Analyse

De weigerachtige houding van demissionair defensieminister Kamp past slecht bij een ‘nieuwe bestuurscultuur’

Krijgsmacht Minister Kamps weigerachtige houding bij onderzoek LIMC-zaak past slecht bij de nu zo vurig beleden ‘nieuwe bestuurscultuur’

Demissionair Defensie-minister Henk Kamp tijdens het debat over de begroting van zijn ministerie voor 2022 in de Tweede Kamer.
Demissionair Defensie-minister Henk Kamp tijdens het debat over de begroting van zijn ministerie voor 2022 in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat/ANP

Demissionair minister Henk Kamp (Defensie, VVD) bezorgde de krijgsmachtspecialisten van de Tweede Kamer afgelopen donderdag een gevoel van verbijstering. Die hadden eerder gevraagd om een onafhankelijk onderzoek naar het grootschalige data verzamelen over burgers door een onderdeel van de landmacht, het LIMC. Maar dat onderzoek is niet meer nodig, zei Kamp in een debat over het LIMC.

Kamp stuurde vorige maand een tijdslijn van 170 pagina’s naar de Kamer, met zo’n 400 bijbehorende documenten. „Dat is nog beter dan een extern onderzoek”, vond Kamp. „Dit is toch geen manier van doen”, reageerde Tweede Kamerlid Salima Belhaj (D66), indiener van de motie waarin om het onderzoek werd gevraagd. Sietse Fritsma (PVV): „Wat is voor deze minister de overtreffende trap van een extern onderzoek? Een intern onderzoek!”

De weigerachtige houding van Kamp past slecht bij de ‘nieuwe bestuurscultuur’, die nu zo vurig wordt beleden door het kabinet. Bij Defensie komen onderzoeken naar misstanden slecht van de grond.

Het onderzoek naar het bombardement van Hawija in Irak, met naar schatting zeventig burgerslachtoffers, is in een impasse geraakt. De reconstructie van de chaotische evacuatie uit Kabul moet nog beginnen, nadat oud-minister van Defensie Frank de Grave vorige week afhaakte als onderzoeksleider, nadat een groot deel van de Tweede Kamer bezwaar had gemaakt. En het door de Kamer gevraagde onderzoek naar het LIMC, dat opereerde zonder mandaat en privacywetgeving schond, komt er wat Kamp betreft dus helemaal niet.

Er kan veel misgaan

Met ruim zestigduizend werknemers en operaties in de hele wereld is Defensie een uitgestrekte en complexe organisatie, die vaak opereert in risicovol gebied en gevaarlijke omstandigheden. Daarbij kan veel misgaan, herinnert oud-minister van Defensie (2010-2012) Hans Hillen (CDA) zich. „Defensie is een levensgevaarlijk bedrijf, elke dag gebeurt er wel wat.”

Voor de bewindslieden op het departement is dat een potentieel risico, zegt Hillen. „Als een onderwijzer drugs heeft gebruikt, hoor je daar niemand over. Maar als een militair dit doet, wordt de minister daarover door de Tweede Kamer bevraagd.”

Maar het kan soms lang duren voordat fouten aan het licht komen, zo weet Jean Debie, voorzitter van de militaire vakbond VBM. Debie herinnert zich nog hoe er in 2014 steeds meer meldingen binnen kwamen van militairen die in de jaren zeventig en tachtig hadden gewerkt met verf waarin het giftige Chroom 6 was verwerkt. „Minister Hennis ontkende dat er een verband was. Daarbij werd ze gesouffleerd door haar ambtenaren.” Pas toen Debie naar de media stapte, kwam Defensie in actie.

Binnen het apparaat heerst nog altijd een cultuur van toedekken, zo stelt Anne-Marie Snels, oud-voorzitter van de militaire vakbond AFMP. De hiërarchische organisatiestructuur, waarin militairen kort op een post zitten, werkt die cultuur in de hand. „Als je carrière wil maken, hou je je gedeisd”, zegt Snels: „Zeker als er fouten zijn gemaakt. Want jouw voorganger [die de fout maakte] bekleedt nu een hogere functie, en je bent van hem afhankelijk voor jouw promotie.”

Bij Defensie leeft het gevoel dat operationele zaken niet moeten worden onderzocht

Christ Klep militair historicus

Geen enkel departement vindt het leuk te worden onderworpen aan onderzoek, zegt militair historicus Christ Klep. „Maar bij Defensie leeft het gevoel dat operationele zaken niet moeten worden onderzocht.” Militairen doen hun werk immers in opdracht van de politiek en vaak met grote persoonlijke risico’s, zegt Klep: „Hawija is een perfect voorbeeld van die manier van denken: shit happens. We hebben dingen gedaan op basis van foute inlichtingen. Daarvoor mag je militairen niet verantwoordelijk houden, is het idee.”

Tom Middendorp, voormalig commandant der strijdkrachten, vindt dat te ver gaan. „Militairen vinden het normaal zich te verantwoorden voor hun handelen.” Wel is het volgens Middendorp van belang dat onderzoekers kennis van zaken hebben: „Militairen opereren in omgevingen waar Nederlandse regelgeving niet altijd een-op-een toepasbaar is en waar je continu risico-afwegingen moet maken op basis van een veelheid aan soms strijdige informatie.”

Twee doden in Mali

Aan kennis van het militaire bedrijf en het missiegebied schortte het volgens Middendorp bij het onderzoek naar het overlijden van twee Nederlandse militairen in Mali. Die kwamen in 2016 om het leven door ontijdig ontplofte mortiergranaten. Defensie was daarbij ernstig tekortgeschoten, concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Toenmalig minister Jeanine Hennis (VVD) trad daarop af, net als Middendorp zelf. „Na Mali is er bij Defensie wat angst ingeslopen om fouten te maken”, zegt de voormalige topmilitair.

Volgens militair historicus Klep gaat die angst terug tot 2002, toen het tweede kabinet-Kok moest afstreden na een onderzoek van het NIOD naar de massamoord in Srebrenica in 1995. Het besef brak door dat militair handelen grote consequenties kan hebben. „En zeker na het Mali-onderzoek geldt bij Defensie: dit moeten we onder controle krijgen, anders gaat iedereen onderzoek doen.”

Militairen, zo zegt Klep, zien zichzelf als ultieme vakmensen: „Kritiek raakt daardoor aan de essentie van hun beroep. Een onderzoek maakt dat ze zich onheus bejegend voelen. ‘We doen het met goede bedoelingen’, zeggen ze dan.”

Lees ook:Dit onderzoeksverhaal over het LIMC

Henk Kamp gebruikte die woorden afgelopen donderdag ook. Bij het LIMC, zo zei de minister, was alles met de „beste bedoelingen” gebeurd, om „de samenleving te helpen.”

Het is voor de Kamer niet goed genoeg. Jasper van Dijk (SP) gaat in een ‘tweeminutendebat’ alsnog eisen dat een onafhankelijk onderzoek komt naar het LIMC, en dat voorgoed een einde komt aan het LIMC. Salima Belhaj (D66) kondigde aan „desnoods tien jaar lang” te blijven aandringen op zo’n onderzoek.