Opinie

Nee, Alexander Klöpping, we hebben niet meer leiders maar meer feiten nodig in de journalistiek

Media Alexander Klöpping verwijt de journalistiek reactief gedrag en wil meer stellingname. Zijn klacht is humbug, meent .
Foto Spaarnestad/ANP

Alexander Klöpping is teleurgesteld. In dat hij niet weet wat de coronastrategie van het kabinet is, in dat „het lijkt [...] of niemand vooruit denkt”. Maar bovenal is hij teleurgesteld in media die hierover geen positie kiezen. „Grote statements”, verwacht hij in het bijzonder van hoofdredacteuren. Zij moeten hun titels aanzetten tot stellingname, zo betoogde hij zaterdag in NRC en in zijn eigen Podcast Over Media. „We hebben leidsmannen nodig, en leidsvrouwen.”

Ik wist even niet waar ik het zoeken moest. En dat was vast precies wat hij beoogde. Spoorde de Klöpping die we leerden kennen als vooruitkijkende mediaondernemer ons aan terug te gaan naar een tijd waarin journalisten elk hun eigen uitgangs- en actiepunten hadden? Bij de verzuiling had hij zich mogelijk „meer thuis gevoeld”, gaf hij toe.

We hebben in Nederland geen tekort aan meningen. Terecht heeft de journalistiek dit soort positionering goeddeels allang van zich afgeworpen. Om betrouwbaar te worden gevonden is het zaak de feiten als zodanig te presenteren en weg te blijven van het inzetten van journalistiek werk om maatschappelijke doelen te verwezenlijken.

Lees ook het opiniestuk van Alexander Klöpping: Laat de actiejournalistiek niet over aan boulevardkranten

Hij knoopt daar een tweede verwijt aan vast: dat media „reactief” over kabinetscoronabeleid berichten – „een patroon dat zich steeds herhaalt”. Klager Klöpping stelt – ik neem zijn redenatie nu over – dat de overheid telkens te laat ingrijpt, belangenclubs dan boos worden, andere landen ons inhalen waarna pas „op het laatst mogelijke moment” die ontwikkeling de voorpagina’s haalt.

Laten we het checken, zoals een journalist dat doet. Als hoofdredacteur van het persbureau dat nagenoeg elke journalistieke redactie non-stop voorziet van nieuwsberichten, fotografie, radiobulletins of infographics, heb ik het voorrecht enig zicht op het Nederlandse nieuwsklimaat te hebben. Dankzij software (nog zo’n verbetering ten opzichte van de tijd waarnaar Klöpping terugverlangt) kunnen we tot op het niveau van zinsdelen zien waar onze journalistiek terechtkomt. Met die data kunnen we Klöppings emoties toetsen aan de werkelijkheid.

Software

Wat blijkt? De klacht klinkt lekker maar is humbug. Van onze eerste berichten in de Nederlandse media ‘Hongkong extra alert na uitbraak longontsteking in China’ (4 januari 2020) en ‘Mysterieus virus eist eerste dode in China’ (een week later) tot het nut van mondkapjes: media waren in het maatschappelijk debat de overheid ver vooruit. Van de besmettelijkheid van het virus tijdens de incubatieperiode (het RIVM hield lang vol dat er zonder symptomen niks aan de hand was) tot de meerwaarde van testen en contactonderzoek. En om het actueel te maken: ja, Nederlandse media staan al sinds juni vol over het nut van de boosterprik, hoe verrast Gezondheidsraad, GGD en kabinet zich recent ook toonden.

Dat deze mediadynamiek teleurstellend is voor Klöpping, kan ik begrijpen. Hij wil immers weten waar hij zich „achter kan scharen”. Misschien neemt hij liever contact op met een politieke partij? Of misschien moet hij gewoon trots zijn dat we ons kunnen laten informeren door een pluriforme en professionele pers zonder dubbele agenda.