, om bedrijven met een hoog klimaatrisico af te waarderen.”

Lees ook: Het klimaat wordt steeds meer een kredietrisico

Ze herhaalt haar boodschap aan de financiële sector: wacht niet. „Instellingen kunnen een zelfgeraamde toekomstige CO2-prijs meenemen in hun boeken en zo de kosten van de uitstoot meerekenen in beprijzing van hun kredietverlening. Sommige banken integreren de energielabels die aan vastgoed worden gegeven in de risicobeoordeling van hun leningen. Dat kan allemaal nu al.”