Opinie

’Slecht Engels’ is de wereldtaal

Ben Tiggelaar

Is het volgende herkenbaar? Wanneer ik voor mijn werk met Britten overleg, ben ik vooraf altijd wat gespannen vanwege de taal. En na afloop ben ik ook vermoeider dan na andere gesprekken. Maar als ik een gesprek in het Engels moet voeren met een groep Spanjaarden, Chinezen of Duitsers, heb ik daar totaal geen last van. Ik denk dan niet na over dingen als vocabulaire, grammatica of uitspraak, maar ben gewoon lekker bezig met mijn werk.

In het internationale verkeer spreken de meeste mensen heel goed bad English. De grap komt van Heather Hansen, communicatiespecialist en taalcoach. En volgens haar is mijn ervaring heel normaal. Mensen die Engels als tweede taal hebben, voeren met elkaar veel comfortabeler conversaties dan met mensen van wie Engels de moedertaal is.

Niet the Queen’s English, maar slecht Engels is dus de lingua franca van de zakenwereld. Wereldwijd spreken – de schattingen verschillen – 1,5 miljard tot 2 miljard mensen Engels. Het aantal mensen dat Engels als tweede taal spreekt, is veel groter dan het aantal native speakers. Dat ligt op circa 370 miljoen. Alleen al in China zijn er meer mensen die nu Engels leren.

In het internationale verkeer spreken de meeste mensen heel goed bad English

Het grappige is dat al die mensen die ‘slecht Engels’ spreken, elkaar in de regel prima begrijpen. En juist wanneer een native speaker zich bij zo’n groepje voegt, neemt het aantal communicatieproblemen toe, zeggen experts als Hansen.

Dit heeft meerdere oorzaken. Mensen die Engels spreken als tweede taal, praten doorgaans langzamer, doelgerichter en voorzichtiger met anderen. Ze controleren vaker of de ander hen ook begrijpt en helpen op die manier de ander in het gesprek. Een native speaker denkt hier veel minder over na, spreekt meer en vaak sneller, maakt meer grappen en gebruikt uitdrukkingen die anderen niet begrijpen.

Als een Brit dingen zegt als: „You’ve let the cat out of the bag”, denken de mensen die bad English spreken eerder aan de bevrijding van een huisdier dan aan het verklappen van een geheim. En wanneer Amerikanen te veel van hun geliefde sportmetaforen gebruiken – zoals: „That’s a ground ball” – dan wordt het gesprek daar niet beter van (wat overigens ongeveer de betekenis is van deze honkbaluitdrukking).

„In lingua franca-situaties is de native speaker in het nadeel”, zegt Jennifer Jenkins, hoogleraar internationaal Engels aan de University of Southampton. „Het is voor hen moeilijker om de ander te begrijpen en om begrepen te worden.”

Zij en collega’s raden native speakers aan om in internationale situaties korter, directer en eenvoudiger te spreken, en vaker te controleren of ze echt begrepen worden door vragen te stellen en dan goed te luisteren.

Het advies is dus eigenlijk dat de minderheid, de mensen die Engels als moedertaal hebben, zich aanpast aan de meerderheid, de mensen die bad English spreken. Zij moeten zich minder druk maken over de kwaliteit van het Engels van de anderen en zich meer richten op de vraag hoe ze iedereen aan bod kunnen laten komen zonder stress en terughoudendheid.

Als ik binnenkort weer een gesprek voer met Britse collega’s, zal ik ze daar in mijn beste nengels en Dunglish eens op wijzen.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.