Opinie

‘Wat normaal is bepaal ik zelf’ werkt niet meer

Liberalisme Nederlanders zijn trots op het soort vrijgevochtenheid waarvan ze zelf denken dat het bij de nationale identiteit hoort, maar die buitenlanders veelal onbeschaafd vinden. Nu ons publieke normbesef erodeert, werkt dat slecht, constateert .
Foto ANP
Foto ANP

De recente rellen in Rotterdam en andere steden zijn al op vele manieren uitgelegd. De politie heeft de situatie onderschat. Radicalen hebben een goedwillende demonstratie gekaapt. De coronaregels zijn onduidelijk. De rek is eruit. Vooral jongeren hebben het inmiddels zwaar. Sociale media spelen een voorname rol. Er gaat te weinig aandacht naar kansarme groepen uit. En nu wordt het vuurwerk ook nog afgepakt…

Het zal allemaal een rol hebben gespeeld, maar we horen weinig over de olifant voor ons. Ik doel op het feit dat Nederland de afgelopen decennia een neoliberale levenswijze omarmd heeft, met als gevolg dat het de veerkracht mist die bij een crisis als de huidige zo nodig blijkt.

Sommigen zullen neoliberalisme als een ontaarding van het klassieke liberalisme zien. We zijn wellicht doorgeschoten in het verheerlijken van zelfredzaamheid en marktwerking, zo wordt wel gedacht, maar in de kern blijft het liberale gedachtengoed een prima zaak.

Dat is me te gemakkelijk. Vandaag de dag lopen we juist tegen de grenzen van het liberale denken als zodanig aan. De kern ervan laat zich op twee manieren uitleggen. In negatieve zin verzetten liberalen zich tegen alle vormen van dwang of macht die aan burgers wordt opgelegd. In positieve zin streven ze maximale bewegingsvrijheid na.

In 2019 schreef de filosoof Patrick Deneen een even compacte als vileine beschouwing waarin hij de verheerlijking van individuele vrijheden aan de kaak stelde (Why Liberalism Failed). Volgens hem wil de liberaal zich losmaken van alles wat hem of haar buitenaf bepaalt. Denk aan morele tradities die een bepaald gedrag voorschrijven. Aan sociale gemeenschappen die hun mening opdringen. En denk vooral aan overheden of machthebbers die je vrijheid inperken. De liberaal wil zich zelfs losmaken van de natuur, want ook die beperkt ons. In wezen claimt deze filosofie dat de individuele mens zichzelf bepaalt en dat afhankelijkheden uit den boze zijn.

Je zou denken dat deze zienswijze op gespannen voet staat met de lessen die het echte leven leert. In werkelijkheid zijn wij immers afhankelijk van vele zaken buiten ons. Van een cultuur die ons morele waarden geeft, van een staat die ons tegen vijanden beschermt, van een gemeenschap die ons aanvaardt en van de natuur die ons voldoende zuurstof biedt. Toch kreeg het geloof in zelfbepaling steeds meer aanhangers.

Dat begon in de jaren zestig en zeventig, toen velen, ook ikzelf, de heersende cultuur afwezen omdat ze hun leven vrijer wilden inrichten. Zelfontplooiing was het parool. Het zette door in de jaren tachtig en negentig toen men geloofde dat machtige overheden een probleem vormden. Privatisering was het parool. En het gold na de millenniumwisseling toen de natuurlijke dimensie van het menselijk leven ter discussie kwam te staan. Het parool is nu dat je zelf mag bepalen of je man, vrouw of geen van beide bent.

Lees ook dit opinieartikel: Tijd voor een liberalisme dat de aanval kiest

Beschaafde lieden

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het klassieke liberalisme een zaak voor beschaafde lieden was. Men meende dat vrijheid weldadig werkt zolang burgers gewetensvolle mensen zijn die de nodige zelfbeheersing opbrengen en de belangen van hun medeburgers in het oog houden. Daarmee was liberalisme behalve een politiek-economisch perspectief ook een beschavingsideaal.

Precies op dat punt neemt Nederland een bijzondere positie in. Inmiddels is ons publieke normbesef geërodeerd. Enerzijds nam de bewegingsvrijheid bij ons sterker toe dan elders, met als gevolg dat we op economisch, ruimtelijk, sociaal en moreel vlak een hoge mate van mobiliteit kennen. Publieke normen zijn dan vooral hinderlijk. Anderzijds zijn wij in ons hart nog altijd trots op het soort vrijgevochtenheid waarvan we zelf denken dat het bij onze nationale identiteit behoort, maar die buitenlanders veelal onbeschaafd vinden. Wat normaal is bepaal ik zelf wel.

Het is evident dat het liberale streven tal van positieve kanten heeft. Die springen in het oog wanneer onze economie op volle toeren draait, als je bezwaren hebt tegen de keuze van beleidsmakers of wanneer je als minderheid je rechten wil verdedigen. Maar het is een ramp als de coronacrisis ons plotseling confronteert met de zwakke kanten van deze liberale habitus. Dan blijkt dat we nauwelijks zijn ingesteld op de uitbraak van een virus en de biologische dynamiek die ermee samenhangt. We merken dat de zelfbeheersing om afstand te bewaren grote moeite kost. We verzetten ons tegen allerlei maatregelen die de overheid wil opleggen. En we zien dat individuele vrijheden onder druk staan als een meerderheid op vaccinatie of toegangspas aandringt.

Met andere woorden: deze coronacrisis laat ook zien dat we de kunst van het inschikken, incasseren, afwachten en gehoorzamen op grote schaal hebben verleerd. Wat zou, zo vraag ik mij wel eens af, de houding zijn geweest van eerdere generaties, die rampen als oorlog, hongernood of massale werkeloosheid hebben meegemaakt?

Een strikt private zaak

De overheid gaat bij dit alles niet vrijuit. Zij droeg met haar overwegend liberale voorkeuren juist sterk aan deze situatie bij. Dit spitst zich op twee zaken toe. Ten eerste wreekt zich het feit dat de Nederlandse overheid niets aan het onderhoud van publieke normen doet. Ze ziet normbesef als een strikt private zaak en zolang de meeste mensen deugen, moet de staat niet willen ingrijpen. Maar wat nu als het vermogen tot zelfregulatie onder burgers slijt? Dan krijgen we te maken met een fatale dialectiek waar Deneen nadrukkelijk op wijst en die in forse ingrepen door de staat tot uiting komt. Wanneer burgers denken dat alles mag wat niet bij wet verboden is, zal de overheid steeds vaker regulerend optreden. Daarom zien we in het Westen een paradoxale beweging, waarbij overheden enerzijds allerlei vrijheden bevorderen en anderzijds die vrijheden met wet- en regelgeving telkens inperken. Vroeg of laat raak je daarin verstrikt, zoals de machteloosheid van ons coronabeleid vrijwel dagelijks laat zien. Burgers zijn vrij om zich te laten inenten, maar wie zich niet laat inenten komt de horeca niet in.

Ten tweede kan ook een liberale samenleving aanvaarden dat de overheid soms met harde regels komt. Maar dan wel omdat ze de publieke zaak dienen, in moreel opzicht acceptabel zijn of kwetsbare burgers beschermen.

Helaas trekt onze overheid zich van dat soort normen nog maar weinig aan. Verleid door de neoliberale geest die na het vallen van de Berlijnse Muur steeds sterker werd, omarmde ze de fictie van een calculerende burger die vooral individuele belangen zou najagen. Haar ambtenaren kregen te horen dat hun ‘klanten’ vaak bedriegers zijn die je met harde hand moet aanpakken. De gevolgen daarvan werden onthutsend duidelijk bij de Toeslagenaffaire, volgens mij de meest ingrijpende vertrouwensbreuk tussen staat en burger die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft voorgedaan.

Toch wil diezelfde overheid ons nu al maanden lang allerlei gedragsregels en beperkingen opleggen. Is het dan vreemd dat bepaalde onderdanen dat niet langer serieus nemen?

Lees ook dit interview met Gabriël van den Brink: ‘Niet alles in het leven moet in het teken staan van winnen’

Normloosheid

Dit alles vormt uiteraard geen reden om over te gaan tot rellen en geweldpleging. Maar de gebeurtenissen in Rotterdam laten wel iets zien van de normloosheid die het publieke leven in ons land nu al geruime tijd kenmerkt. Het is een illusie te geloven dat dit probleem zich op korte termijn laat oplossen, het zal veeleer een zaak van generaties zijn. Daarbij moeten we een eigentijds antwoord vinden op de vraag wat wij als beschaafde samenleving willen zijn.

Voor mij staat vast dat individuele vrijheid dan onmisbaar is, al mag ze niet verabsoluteerd worden. Niettemin zijn we in drie opzichten aan een zekere herbalancering of herijking toe. Ten eerste moet er een betere balans komen tussen onze individuele vrijheden en de natuurlijke reserves waarop wij zijn aangewezen. Stop dus met vliegreizen waarbij je voor 25 euro heen en weer naar Barcelona gaat. Ten tweede is een afweging van individuele en gemeenschappelijke belangen onvermijdelijk. Stop dus met verwijzen naar de Tweede Wereloorlog als inenting geboden is. Ten derde betekent het opkomen voor bepaalde minderheden of identiteiten niet dat je een breed gedeelde code moet verwerpen. Stop dus met het zuiveren van de Nederlandse taal omdat woorden als vrouw of slaaf discriminerend zouden zijn.

Willen we Nederland als beschaafde natie opnieuw uitvinden, dan is een herwaardering nodig van precies die grootheden waar liberalen graag vanaf wilden: natuur, gemeenschap en moraliteit. Het duurt misschien langer dan een generatie voordat we onze publieke normen op dit gebied terug hebben. In afwachting daarvan gaan we een donkere, woelige winter tegemoet.