Opinie

Uit de kast komen maakt me een fijnere collega

Column Cecile Janssens was al vijftien jaar uit de kast, maar dook er weer in toen ze in Atlanta ging werken. Het zwijgen had invloed op alles.

Cecile Janssens

Ik vond het niet nodig om op mijn werk uit de kast te komen. Ik wilde gezien en aangesproken worden op mijn expertise en de kwaliteit van mijn onderzoek. Mijn privéleven deed niet ter zake, dacht ik. Het was geen geheim, integendeel, maar ik begon er zelden over. En al helemaal niet tegenover studenten. Dat het wel ter zake deed moest ik pijnlijk ondervinden.

In de jaren na mijn promotie schreef ik de ene na de andere subsidieaanvraag, maar zonder resultaat. Alles werd afgewezen. Het succes bleef ook uit nadat ik was overgestapt op een nieuw en veelbelovend onderwerp: hoe voorspellend is dna? Om begrijpelijke redenen: ik had originele ideeën, maar geen relevante publicaties die aantoonden dat ik thuis was in het onderwerp. Het roer moest om.

Ik moest een reeks artikelen schrijven waarmee ik mijn kansen op subsidie zou vergroten en besloot om een half jaar te gaan werken bij een van de meest vooraanstaande onderzoekers op het gebied van genetica en volksgezondheid, bij de Centers for Disease Control and Prevention, het Amerikaanse RIVM, in Atlanta. Dat bleek een gouden zet. We schreven vijf artikelen, waaronder een redactioneel in de British Medical Journal. Kort na terugkeer kreeg ik mijn eerste subsidie, die het begin werd van een snelle klim op de academische ladder. Maar ik betaalde een prijs.

Atlanta ligt in Georgia, net boven Florida, in het oer-conservatieve zuiden van de Verenigde Staten. Ik had hier en daar gepolst of ik op mijn werk vrijuit zou kunnen praten over mijn privéleven en kreeg steeds het advies om terughoudend te zijn. Ik aarzelde, maar ik vond het doel van mijn reis belangrijker: ik besloot te zwijgen. Ik was in Nederland al vijftien jaar uit de kast, maar dook er in Atlanta weer in.

De adviezen waren goedbedoeld, maar desastreus. Ik had verwacht dat ik werk en privé wel zou kunnen scheiden, maar dat liep mis. Het zwijgen had invloed op alles. Ik hield de contacten oppervlakkig, meed persoonlijke gesprekken, en trok me vaker terug. Met elke gelegenheid die ik onbenut liet om iets van mijn privéleven te delen, werd de drempel hoger om er alsnog over te beginnen. Ik werd steeds minder mezelf. Na afloop wist ik één ding zeker: dit nooit weer.

Openheid maakt een verschil

Hoe anders was het toen ik vijf jaar later werd gevraagd voor een hoogleraarschap op Emory University, de buren van de CDC, hetzelfde Atlanta. Emory bleek een oase in de woestijn van Georgia. De universiteit had werk gemaakt van haar diversiteitsbeleid, had een heuse Office of Lesbian, Gay, Bisexual, and Transgender Life, en zowaar een Who’s Out @ Emory-fotogalerij op het internet. Ik zag hierop enkele toekomstige collega’s en voelde mij welkom nog voordat ik een voet binnen de deur had gezet.

Ik hoef niet uit de kast van mezelf, ik wil eruit voor mezelf. Omdat het me een completer mens maakt, toegankelijker en empathischer. En daarmee ben ik een fijnere collega, een betere mentor en inspirerender als docent. Openheid maakt een verschil dat uitstijgt boven het persoonlijke.

In de wetenschap draait het traditiegetrouw en vanzelfsprekend om expertise en credentials, maar daarnaast klinkt steeds luider de roep om meer openheid en een inclusievere universiteit. Twee nieuwe rectoren zetten daarvoor bij hun recente benoemingen meteen de toon. Sinds dit najaar is professor Annelien Bredenoord de eerste vrouwelijke rector van de Erasmus Universiteit en met haar 42 jaar een van de jongste ooit. Ze is medisch ethicus, was hoofd van de afdeling Medical Humanities aan het UMC Utrecht, en is D66-senator en fractievoorzitter van de Eerste Kamer. En ze verhuist later dit jaar met haar vrouw en driejarige zoon naar Katendrecht. En de nieuwe rector van de VU, professor Jeroen Geurts, is neurowetenschapper, afdelingshoofd in het Amsterdamse UMC, en tot volgende maand bestuursvoorzitter van ZonMw, de financier van gezondheidsonderzoek, en bestuurder bij NWO. Geurts deelt samen met zijn man en twee moeders het co-ouderschap over hun zoon.

Een open klimaat

Openheid maakt dat je kunt zijn wie je bent. In al je veelzijdigheid. Het maakt dat je authentiek kunt zijn, kunt verbinden, en geloofwaardig bent. Dat je kunt pleiten voor een nieuw systeem voor het erkennen en waarderen van wetenschappelijk personeel, wat beide rectoren ambiëren, omdat je zelf diversiteit en inclusie uitdraagt. En kunt pleiten voor open science en transparantere wetenschap, omdat je zelf ook echt in openheid gelooft.

Wie de ruimte geeft aan zichzelf, geeft ruimte aan anderen. Een open klimaat waarin mensen zichzelf kunnen zijn, zich thuisvoelen, en zich durven uit te spreken, verrijkt. En voor wie is die boodschap belangrijker dan voor jonge mensen die werken aan hun toekomst. Die zich afvragen wat hun plaats in de wereld zou kunnen zijn. Weten dat je vrijuit mag zijn wie je bent.

Ook dat is academische vrijheid.

Cecile Janssens is hoogleraar translationele epidemiologie aan Emory University in Atlanta.