De tranen van Poseidon

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 57 (slot): nachtmerrie op Kreta.
Dagboek van een visser

Wie kent Nijntje niet? Hele generaties zijn ermee opgegroeid en in slaap gesust. Zie je een konijntje huppelen in de tuin hoor je meteen Crosby Stills Nash & Young, „Our house is a very, very, very fine house…” Maar zeg je rabbit tegen een Griekse visser, verschijnt acuut een rood waas voor z’n ogen.

Dat zit zo. Na mijn onvergetelijke kajakexpeditie in Rif-Marokko wilde ik, vóór de winter op de deur bonst, nog even snel de warme, zuidelijke zee omarmen. Afdrijven van de kust, naar het blauwe onbekende licht, duizenden lantaarns, in glorieuze stilte de diepte afdalen. Je vergeet corona. Je vergeet Ajax en Poetin.

Het werd Kreta. Kajakvisboeltje weer ingepakt en ingecheckt en zes uur later installeerde ik mij in ’t snoezige Limnes waar de tijd had stilgestaan en zonrijpe sinaasappels en druivenranken mij omringden als guirlandes. Vol overgave stroopte ik de kuststrook af, het ene na ’t andere prachtstrandje, sensaties om gek van te worden, maar: een broodmagere oogst. Schriftbaarsje hier, lipvisje daar, pietermannetje hier, puffervisje daar; zelfs een kat zou uithongeren.

Hoe is het mogelijk, Kreta, zo zeerijk en toch zo visarm?

Alle lokale vissers wezen met eenzelfde vinger naar eenzelfde dader: the rabbitfish. De ultieme nachtmerrie van elke mediterrane visser, de Kretenzers voorop omdat zij geografisch het dichtst bij het Suezkanaal liggen.

Dat zit zo. Door de opwarming van zeewater is deze niet endemische kogelvis-exoot en masse vanuit de Rode Zee via het Suezkanaal opgestoomd richting de Méditerranée. Daar vreet hij alles wat los en vast zwemt. Toen ik ’n dagje mee ging vissen op de boot van Yannis de Kretenzer zag ik hoe hij voor de honderdste maal een rabbitfish aan de haak sloeg en die voor de honderdste maal het mes in de kop stak en terugsmeet. O wat haatte hij dit vraatmormel, met zijn vlijmscherpe en veel te grote voortanden die, gelijk een konijn ja, naar voren steken en lijnen doorknaagt en vis wegschrokt alsof het pap is.

De rabbitfish zelf is oneetbaar want minstens zo giftig als zijn halfbroertje de pufferfish (na de pijlgifkikker het giftigste diertje op aarde). Ze vellen een boerenpaard. Yannis vertelde me ’t verhaal van een drietal stoere Hollanders die paar jaar terug een enorme rabbitfish vingen en hem feestelijk op de grill roosterden. Twee stierven ter plekke, de derde raakte verlamd. Intussen hebben talloze visfamilies hun eeuwenoude nering opgedoekt en hun heil gezocht in het toerisme.

Op een plein vlakbij Heraklion rees hoog op een heuvel het statige beeld op van Poseidon, beschermheer van zee en vissers. Misschien was het inbeelding, maar uit zijn oog meende ik een traan te zien rollen.