Profiel

Gevoelsmens Estavana Polman wil shinen op het WK handbal, ook voor haar dochter

Handbal Estavana Polman (29) is de blikvanger van de Nederlandse handbalsters, die bij het WK in Spanje hun titel verdedigen. „Ze heeft ontzettend veel voor haar sport over, maar familie komt op de eerste plaats.”

Estavana Polman tijdens een training op sportcentrum Papendal ter voorbereiding op het WK handbal in Spanje.
Estavana Polman tijdens een training op sportcentrum Papendal ter voorbereiding op het WK handbal in Spanje. Foto Ronald Hoogendoorn/ANP

Sanne van Olphen, voormalig handbalster, praat er vol bewondering over: de onverschrokkenheid van haar hartsvriendin Estavana Polman. „Toen ze vijftien was – ik was drie jaar ouder – woonden en trainden we samen op de Handbalacademie op Papendal”, vertelt ze. „Er was een avondklok, maar als we een keer niet hoefden te trainen, deden we een drankje in de stad. Soms waren we te laat, en moesten we ons melden bij de poort. ‘Kamer 113, mevrouw Jansen’, zei Estavana dan met een stalen gezicht. We kwamen er gewoon mee weg.”

Onbevreesd. Het is een veelgehoorde kwalificatie in gesprekken met vrienden, familie, collega’s en (oud)-trainers van Polman, een van de meest besproken en succesvolle Nederlandse handbalsters van de afgelopen jaren. Op de academie had zij al een duidelijke visie. Ze was niet bang die ongevraagd met haar trainer te delen, tot ontzag van de vaak veel oudere studenten. ‘Ik sta op het veld, dus ik zie het beter’, zei ze dan.

Polman is een van de blikvangers op het WK in Spanje, dat vrijdag voor Nederland begint met een poulewedstrijd tegen Puerto Rico. Na maanden revalideren – in mei werd ze voor de tweede keer in tien maanden geopereerd aan haar rechterknie – hoopt ze zo veel mogelijk speelminuten te maken. „Een pinchhitter”, noemt bondscoach Monique Tijsterman haar. Een speler die op belangrijke momenten wordt ingezet om haar ploeg over een moeilijk punt te tillen. „Met haar spelintelligentie, ervaring en uitstraling kan zij van grote betekenis zijn.”

Estavana Polman (29) werd geboren in Arnhem in een sportief en hecht gezin. Haar moeder Winniefred kwam uit voor het Nederlands voetbalelftal, haar tweelingbroer Dario speelt handbal bij Bevo, haar broer Timothy en vader Willem (controleur bij een busmaatschappij) zijn voetballers. „Aan de keukentafel werd áltijd over sport gepraat”, zegt Winniefred.

Estavana was vier toen zij in aanraking kwam met handbal. Haar grootouders van moeders kant beheerden de kantine van een sporthal in Arnhem, waar ook handbalvereniging UDI 1896 trainde. UDI begon net in die tijd een nieuwe groep met jonge kinderen. Aanvankelijk speelden Estavana en Dario samen, later vertrok hij naar ESCA.

Winniefred werkte toen als ondersteuner beroepszaken bij de voetbalbond. Ze nam haar dochter soms mee naar middagen van Jeugdplan Nederland, waar talent wordt gescout. „Estavana heeft nooit bij een voetbalclub gespeeld”, zegt ze. „Maar op die middagen deed ze het vaak goed.” Naarmate Estavana ouder werd waren de sporten steeds moeilijker te combineren. ‘Je kunt niet op twee paarden wedden’, hield Winniefred haar dochter voor – ze was acht of negen. Die hoefde niet lang na te denken: handbal.

Een paar jaar later stapte Polman over naar AAC 1899, net als UDI 1896 een oud Arnhems bolwerk. Trainer Arthur Langedijk kan zich de kleine, ambitieuze puber nog goed herinneren. „Technisch en tactisch was ze zó goed dat ze meekon met de onderkant van de eredivisie”, zegt hij. Fysiek was ze er nog lang niet, maar al het andere, een bal gooien, vangen, afronden, onderscheppen, ruimtelijk inzicht – ze beheerste het. En, ook opvallend voor een dertienjarige: mentaal was ze oersterk. „Een penalty nemen bij een training of in een belangrijke wedstrijd, het maakte haar niet uit. Ze blaakte van zelfvertrouwen.”

Chronische pijn

Eén dag zullen ze niet snel vergeten in huize Polman: die van het ongeluk tijdens een autorit op weg naar een camping in Italië. Het gebeurde in de buurt van Frankfurt, het was slecht weer, ze werden met hoge snelheid ingehaald, sloegen over de kop en belandden tegen de vangrail. Dario, Estavana en hun ouders (Timothy was thuis gebleven) overleefden het ongeluk, maar fysiek was niet iedereen er even goed aan toe. De zestienjarige Estavana brak twee rugwervels en liep nét geen dwarslaesie op. „Ik heb het lichaam van een oude vrouw”, zei zij eens in een interview.

„Aanvankelijk ervoeren we het ongeluk niet als iets groots”, zegt moeder Polman. „Pas later drong door wat we hadden meegemaakt.” Estavana heeft er chronische pijn aan overgehouden. Als ze verkouden is of niet lekker in haar vel zit, nemen de klachten toe, al verdrijft haar positieve inborst die naar de achtergrond, zegt haar moeder. „Ze staat élke dag met pijn op”, vertelt ook haar vriendin Van Olphen. „Daar hoor je haar zelden over. Ze klaagt nooit.”

Dario vindt dat het ongeluk zijn zus heeft veranderd. Ze is gaan relativeren, zegt hij. „Hoe belangrijk is handbal? Hoe belangrijk is familie, een gezin? Ze begon zichzelf dat soort vragen te stellen. Estavana heeft ontzettend veel voor haar sport over, maar die andere dingen komen op de eerste plaats.”

Het ongeluk ten spijt ging het in de jaren die volgden crescendo met de carrière van Polman. Mede doordat zij zich niet liet verleiden door mooie aanbiedingen van buitenlandse clubs waar ze meer kon verdienen, maar zich niet helemaal thuis voelde. Liever dan dáár op de bank te zitten, koos ze voor een gezellige club van een iets lager niveau, waar ze veel speelminuten kon maken. „Dat kwam puur uit haarzelf”, zegt haar broer. „Speeltijd is voor haar heel belangrijk. Ergens een paar honderd euro meer verdienen maakt haar niet gelukkig. Dat kan haar gestolen worden. Estavana is een gevoelsmens.”

In 2010 verruilde Polman AAC voor het Amsterdamse VOC en in 2011 tekende ze een contract bij de Deense middenmoter SønderjyskE. Sinds 2013 speelt ze voor de club waarmee ze meermaals landskampioen werd en waar ze tot sterspeelster uitgroeide: Team Esbjerg. „In Denemarken is Estavana volwassen geworden”, vindt Van Olphen, die samen met haar bij SønderjyskE speelde. „In het begin wist ze niet hoe ze een was moest draaien en kookte ze knakworsten in een waterkoker. Es was een enorme tomboy. Als een oudere zus heb ik haar bij de hand genomen. Ik epileerde haar wenkbrauwen en leende mijn hoge hakken uit voor feestjes.”

In bikini op het strand

Ook op eindtoernooien speelde Polman zich steeds meer in de kijker. Ze leidde Jong Oranje in 2011 naar zilver op het EK. Op de Olympische Spelen van 2016 in Rio werd ze met Nederland vierde, drie jaar later won ze de wereldtitel in Japan, waar zij tot beste speelster van het toernooi werd uitgeroepen.

„Zij wél” grapt haar levenspartner, oud-voetballer Rafael van der Vaart, in antwoord op de vraag wat hij van haar heeft geleerd. Zijn vriendin is „wereldtop”, zegt hij, net als hij dat in zijn sport ook was, maar zij „pakte het moment om te shinen” op een groot toernooi, waar hij in zijn enige WK-finale, in 2010, niet de hoofdprijs won.

Estavana Polman liep sinds de zomer van 2020 twee keer een kruisbandblessure in haar rechterknie op . Foto Ronald Hoogendoorn/ANP

Polman en Van der Vaart zijn al langere tijd samen en hebben een dochter van vier, Jesslynn. Ook in hún huis gaat het „alleen maar over sport”, zegt Van der Vaart, wiens vijftienjarige zoon uit een eerder huwelijk, Damián, bij het plaatselijke Esbjerg fB speelt. Van der Vaart kan het WK in Spanje tot zijn spijt niet bijwonen, zegt hij, maar hij probeert wedstrijden van zijn vriendin (ze zijn niet getrouwd) zo veel mogelijk te bezoeken.

Alle Polmannen moesten eraan wennen dat de spotlight die op hem gericht staat, ook hun zus en dochter treft. Ze gaat nuchter om met alle aandacht, en gelukkig woont het stel buiten Nederland, maar „even schakelen” was het wel als zij in haar bikini op een strand werd vastgelegd door paparazzi. „We vragen er niet om, het werd ons in de schoot geworpen”, zegt haar moeder. „In het begin belde ze me op: mama, help, al die fotografen!”

Polman voelt zich niet „de vriendin van”, zegt Van Olphen, en ze voedt haar dochter op met het idee dat je als vrouw alles kan bereiken als je er maar hard genoeg voor werkt. Een van de redenen waarom zij ondanks de fysieke tegenslag door wil gaan, zegt haar broer. „Ze wil haar dochter doorzettingsvermogen en plezier meegeven. Zelfs al ziet Jesslynn, met haar neus tegen de tv geplakt, haar moeder alleen maar het volkslied meezingen, dan maakt het al grote indruk. Was Jesslynn er niet geweest, dan was Estavana misschien wel gestopt.”

Mes in het hart

In de zomer van 2020 scheurde Polman bij een training van Esbjerg een kruisband in haar rechterknie. Er volgde een zware periode, waarin zij werd geconfronteerd met haar ongeduld en hoge verwachtingen, en vele uren doorbracht op een plek waar zij niet graag komt: de gym.

Via een Oostenrijkse clubgenoot bij Team Esbjerg kwam ze in contact met de Oostenrijkse fysiotherapeut Sven Köhler, die nu de handbalploeg van zijn land bijstaat op het WK. Hij werd in oktober vorig jaar speciaal ingevlogen voor Polman, vertelt hij, en leefde zes maanden in een hotel vlakbij haar appartement.

Köhler en Polman werkten van ’s ochtends vroeg tot soms middernacht, zes dagen in de week. Drie keer per dag kreeg zij een behandeling, met massage en manuele therapie. Drie keer per dag werkte zij met hem in de gym, waar hij vooral haar bovenlichaam sterker probeerde te maken en „gekke oefeningen” bedacht om te voorkomen dat het saai werd. „Ik wilde haar sterker maken dan vóór haar blessure.”

Köhler, die zelf ooit voetbalde, noemt Van der Vaart „een legende”. Met weemoed vertelt hij over de avonden dat hij met het gezin dineerde en er iets van een vriendschappelijke band ontstond.

Polmans tweede blessure, afgelopen voorjaar, trof Köhler „als een mes in het hart”, zegt hij. Ze miste er onder andere de Olympische Spelen van Tokio door. De fysiotherapeut nam het zichzelf bijna kwalijk en vroeg Polmans arts of hij iets verkeerd had gedaan. Die verzekerde hem dat het niet het geval was. Hadden de twee niet zo hard aan haar revalidatie gewerkt, dan zou de tweede blessure waarschijnlijk erger zijn uitgevallen.

Omdat Köhler een eigen praktijk heeft, en inmiddels andere verplichtingen had, kon hij niet opnieuw met Polman aan de slag, al had hij „hemel en aarde bewogen”, zegt hij, om de draad weer op te pikken als ze hem dat had gevraagd. In plaats daarvan belden zij veel en werkte zij in haar eentje hun eerdere behandelplan af. Daarna ging ze werken met een fysiotherapeut van haar club.

De meeste mensen in haar omgeving denken dat Polman nog wel een paar jaar blijft handballen. Maar daarna? „Estavana en ik willen graag samen een Jong Oranje-team coachen”, onthult broer Dario. „Daar hebben we het vaker over gehad. Ik als hoofdtrainer, zij als assistent. Tussen de meiden lopen en tips geven, dat is haar ding. Niet alle verantwoordelijkheden eromheen.” Bondscoach Tijsterman ziet het wel voor zich. „Een coach in de dop”, noemt zij Polman.