Opinie

In Jemen kan iedereen veilig oorlogsmisdrijven plegen

De Jemenieten zijn er psychisch en fysiek erg slecht aan toe, vooral vrouwen. was bij een conferentie die meer gerichte hulp bepleitte.

Dwars

Voor het eerst sinds wat wel een eeuwigheid lijkt was ik vorige week weer eens voor u op een echte levende conferentie. Lekkerder dan zo’n webinar, al geef ik toe dat we blij moeten zijn met de gezoomde symposia van over de hele wereld op het scherm thuis. Sorry voor het woord lekker, want de conferentie ging over de humanitaire ramp door de oorlog in Jemen, maar u begrijpt me wel.

De hulporganisatie Cordaid had de conferentie in Den Haag georganiseerd in samenwerking met Jemenitische ngo’s om de aandacht te vestigen op de noodsituatie – lees het nieuwe rapport van de ontwikkelingsorganisatie UNDP – en hoe die aan te pakken. De Jemenitische ngo’s gaven een zeer somber beeld van de psychische en fysieke gezondheidssituatie van Jemenitische burgers, vrouwen in het bijzonder, die behalve van de oorlog slachtoffers zijn van kindhuwelijken en geweld, en dat dan weer erger door de oorlog. Uitzichtloos, want er is nauwelijks psychologische hulp voorhanden, honderden gezondheidscentra zijn platgebombardeerd, tientallen districten hebben niet eens een arts en de wegen ernaar toe zijn kapot. Eén voorbeeld van de consequenties: elke dag sterven tien vrouwen aan bloedverlies tijdens of na de bevalling. De boodschap van de sprekers: er is wel veel humanitaire hulp (hoewel dit jaar minder dan de helft is toegezegd van de 3,36 miljard euro die de hulporganisaties zeggen nodig te hebben, en er méér euro’s aan wapens worden uitgegeven), maar die hulp moet scherper worden gericht op dergelijke broodnodige voorzieningen.

Maar ja, het enige dat werkelijk zou helpen is een einde aan de oorlog, en helaas, dat zit er niet in. Na de conferentie ging ik thuis weer achter mijn scherm zitten voor een webinar-persconferentie van mensenrechtenorganisaties waaronder Amnesty, Human Rights Watch en het Jemenitische Mwatana. Die was gewijd aan het wegstemmen in oktober in de VN-Mensenrechtenraad van onafhankelijk onderzoek naar de oorlogsmisdrijven in Jemen.

Dat was het werk van Saoedi-Arabië. The Guardian legde vorige week uit dat de Saoediërs dat hadden gefixt door druk op landen die zich vorig jaar van stemming hadden onthouden. Indonesië bijvoorbeeld had nu tegen verlenging gestemd nadat Saoedi-Arabië met coronaobstakels voor Indonesische pelgrims naar Mekka had gedreigd. Natuurlijk blokkeerden de Saoediërs niet alleen het onderzoek naar hun eigen misdrijven, maar ook naar die van de vijand, de Houthirebellen. Maar dat geeft vooral aan hoeveel last ze ervan hadden en veronderstelden nog te krijgen. In hun allerlaatste rapport, A call to humanity to end Yemen’s suffering, riepen de zogeheten Eminente Experts op het Internationaal Strafhof in te schakelen.

In plaats daarvan is Jemen één reusachtig vat vol straffeloosheid en staat het licht permanent op groen voor oorlogsmisdrijven en andere gruwelijkheden door alle partijen. Meer dan zestig organisaties hebben nu in een petitie een dringend beroep gedaan op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om een nieuwe commissie van onderzoek in te stellen. Op de persconferentie toonde HRW’s Ken Roth zich daarover „voorzichtig positief” – het is in 2016 langs deze weg immers ook gelukt een onderzoek naar oorlogsmisdrijven in Syrië in te stellen. De AV telt 193 leden tegen de 47 van de Mensenrechtenraad, en het is voor Saoedi-Arabië dus een hele klus dáár een meerderheid te krijgen.

Zucht. Ja, daar ben ik weer met mijn pessimisme. Heeft dat onderzoek dan in Syrië iets uitgemaakt?

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.