Een aards orgel van palissander

De verhouding muzikant - instrument is precair. onderzoekt hoe dat voelt. Deze week: Tatiana Koleva over marimba.
Foto’s Andreas Terlaak

Kijk haar nou. Bijna 3 meter lang, 120 kilo zwaar. 61 piekfijn gestemde plankjes van roodbruin palissander uit Honduras. Nog steeds als Tatiana Koleva haar tot studio omgebouwde schuur binnenkomt, maakt haar hart een sprongetje. Op de marimba zit na zestien jaar nog geen krasje. Nou ja, alleen een die de klank niet beïnvloedt, toen een fiets tegen de zijkant was gevallen. Zuinig zijn op je belangrijkste bezit, dat heeft ze wel geleerd van de armoede.

Tegenwoordig is ze een van de meest gerenommeerde marimbamuzikanten voor wie meer dan honderd stukken zijn gecomponeerd; ze speelt met orkesten en jazzmuzikanten over de hele wereld en heeft haar eigen marimbafestival. Maar als tiener in Bulgarije was ze niet meteen wild geweest van de marimba. Het was leuk, die combinatie van piano en slagwerk, maar de klank van het acaciahout waarop ze speelde pakte haar nog niet. Pas toen ze in Frankrijk speelde op palissander klonken de laagste noten opeens even vol als de hoge noten frivool. Dat instrument klopte. En ze wilde het hebben.

Onmogelijk. Veel te duur. Wel werd ze uitgenodigd om in Rotterdam te studeren. Haar ouders hadden geld voor een enkeltje. In Nederland leerde ze honger kennen. Als Bulgaarse mocht ze hier volgens de wet destijds niet werken. Ze was afhankelijk van schoonmaakklussen bij docenten, restaurants die zwart betaalden, optredens op feestjes, gratis rondjes in de kroeg. „Toen ik na een jaar terugkwam bij mijn ouders herkenden ze me eerst niet. Ik was vermagerd.”

Ze gaf concerten en nam cd’s op met geleende marimba’s en steeds meer mensen kregen vertrouwen in haar. In 2005 kreeg ze met geleend geld eindelijk haar eigen Concorde-marimba van palissander. Het hout heeft tien jaar liggen drogen in de Japanse fabriek, zodat het onder bijna alle omstandigheden perfect klinkt.

Nu is ze ambassadeur van het instrument. „Marimba, kun je dat eten? Kun je dat drinken? Veel mensen kennen het niet.” Zelf noemt ze het een „aards orgel”. Onder de toetsen hangen buizen die de klank versterken, in de oorspronkelijke Afrikaanse vorm zijn dat vaak kalebassen. De marimba moet een van de oudste instrumenten zijn, zegt Koleva. Ze gaat op de grond zitten met haar benen gestrekt vooruit. „Daar leg je planken op waardoor je een klankkast vormt.”

Minstens zo belangrijk: de stokken. Ze speelt met vier tegelijk. „Het zijn de transmitters van je ziel. Zij maken voor jou de klank.” Ze heeft een eigen internationale lijn van stokken. In haar studio liggen er lades vol met tientallen verschillende types. Ze speelt ook met strijkstokken, een techniek waar ze in uitblinkt. Klinkt het slaginstrument opeens als snaarinstrument. Ze wil innoveren, het oeroude laten meegaan met de tijd.

Soms moet de marimba gestemd worden. Ze draait een toets om en laat zeven boorgaatjes zien. „Zo doen ze dat. Doodeng. Ik kijk dan gewoon de andere kant op.” Ze leert haar studenten zuinig te zijn met het hout. Met de verkeerde stok en verkeerde techniek kun je een toets doormidden slaan. Er zijn mensen die met hun sleutelbos over het instrument roetsjen. Alleen de gedachte al doet haar huiveren.