De methode-Taghi: zijn handlangers worden er langzaam ingetrokken

Hervatting Marengo-proces De moord op ‘Joego’ Ranko Scekic is de eerste waarbij kroongetuige Nabil B. zelf betrokken is geweest. Verdachte Mohammed el A. is de tweede die het zwijgen heeft verbroken. Hij beschrijft de contouren van wat je als de methode-Ridouan Taghi zou kunnen bestempelen.

Ranko Scekic, alias ‘Joego’, werd op 22 juni 2016 verrast door twee schutters toen hij vanuit zijn Utrechtse woning naar buiten liep.
Ranko Scekic, alias ‘Joego’, werd op 22 juni 2016 verrast door twee schutters toen hij vanuit zijn Utrechtse woning naar buiten liep. Foto Koen Laureij

‘Sir, check of Ranko met Chino is”, zegt Ridouan Taghi op 23 mei 2016 tegen een handlanger. „Insh’allah krygen ze vandaag wat ze nog nooit hebben gezien.” Taghi krijgt binnen enkele minuten antwoord: „Ben ermee bezig, mr. Ben persoonlijk aan het posten, zodat we geen fouten maken.”

De handlanger van Taghi in dit PGP-dialoogje is de 32-jarige Mohammed el A., een geboren Utrechter met Marokkaanse roots. Hij werkt in opdracht van Taghi aan de voorbereiding van de liquidatie van vier mannen die de toorn van Taghi hebben gewekt. Een van hen is Ranko Scekic, geboren in het Montenegrijnse plaatsje Berane in 1971, als dat nog deel uitmaakt van Joegoslavië. De ‘Joego’, zoals Scekic vaak wordt aangeduid, wordt een maand later vermoord, onder de ogen van zijn vrouw.

Scekic, een rijzige gestalte met een opvallend groot kaal hoofd en handen als kolenschoppen, speelde een allesbehalve prominente rol in de Nederlandse onderwereld. Hij werkte weleens als beveiliger of uitsmijter en was een goede bekende van Ibrahim B., een crimineel die in het Utrechtse ‘De Slager’ wordt genoemd omdat zijn vader een slagerij uitbaatte. Scekic is volgens justitie vermoord omdat Taghi ruzie had met zijn vriend Ibrahim B.

De moord wordt in de Amsterdamse rechtbank deze week besproken in de strafzaak Marengo tegen Taghi en zestien medeverdachten. De behandeling van de zaak Scekic komt op een cruciaal moment in de strafzaak, die na een pauze van enkele maanden verder gaat.

Het is de eerste moord waarbij kroongetuige Nabil B. zelf betrokken is geweest. B. heeft belastende verklaringen afgelegd voor zichzelf, maar ook voor hoofdverdachte Ridouan Taghi en een aantal medeverdachten. Voor de zomer weigerde B. nog vragen te beantwoorden tijdens de behandeling van drie andere moordzaken, maar nu zal hij gewoon vragen beantwoorden, zo is de verwachting.

Twee verhalen, één waarheid

Waar vrijwel alle andere verdachten tot op dit moment zwijgen, weerspreekt één verdachte de verklaringen van Nabil B. met kracht van argumenten. Het is zijn voormalige boezemvriend Mo Razzouki. Diens broers Saïd en Zaki Razzouki worden ook verdacht. Mo Razzouki stelt dat hij niet betrokken is geweest bij de moord op Scekic. Een stelling die volgens zijn raadsman wordt onderbouwd met telefoongegevens en een gedocumenteerd bezoek aan de sportschool op het moment van de moord op Scekic.

Lees ook: Tactisch steekspel tussen Taghi en kroongetuige Nabil B.

De verhalen van de twee voormalige vrienden zijn niet met elkaar te rijmen: de waarheid van de een is de leugen van de ander. De vraag is wie de rechtbank gelooft. Voor Mo Razzouki kan het antwoord járen celstraf schelen als de verdenking van betrokkenheid bij de moord op Scekic niet wordt bewezen. Voor kroongetuige Nabil B. gaat het om zijn geloofwaardigheid. Al geldt hier wel dat een rechtbank niet alles hoeft te geloven wat B. zegt om zijn verklaringen deels toch te gebruiken als bewijs. Op sommige punten zijn die gedetailleerd en onderbouwd.

Maar er is meer dat de moord op Scekic tot een cruciale zaak kan maken. Een van de mannen die wordt verdacht in deze zaak heeft deze zomer een opvallende stap gezet. Het gaat om Mohammed el A., de man die in mei van 2016 persoonlijk aan het posten was bij de woning van Ranko Scekic. Zonder direct zijn naam te noemen – hij houdt het op een medeverdachte – heeft Mohammed el A. een belastende verklaring afgelegd voor Ridouan Taghi, volgens justitie en politie de opdrachtgever van de moord op Scekic.

Daarmee is Mohammed el A. na de kroongetuige de tweede die belastend verklaart voor Taghi. En dat is niet zonder betekenis. El A. heeft deze zomer tijdens een besloten verhoor ten overstaan van de rechtbank beschreven hoe hij bij de moord op Scekic betrokken is geraakt. Zijn bekentenis heeft ook gevolgen voor Taghi, die door de rechter in het verhoor met El A. als 26C wordt aangeduid. Het is een verwijzing naar de eerste drie tekens van de PGP-telefoon waarmee El A. communiceerde over de moord op Scekic. Dat adres is volgens de politie gebruikt door Taghi. Het is een stelling die Taghi ontkent, maar nu impliciet door Mohammed el A. is bevestigd.

Utrechtse wietmilieu

En daar blijft het niet bij. Voor de goede lezer beschrijft Mohammed el A. in zijn verklaring de contouren van wat je als de methode-Taghi kan bestempelen. Zijn verhaal begint in 2010 als hij hoort over plannen voor een ontvoering in het Utrechtse wietmilieu. El A. waarschuwt het potentiële slachtoffer, een man die jaren later zijn schoonvader zal worden. En dat roept in het Utrechtse ongemakkelijke vragen op, waardoor El A. in een ingewikkelde ruzie terechtkomt. Het is een conflict dat jarenlang doorettert en eind 2015 leidt tot een incident waarbij El A. wordt beschoten.

Op dat moment introduceert zijn schoonvader Mohammed el A. bij Ridouan Taghi, die hem ook meteen waarschuwt: doe drugszaken met hem, maar laat je niet meeslepen in andere kwesties. Met de woorden „dingen waar hij destijds al om bekendstond”, verwijst Mohammed el A. impliciet naar de verhalen in het Utrechtse over betrokkenheid van Taghi bij liquidaties.

De rechtbank wil van El A. weten waarom hij ondanks die waarschuwing toch in zee is gegaan met Taghi. El A. beschrijft dan een sluipend proces waarbij hij details te horen kreeg uit het milieu, soms ook over moorden. „Het leek alsof hij steeds meer met mij wilde delen om mij er een beetje in te trekken. Ik liep met het gevoel dat ik te veel over deze persoon wist en voorzichtig moest zijn om zomaar afscheid te nemen.”

De woorden van Mohammed El A. vinden de rechters zo bijzonder, dat ze vragen of El A. wel zeker weet dat hij dit allemaal gezegd wil hebben – in verband met zijn veiligheid. Dit verhoor komt in het dossier, waarschuwen de rechters. „Voor mezelf heb ik eerlijk gezegd niet zoveel angst”, zegt hij dan. „Het is meer voor mijn naasten.” Het zijn woorden met een bijzondere betekenis in het licht van de drie doden die zijn gevallen in de omgeving van Nabil B. De kroongetuige verloor zijn broer Reduan, zijn advocaat Derk Wiersum en zijn adviseur Peter R. de Vries aan onderwereldgeweld.

Lees ook: Nederland geeft zware misdaad te veel ruimte – toont aanslag op Peter R. de Vries

Dat Mohammed el A. zou gaan verklaren, gonsde al een tijd. En de vraag is of nog meer verdachten het zwijgen zullen doorbreken en gaan verklaren over hun relatie met Taghi. Hebben zij bewust voor het geweld gekozen of zijn ze erin getrokken, zoals Mohammed el A. beweert?

Met die vraag in het achterhoofd bieden de gebeurtenissen rond de gewelddadige dood van Ranko Scekic een fascinerend kijkje achter de schermen van het Utrechtse criminele milieu, de wereld van Ridouan Taghi. „Er staat de komende week een hoop op het spel”, aldus meerdere betrokkenen in de strafzaak.

Een ontvoering?

Het moorddossier rond Scekic begint met een PGP-bericht dat Saïd Razzouki op 20 mei 2016 verstuurt aan Taghi. Althans, de politie stelt dat het gaat om PGP-telefoons die bij de twee in gebruik zijn. Taghi en Razzouki zijn volgens verschillende verklaringen hoofdrolspelers bij de distributie van cocaïne in de Utrechtse regio en doen al jaren zaken samen. In dat bericht meldt Razzouki dat hij op bezoek is geweest bij Platinum Lounge, een horecagelegenheid in de Utrechtse wijk Overvecht die wordt gerund door een van zijn broers.

Die avond krijgen Saïd en zijn broers het idee dat Platinum Lounge in de gaten wordt gehouden. Als hij weggaat, ziet Saïd iemand die hij meent te herkennen. Het gaat om een broertje van Chino, een handlanger van „Slager en Ranko”, appt Razzouki aan Taghi. „Toen ik hem zag wist ik hoe laat het was: die jongen kon mij vanaf de trap in het zicht houden.”

„Huh? Wat zeg je?” Ridouan Taghi reageert meteen op het bericht van Razzouki. „Wie wou jou meenemen?”, vraagt Taghi aan Razzouki. Als blijkt dat het om de handlangers van Ibrahim de Slager gaat, is Taghi in rep en roer: „Als je wil gaan we vol op hem jagen. Meteen slapen, zeg maar”, appt Taghi. „Ik maak er 24 uur werk van.”

Wat Taghi dan niet vermeldt, is dat hij al veel langer bezig is met de jacht op Ibrahim de Slager en zijn handlangers. Maanden ervoor heeft hij een foto van hem aan een onbekend iemand verstuurd met de tekst: „Dit is die hond.” Een maand voor de gebeurtenis bij Platinum Lounge heeft Taghi nog contact met diezelfde onbekende persoon die hij de foto stuurde: „Ok, laat het zo broertje. Die Slager gaat slapen.”

Dus de aankondiging richting Saïd Razzouki dat hij Slager nu echt gaat aanpakken, is in wezen niks meer dan een voortzetting van een jacht die al veel langer gaande is.

Gespannen verhoudingen

Wel maakt Taghi aan Razzouki duidelijk dat een oorlog met Slager een prijs heeft. „Maar als Slager gaat slapen moet ook die Joego en die Chino en zijn broertje”, aldus Taghi in een bericht aan Razzouki. In een tijdsbestek van drie kwartier worden op basis van één bericht over een mogelijke observatie vier liquidaties uitgezet. Zo werkt dat dus kennelijk in de wereld van Taghi. Het gaat om zijn oude rivaal Ibrahim de Slager. En drie van zijn handlangers, onder wie Skekic.

Berichten uit die dagen van Saïd Razzouki maken onomwonden duidelijk dat hij zich zorgen maakt over de mogelijke levensbedreiging en daarom op zoek is naar Ibrahim de Slager. Hij wil Ranko Scekic traceren en van hem af: „weg ermee, rotzooi mensen.”

Tegelijkertijd zijn de verhoudingen tussen Ridouan Taghi en Saïd Razzouki gespannen. Uit berichten van Taghi met een andere verdachte in strafzaak Marengo kan worden afgeleid dat Taghi zich ergert aan Saïd Razzouki. Hij wou er eerst niks mee te maken hebben, appt Taghi. „En nu komen huilen dat die Slager moet slapen. En wie staat er nu voor hem klaar? Wy en niemand anders.” Later schrijft Taghi dat Said Razzouki zijn jongere broers er niet bij wil betrekken. „Maar als die een kogel in hun kop hebben zijn ze er bij betrokken, begrijpt u”, aldus Taghi. „Die man is raar, ik ben hem al lang zat.” Het zijn opvallende woorden van Taghi over Saïd Razzouki, de man die zijn rechterhand zou zijn.

Heel veel druk

Mohammed el A. heeft deze zomer uitgelegd hoe moeilijk het is om met Taghi te werken. Ook als je al drugszaken met hem doet, zoals hijzelf en Saïd Razzouki. Volgens El A. kun je niet zomaar zeggen: „Handel is prima en zoek de rest maar zelf uit.” Zo werkt het niet bij Taghi, legt hij uit aan de rechtbank. „Ik wist best wel veel van hem waar ik heel voorzichtig mee moest zijn. Hij is paranoia en kon bij het kleinste ding al omslaan.”

Lees ook: Berichtenverkeer voedt twijfel over geloofwaardigheid kroongetuige Nabil B.

Mohammed el A. weet dus dat hij te maken heeft met een „onberekenbare persoon”, maar wordt toch verrast als hij de vraag krijgt of hij iemand weet om de Slager en zijn handlangers te liquideren. Omdat hij geen nee wil zeggen, vertelt El A. dat hij iemand kent die mogelijk lid is van een groep die het wel wil doen. „Toen werd ik verrast met een wapen dat ineens werd afgeleverd, en een vluchtauto. Er werd ineens druk uitgeoefend dat het vandaag moest gebeuren.”

Mohammed el A. besluit de mensen om wie het gaat te waarschuwen en de eerste pogingen om Scekic te vermoorden mislukken dan ook. Zo vindt de politie eind mei 2016 een gestolen BMW met twee benzineflesjes erin op nog geen vierhonderd meter van zijn huis, klaargezet om te vluchten.

Ook een poging om Scekic uit zijn huis te lokken door een steen door het raam te gooien, mislukt. Scekic blijft binnen en zijn vrouw belt die avond met de politie om bescherming te vragen – tevergeefs.

Ranko Scekic wordt op woensdagavond 22 juni 2016 toch nog verrast door twee schutters als hij met een gast in een korte broek naar buiten loopt. Ze maaien hem van een afstandje neer en schieten hem daarna van dichtbij door het hoofd. Scekic sterft ter plekke.

De vraag is nu of de verklaringen van Mohammed el A. ook iets zeggen over de relatie tussen Taghi en Saïd Razzouki. Zou Razzouki zich, net als Mohammed el A., ook gedwongen hebben gevoeld om mee te werken? Die vraag kan alleen hij beantwoorden. Hij is dinsdagochtend vanuit Colombia, waar hij begin 2020 was aangehouden, in Nederland gearriveerd en overgebracht naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught.

Aanvulling (7-12-2021): dit artikel is geüpdatet met de aankomst dinsdagochtend van Saïd Razzouki in Nederland.

Correctie (7-12-2021): In een eerdere versie stond de Utrechtse horecagelegenheid Platinum Lounge vermeld als Palladium. Dit is aangepast.