Sinds wanneer betekent ♥ ‘hartje’?

Durf te vragen Ons huidige hartsymbooltje met dat bekende puntje en de twee lobben duikt al wel hier en daar op in de Oudheid, op een Perzische vaas of op een Noord-Afrikaans muntje maar nóóit als hart.

Foto Pascal Deloche/AFP

Hoe oud is het nu alomtegenwoordige symbool van het hartje? Dat is de vraag, en al snel worden van verre schitterende harten opgestuurd. Los uit de pols stuurt Erik Kwakkel, hoogleraar boekgeschiedenis in Vancouver (Canada), per e-mail een paar laat-middeleeuwse harten op. Zoals een hartverscheurende plaat uit een gebedenboek uit 1490, met daarop een gekruisigd hart, doorboord met een speer en vier spijkers – duidelijk een symbool van het lijden van Christus. En waar het hier om gaat: óók een hart zoals mensen elkaar nu nog steeds whatsappen, een driehoek met onderaan een puntje en twee lobben bovenin.

Zelfs stuurt Kwakkel een al even klassiek hartje met een pijl erdoorheen, getekend in de marge van een Delfts gebedenboek uit 1500, precies zoals je ze nu nog in een boom gekerfd kunt zien, of op een muur gekalkt. Maar namen staan er niet bij. Het hart ziet er wel uit zoals het moderne liefdessymbooltje, legt Kwakkel uit, maar „het gaat hier niet om een symbool maar om een schildering van hoe een hart er als archetype uitziet in deze periode”.

Het hart geldt al sinds mensenheugenis als zetel van emoties, en dus ook van de liefde. In haar boek A natural history of love (2011) citeert Diana Ackerman bijvoorbeeld een Egyptisch gedicht van ruim 3.000 jaar oud waarin een vrouw vogels vangt, maar er een vrijlaat in de hoop dat haar ver verwijderde geliefde precies díé vogel zal horen zingen, en daarom zegt de vrouw: „Wat is het geweldig om de velden in te gaan als je hart verteerd wordt door liefde.” En een paar eeuwen later schrijft bijvoorbeeld de verliefde Griekse dichteres Sappho: „Mijn hart bibbert al in mijn borst als ik alleen maar snel naar je kijk.”

Als een soort zak afgebeeld

Ons huidige hartsymbooltje met dat bekende puntje en de twee lobben duikt al wel hier en daar op in de Oudheid, op een Perzische vaas of op een Noord-Afrikaans muntje maar nóóit als hart, wel als een (klimop)blad of een abstracte versiering. Het hart werd nog als een soort zak afgebeeld, zoals op de Egyptische schilderingen van de weging van het hart van een gestorvene, door de goden Toth en Anubis.

De eerste stap naar de huidige tweelobbige liefdesemoji wordt gezet in de Romeinse tijd als de invloedrijke arts Galenus het hart beschrijft als een soort kegel met de punt naar beneden. En zo wordt ca. 1250 in een Frans manuscript van het hoofse verhaal de Roman van de peer het hart ook daadwerkelijk afgebeeld, als een soort dennenappel: de allereerste afbeelding van het aanbieden van een hart aan de geliefde. In de hoofse cultuur van die tijd, met zijn zwoele troubadoursliederen en hitsige Arthur-vertellingen, is de connectie tussen liefde en het hart inmiddels enorm versterkt. Volgens de Nederlandse neurochirurg en uitgever Pierre Vinken, die in 2000 het boek The Shape of the Heart: A Contribution to the Iconology of the Heart publiceerde, krijgt dat kegeltje daarna de nu karakteristieke deuk aan de bovenkant onder invloed van nauwkeurigere lezing van de oude teksten van Galenus.

De allereerste afbeelding die Vinken van het ‘moderne hartje’ kon terugvinden was een Duitse afbeelding van een verliefde hartaanbieding op een ‘Minnekästchen’ uit 1325-1350. In dezelfde periode verschijnt het ook in een Frans manuscript. Daarna wordt het moderne hartsymbool vrij snel algemeen. En dus ook de in de religieuze manuscripten die Kwakkel opstuurde uit Canada, waarin het niet zozeer gaat om verliefdheid maar om het heilige hart van Jezus. De grote kerkhervormer Luther koos in de zestiende eeuw zelfs een hart in een roos als zijn zegel. De lobbige kegel is dan definitief een hartje geworden.