Opinie

Europese leiders met visie, dáár is nu gebrek aan

In Europa

Twee regeringsleiders namen deze week afscheid. De een kreeg een grote militaire taptoe. Vrijwel alle ministers van de vier regeringen die zij de afgelopen zestien jaar leidde woonden de ceremonie bij, al was het zo koud dat ze bijna aan hun stoel vastvroren. Heel Europa keek toe. Hier vertrok een grande dame. Onpretentieus, stabiel, menselijk. Je kon het met haar eens zijn of niet, maar de manier waarop zij politiek bedreef, dwong alom respect af – kleine stapjes, altijd goed gedocumenteerd, en permanent met één oog op de politieke stabiliteit in Europa.

Want Angela Merkel wist: als Duitsland Europa niet bijeen houdt, doet niemand het. Haar afscheidstoespraak ging over politiek vertrouwen. En hoe belangrijk dat is. Typisch Merkel. Je kunt van mening verschillen in de politiek, zei ze, maar je moet proberen „de wereld door de ogen van de ander te bekijken”. Democratie, zei ze, „leeft van solidariteit en vertrouwen”.

De andere regeringsleider ging door een zijdeur af, alleen. Achtervolgd door Justitie, uitgekotst door zijn partij. Het was een exit in twee bedrijven. Eigenlijk viel het doek in oktober al, maar hij weigerde dat te aanvaarden en vroeg een stroman het pluche warm te houden. Vier jaar geleden leek Sebastian Kurz een politiek vernieuwer in het corrupte Oostenrijk. Velen aanbaden hem, op het religieuze af. Maar het steeg hem naar het hoofd. Hij sloot zich op met een kliek die over iedereen heen walste. Inhoudelijk had hij niets te melden. Wat hem interesseerde: macht. Duitse conservatieven fêteerden hem. Zij wilden hem, na Merkel, aan het roer van de Europese rechtse familie. Merkel zag hem voor wat hij was: een pr-mannetje. Toen Kurz in Europa om zich heen ging trappen, ontving ze hem amper meer.

Velen denken dat Kurz, zoals veel van zijn voorgangers, binnenkort op de payroll staat bij de Russische staatsoliemaatschappij Rosneft of gasproducent Gazprom. Of bij een Amerikaans tech-bedrijf. Kurz’ afscheidsspeech ging over hemzelf. „Ik ben geen heilige en geen crimineel. Ik ben ook maar een mens.”

De wereld gaat helemaal niet op Europa lijken. Europees gepreek wekt irritatie. We krijgen klap na klap.

Sommigen zeggen dat het in Europa draait om Frankrijk versus Duitsland. Om noord tegen zuid. Of om liberalen à la Macron versus illiberalen als Orbán. In al die vergelijkingen zit wel iets. Maar de échte tegenstelling zit hem in de kwaliteit van het politieke leiderschap. „Iedereen kan aan het roer staan als de zee kalm is”, schreef Publilius Syrus in de eerste eeuw voor Christus, in Sententiae. De afgelopen decennia brachten Europa ongekende voorspoed. Zonder oorlogen, zonder al te veel malaise. Dit soort tijden brengt vooral managers voort. Visie is jarenlang geen vereiste geweest voor leiderschap in Europa. De wereld, geloofden velen, ging steeds meer op Europa lijken. Alles wat we moesten doen, was voortzetten en verfijnen waar we mee bezig waren. Daarvoor hadden we lieden nodig die het schip min of meer op koers konden houden. Dachten we.

Maar de wereld gaat helemaal niet op Europa lijken. Europees gepreek wekt irritatie. We krijgen klap na klap. Van China, Rusland, Turkije, het VK. Wat we plotseling nodig hebben, is niet leiders die opiniepeilingen nablaten, burenruzies als bliksemafleider gebruiken, minderheden als zondebokken aanwijzen of terug willen naar een glorieus verleden. Nee: leiders met visie, dát is waar gebrek aan is. Leiders die vooruit kijken, over landsgrenzen heen. Leiders die begrijpen dat conflicten tegenwoordig wél uit de hand kunnen lopen, en hoe rakelings we daar soms al langs scheren. Leiders die begrijpen dat we in een soort koude oorlog terechtkomen met Rusland, wat ons aan de NAVO overlevert en dus aan Amerikaanse plannen of deals met Poetin.

Wie vertelt dit verhaal? Wie schetst de mogelijkheden, de prioriteiten? Merkel is weg. Er is een machtsvacuüm in Europa. Hopelijk springen de Kurzen van het continent niet in het gat.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.