Necrologie

Frank Williams loodste Saoedi-Arabië de Formule 1 in

Sir Frank Williams (1942-2021) oud-teambaas

Dit weekend is de eerste Grand Prix van Saoedi-Arabië. Ver terug in de vorige eeuw bracht de zondag overleden oud-teambaas Frank Williams de eerste Saoedische sponsors in de Formule 1.

Frank Williams in 2009 tijdens een training op de Hungaroring voor de GP in Boedapest.
Frank Williams in 2009 tijdens een training op de Hungaroring voor de GP in Boedapest. Felix Heyder/EPA

Het is een schitterende foto waarin een tijdsbeeld uit de Formule 1 mooi gevangen wordt, in zwartwit, afgelopen week op een autosportsite na het overlijden van Frank Williams. Drie Britse mannen van middelbare leeftijd bij elkaar tussen auto’s en toercaravans – de teams hadden in het rennerskwartier nog niet de beschikking over de mobiele paleizen van nu – op Zandvoort, tijdens de Dutch Grand Prix in augustus 1983.

Drie oud-coureurs, teambazen, en alle drie mede-oprichter van de Formula One Constructors Association (FOCA). Brabham-teambaas Bernie Ecclestone, Ken Tyrrell van de gelijknamige renstal en Frank (Francis Owen Garbett) Williams; drie steunpilaren uit de Formule 1.

Ecclestone, inmiddels 91, deed de rechten op de Formule 1 in 2016 over aan het Amerikaanse bedrijf Liberty Media. Tyrrell, teambaas van onder anderen drievoudig wereldkampioen Jackie Stewart en Jos Verstappen, overleed in 2001 op 77-jarige leeftijd; de racelicentie van Tyrrell kwam via BAR, Honda en Ross Brawn bij Mercedes, dat al jaren de dienst uitmaakt in de Formule 1.

En de derde op de foto is de afgelopen zondag op 79-jarige leeftijd overleden Williams, die in 1986 na een auto-ongeluk verlamd raakte. Daarvoor ook bekend als de man die rondom races hardloopwedstrijden voor personeel van de teams organiseerde en zelf ook meeliep. In de biografie van James Hunt (van Gerald Donaldson uit 1994), de wereldkampioen van 1976, komt zo’n wedstrijd ter sprake, over de oude baan van Monza, in ’73. Hunt doet mee, wordt tweede en vangt 300 pond. Winnaar: Frank Williams.

In Amerikaanse handen

Het team Williams bestaat nog – in 2013 deed de grondlegger het over aan dochter Claire, en om een faillissement van het sportief en financieel noodlijdende bedrijf met honderden personeelsleden te vermijden, verkocht zij het vorig jaar aan een Amerikaanse investeringsmaatschappij. Dat was het einde van de laatste onafhankelijke renstal in de Formule 1, alleen de naam bleef behouden.

Voor het eerst in jaren stond eind augustus 2021 weer een coureur van Williams op het podium: op Spa-Francorchamps eindigde de Brit George Russell in de kortste Formule 1-race uit de geschiedenis als tweede, na een ongekende regendag in de Ardennen, op een prettige manier gesandwicht tussen winnaar Max Verstappen en titelhouder Lewis Hamilton.

Na een korte carrière als monteur en coureur richtte de in South Shields (bij Newcastle) geboren Frank Williams in 1966 Frank Williams Racing Cars op. Hij was hij actief in de Formule 3, 2 en 1. In de hoogste raceklasse debuteerde hij in 1969 in de GP van Spanje (Barcelona) met achter het stuur zijn goede vriend Piers Courage, die een jaar later op Zandvoort om het leven kwam. In 1977 begon hij zijn eigen Formule 1-team, en dat werd een van de meest succesvolle ooit.

Toen Frank Williams in 2013 na de dood van zijn vrouw uit de sport terugtrad en het team in handen gaf van dochter Claire, kon hij terugkijken op een loopbaan met 114 gewonnen Grote Prijzen, waarvan de laatste op naam van Pastor Maldonado (Spanje 2012). Hij behaalde ook zestien wereldtitels.

Zware ingrepen

In maart 1986 ging Williams wat eerder weg na een test van de nieuwe auto van zijn team in Zuid-Frankrijk. De volgende dag zou hij de halve marathon van Londen lopen. Op weg naar het vliegveld van Nice raakte hij de controle over zijn huurauto kwijt en kwam meters lager naast de weg terecht. In de daaropvolgende dagen vocht Williams met onder meer een gebroken nek voor zijn leven. Hij hield er een dwarslaesie aan over en kwam in een rolstoel terecht.

Williams in 2010 op het circuit van Catalonië. Hij raakte in 1986 na een auto-ongeluk verlamd.

Foto David Ramos/AP

De Britse Formule 1-arts Sid Watkins deed in die dagen zware ingrepen bij hem, en schreef in zijn biografie (Life at the limit, 1996) dat de teambaas onder bijna alle omstandigheden opgewekt en beleefd was, ondanks de pijn die hij moest doorstaan. En dat hij eenmaal in zijn rolstoel altijd zijn fysiotherapie bleef doen en andere maatregelen trof om zo goed mogelijk in conditie te blijven, ook na zijn terugkeer in de pits.

Zijn eigen ongeluk vormde niet de enige zwarte bladzijde in een loopbaan van een halve eeuw in de autosport. De dood van Ayrton Senna in 1994 op 1 mei 1994 in Imola dompelde de sportwereld in diepe rouw. De Braziliaanse coureur was bij leven al een legende, en aanbeden zoals geen andere wereldkampioen voor of na hem. De in Italië gevoerde rechtszaken tegen de top van het Williams-team over de verantwoordelijkheid voor Senna’s dood – hij reed rechtdoor in de Tamburello-bocht en knalde op een betonnen muur – duurden elf jaar en draaiden vooral om een mogelijke ontwerpfout in de besturing. Uiteindelijk werden Williams en hoofdontwerper Adrian Newey (nu technisch directeur bij Max Verstappens Red Bull) vrijgesproken, de zaak tegen technisch directeur Patrick Head werd niet ontvankelijk verklaard; de redelijke termijn om de schuldvraag te beantwoorden was verstreken.

Williams in februari 1994 met zijn Braziliaanse topcoureur Ayrton Senna, die drie maanden later door een crash op het circuit van Imola de dood vond.

Foto Dppi/LPS via ZUMA Press

Ook dit weekend bij de voorlaatste race van het seizoen op het splinternieuwe circuit in Djedda wordt op verschillende manieren stilgestaan bij Williams’ overlijden, zoals zondag na de rijdersparade voorafgaand aan de race met een minuut stilte. Ook voor de Saoedi’s was hij een bijzondere man; bijna een halve eeuw geleden deden ze via de Brit hun intrede in de Formule 1. Het is voor het eerst dat de Formule 1 Saoedi-Arabië aandoet, een land dat net als Qatar (waar twee weken geleden voor het eerst een Formule 1-race werd gehouden) veel kritiek krijgt vanwege schending van mensenrechten. De Saoedi’s in het bijzonder sinds het doden en vervolgens laten verdwijnen van de dissidente journalist Jamal Khashoggi, in 2019 in hun ambassade in Istanboel, en hun rol in de oorlog in Jemen.

De oliestaat was een van de eerste sponsors van Williams. In dat debuutjaar 1977 (budget 180.000 pond) prijkte de naam van de Belgische bierbrouwer Belle-Vue groot op de wagen met achter het stuur de Belg Patrick Neve, en onder meer op de achtervleugel Fly Saudia, reclame voor de Saoedische luchtvaartmaatschappij. Het jaar daarop reed de Australiër Alan Jones in een Williams met als sponsoruitingen Saudia, die van de Saoedische hoofdstad Riad en van Albilad hotels van de familie Bin Laden – gerund door twee van de vele broers van de latere Al Qaida-leider Osama bin Laden. Sponsors die hij zelf met zijn technisch directeur Patrick Head in het rijke Midden-Oosten zo kort na de oliecrisis in het Westen had aangetrokken. De kleuren van de auto: wit en groen, die van de vlag van het land dat nu het toneel is van de mogelijke ontknoping van het seizoen, met in de hoofdrollen Verstappen en Hamilton.

Zandvoort 1979: de Zwitserse Williams-coureur Clay Regazzoni met achter zich zijn Australische teamgenoot en latere winnaar van de race in de duinen, Alan Jones. Met de FW07 worden dit weekend voorafgaand aan de F1-race in Saoedi-Arabië demo’s gehouden, als eerbetoon aan Frank Williams

Foto Hoch Zwei/Ronco

In een Williams-Ford Cosworth met daarop ook namen van andere (niet-Saoedische) multinationals bereikte de renstal van Frank Williams in 1979 de eerste hoogtepunten: pole-position voor Alan Jones en racezege voor de Zwitser Clay Regazzoni, beide voor Brits publiek, op Silverstone. Een jaar later de hoofdprijs: Jones wereldkampioen, de eerste van zeven coureurs die in dienst van Williams evenveel wereldtitels bij elkaar reden. De anderen: de Fin Keke Rosberg (1982), de Braziliaan Nelson Piquet (’87), de Brit Nigel Mansell (’92), de Fransman Alain Prost (’93), de Brit Damon Hill (’96) en Canadees Jacques Villeneuve (’97). Als beste team won Williams tussen 1980 en 1997 negen WK-constructeurstitels, waaronder die in het rampjaar 1994.

Nog zo’n fraaie zwart-witfoto: Williams met zijn briljante ontwerper Patrick Head in 1978 bij de truck van Williams Grand Prix Engineering en een van de exemplaren van de door (de nu 75-jarige) Head ontworpen FW06. Op de vrachtwagen in grote letters weer de naam van de Saoedische staatsluchtvaartmaatschappij waarmee de financiële basis werd gelegd voor een van de meest succesvolle teams in de Formule 1.

Lees ookHet ooit roemruchte Williams gaat met nieuw geld de malaise te lijf