Reportage

‘Koerdistan is veranderd in een maffia-staat’ – de exodus van de Iraakse Koerden

Iraaks Koerdistan Onder de migranten die via Wit-Rusland proberen Europa te bereiken, zijn veel Iraakse Koerden. Waarom willen zij weg? ‘Hoe veilig is een land waar je niet kunt rondkomen en de regering je kan vermoorden?’

De voeten van Rawezh Mohamed zitten onder de opengebarsten blaren. Lopen gaat sinds kort weer, maar voorlopig zit de 25-jarige liever thuis op de bank. Zijn moeder komt aandraven met een pot mierzoete thee. „Godzijdank leeft hij nog”, zegt ze. „Ik wachtte dagen aaneen op zijn sms’je. Iedere nacht huilde ik tot de zon opkwam.”

Rawezh is net terug uit Wit-Rusland. Op de bank in Suleimaniya (ook wel gespeld als Slemani), een stad in Iraaks Koerdistan, vertelt hij over de ontberingen op weg naar Europa. Hij zegt te zijn geslagen en vernederd door Wit-Russische soldaten, die hem een boerderij lieten schoonmaken en er plezier in hadden om de varkens gekookte, en de migranten rauwe aardappels voor te schotelen. Toen hij eindelijk Polen bereikte, deden de Poolse grenswachters eerst alsof ze hem zouden helpen, om vervolgens zijn telefoon af te nemen, zijn simkaart door te knippen en hem terug het bos in te sturen. „Vandaar dat ik mijn moeder geen sms’je kon sturen.”


Na veertig dagen was de nachtmerrie voorbij. Tegen betaling reed de Wit-Russische politie Rawezh terug naar het vliegveld van Minsk. Afgelopen zaterdag landde hij in Erbil, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan. „Natuurlijk voelde dat als een mislukking”, zegt Rawezh. „Maar als ik was gebleven, was ik nu dood geweest.”

Iraakse Koerden vertrekken in steeds groteren getale naar Europa. De helft van de 27 mensen die eind vorige maand verdronken in het Kanaal tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kwam uit Iraaks Koerdistan. Ook in de Wit-Russische bossen zouden zeker negen Iraakse Koerden zijn omgekomen. Het roept de vraag op: waarom vertrekken deze mensen?

Iraaks Koerdistan is een autonome regio in het noorden van Irak. Als vaste partner van de Amerikanen wisten de Iraakse Koerden hun machtspositie sterk uit te breiden na de val van dictator Saddam Hussein in 2003. Terwijl Irak verscheurd werd door geweld, gold Koerdistan als baken van relatieve rust en welvaart.

„Koerdistan is veranderd in een maffia-staat”, zegt de 25-jarige Rawezh. „We hebben genoeg olie om rijk te zijn, maar de KDP en PUK steken alles in eigen zak. Ze hebben een land gemaakt waaruit iedereen weg wil.”

Rawezh probeerde vorig jaar ook al via Turkije Europa binnen te komen. Hij zegt niet te kunnen rondkomen van zijn onzekere dagwerk in de bouwsector. Zijn 21-jarige broertje Redeen gaat naar de universiteit, maar klust bij om zijn moeder uit de brand te helpen. Gevraagd of hij zichzelf als een economisch migrant of een vluchteling ziet, schudt Rawezh het hoofd. Dat is een schijntegenstelling, vindt hij. „Jullie denken dat Koerdistan veilig is omdat jullie hier niet wonen. Maar hoe veilig is een land waar je niet kunt rondkomen en de regering je kan vermoorden als je in opstand komt?”

Rawezh Mohamed (links) keerde terug uit Wit-Rusland naar Suleimaniya.

Hawre Khalid

Stinkend naar college

Vertrek of verzet – dat is de keuze waar veel Iraakse Koerden tegenaan lopen. Aan de universiteit van Suleimaniya braken eind november protesten uit die zich snel door de regio verspreidden. Enkele duizenden studenten gingen de straat op om hervatting van hun studiefinanciering te eisen, die al sinds 2015 niet meer wordt uitbetaald. De politie sloeg de opstand neer met traangas en rubberen kogels.

„Veel studenten zijn dit jaar gestopt met studeren omdat hun families te arm zijn”, zegt Savan Abdulrahman, een vertaler die afstudeerde aan de universiteit van Suleimaniya en deelnam aan de protesten. Volgens haar zwemmen Koerdische politici nog altijd in het oliegeld, maar investeren ze dat niet in de meest basale sociale voorzieningen. „Op de slaapzalen van de universiteit is er soms niet eens water om mee te douchen. Studenten protesteren omdat ze niet stinkend naar college willen.”

Activisten Savan Abdulrahman (links) en Lawk Abubakir thuis in hun bibliotheek.

Hawre Khalid

De 26-jarige Savan en haar 24-jarige echtgenoot Lawk Abubakir zitten in een café achter de openbare bibliotheek van Suleimaniya. Een zachte herfstzon weerspiegelt in een groene vijver. Daaromheen drinken studenten koffie. Jonge stelletjes houden elkaars handen vast.

De twee activisten publiceerden dit voorjaar het Handboek van een Demonstrant. „We putten inspiratie uit de tactieken van de demonstranten in Hongkong”, vertelt Savan terwijl ze het rode boekje op tafel legt. De 45 pagina’s bevatten vooral praktische tips om met politiegeweld om te gaan: verspreid jezelf, spreek gebarentaal af en neem citroenen mee tegen het traangas. Het boekje is opgedragen aan zeven jongeren die eind vorig jaar werden gedood door de politie tijdens eerdere protesten.

„We willen mensen advies geven zodat ze niet worden gearresteerd of gedood”, aldus Savan. De jonge vrouw met lang zwart haar heeft naar eigen zeggen drie keer de kans gehad om in het buitenland te gaan studeren, maar blijft liever hier om te vechten voor verandering. Haar man Lawk denkt er hetzelfde over. „Twee van mijn ooms zijn vermoord door Saddam Hussein in de strijd voor Koerdistan”, vertelt hij. „Daarom voel ik een verantwoordelijkheid, daar kun je niet zomaar van weglopen.”

De twee idealisten zijn vaak genoeg teleurgesteld. Lawk steunde eerst nog Gorran (‘Verandering’), een in 2009 opgerichte politieke partij die een anti-corruptiecampagne begon tegen de KDP en PUK. „Maar inmiddels is Gorran net zo corrupt”, zegt hij. „Koerdische partijen zijn net stammen: ze vechten om de buit en verdelen die onder hun eigen kliek.”

Volgens Savan zijn veel jongeren apolitiek geworden omdat het vrijwel onmogelijk is politiek te bedrijven buiten de bestaande partijen. Bovendien zijn de activisten die toch een poging wagen hopeloos verdeeld en richtingloos. „Net als de protestbeweging in Irak zitten we vast in de mentaliteit van de Arabische Lente”, zegt Lawk. „We gooien stenen, maar hebben geen helder programma.”

Koerdische partijen zijn net stammen: ze vechten om de buit en verdelen die onder hun eigen kliek

Door die uitzichtloosheid zien veel jongeren vertrek als enige uitweg, stelt Bakir Ali, voorzitter van de Vereniging van Teruggekeerde Koerdische Migranten uit Europa, een ngo die de migratie in kaart probeert te brengen. „Zie je deze mensen? Negentig procent wil weg”, zegt hij in een koffietentje op druk een plein in de bergstad Ranya. „Ruim de helft van de mensen die gaan is jonger dan 24 jaar.”

Bakirs cijfers liegen er niet om. De exodus begon al in 2014, het jaar dat de olieprijs instortte en IS binnenviel, maar is de laatste jaren uit de hand gelopen. Terwijl er in de jaren 2017-2019 jaarlijks 15.000 Iraakse Koerden naar Europa vertrokken, waren dat er dit jaar tot dusver al ruim 28.000.

De laatste twee maanden alleen al telde Bakir 1.600 Iraakse Koerden die naar Wit-Rusland vertrokken. Nog meer mensen reisden via Turkije over land of zee naar Griekenland en Italië of stapten in een bootje in Libië. De meesten willen naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar veel Koerden familie hebben.

Naast economische en politieke malaise drijven ook de militaire operaties van Turkije het vertrek aan. Bakir wijst op de paarse bergtoppen in de verte. „Daar zitten strijders van de PKK”, zegt hij. „Door de Turkse bommen slaan veel mensen uit de omliggende dorpen op de vlucht.”

Bakir woonde zelf twaalf jaar in Europa, maar keerde in 2014 terug. Nu doet hij er alles aan om jongeren te overtuigen niet te vertrekken. Soms gebruikt hij daarbij een filmpje uit 2017, waarop hij persoonlijk 28 doodkisten van verdronken Iraakse Koerden ophaalt uit Turkije. „Als waarschuwing”, zegt hij. „De smokkelaars bedriegen onze jongeren en zetten filmpjes op Facebook van bootjes die veilig aankomen. Niet van de bootjes die zinken.”

Bakir Ali, voorzitter van de ngo Vereniging van Teruggekeerde Koerdische Migranten uit Europa.

Melvyn Ingleby

All-inclusives naar Wit-Rusland

In Suleimaniya lijkt een medewerker van een reisbureau weinig spijt te hebben dat hij tot voor kort all-inclusives naar Wit-Rusland aanbood. „Wat we deden is volkomen legaal”, zegt Arkan Othman. „Bovendien heb ik klanten al in oktober afgeraden om te gaan. Ze zeiden: dan gaan we wel naar een ander. Daarom deed ik het toch maar.”

Othman erkent wel dat hij flink verdiend heeft aan de reizen. Een tripje naar Minsk verkocht hij voor zo’n 3.100 euro. Dat geld zat grotendeels in de tickets en peperdure visa, maar hij hield er toch 200 euro per persoon aan over. „In totaal heb ik zo’n honderd reizen verkocht”, zegt hij. „Het waren goede zaken.”

Nu de Koerdische autoriteiten de Wit-Ruslandroute op aandringen van de EU proberen af te binden, zijn sommige reisbureaus in Suleimaniya volgens Othman overgestapt op nieuwe bestemmingen. „Ik zie reizen naar Kroatië voor 7.000 dollar (6.200 euro) en naar Oekraïne voor 5.000 dollar (4.400 euro)”, zegt hij. „Je kunt mensen niet stoppen als het idee om te vertrekken eenmaal in hun hoofd zit.”

Rawezh Mohamed blijft voorlopig thuis. De reis naar Wit-Rusland kostte hem 5.200 euro, en dat was vooral geleend geld dat hij nu moet zien terug te betalen. Hoe precies, dat weet hij niet. „Ik heb geen plan, geen baan, niets.”

Terwijl zijn voeten langzaam genezen, waarschuwt Rawezh zijn vrienden om niet te gaan. Dat werkt niet altijd. „Sommigen zijn geschrokken van wat ik heb meegemaakt. Anderen zeggen: als ik dood ga op weg naar Europa, is dat beter dan mijn leven in Koerdistan.”

Met medewerking van Barzan Salam.
Video bovenaan door Rawezh Mohamed in Wit-Rusland.

Reisbureaumedewerker Arkan Othman verkocht honderden all-inclusive reizen naar Wit-Rusland.

Hawre Khalid

Correctie (4 december 2021): In een eerdere versie van dit artikel stonden per abuis de voor- en achternaam van Bakir Ali verwisseld. Dat is hierboven aangepast. Verder is de stelling dat „beiden [eerst nog] Gorran [steunden]” genuanceerd, dit betrof slechts Lawk. Ook dat is hierboven aangepast.