Opinie

Bidens troonbestijging als leider van de vrije wereld

President Biden roept komende week democratische landen bijeen voor een speciale top. Dat is vragen om een lawine aan holle frasen, vreest .

Michel Kerres

Voor de Amerikaanse president Joe Biden is de wereld heel overzichtelijk. Hij ziet twee kampen. Het duistere kamp van de autocraten. En de grote familie van democratische staten, met Joe Biden aan het hoofd van de tafel.

Volgende week belegt hij een top van 110 democratische landen. Hij vervult daarmee een verkiezingsbelofte. Nadat president Trump had bedankt voor het leiderschap van de vrije wereld, beloofde Biden dat de VS weer het voortouw zouden nemen. Na de abdicatie van Trump wil Biden weer op de democratische troon plaatsnemen. En wat is er mooier om zo’n troonsbestijging te markeren met een grote bijeenkomst van gelijkgestemden, een mondiale jamboree van democratische scouts?

Er zijn wel een paar horden te nemen. Want wie nodig je uit en wie niet? Oké, Rusland en China niet. Maar wat doe je met landen die in naam een democratie zijn, maar waarvan de leider wel wat bijles mag hebben, denk aan het Brazilië van Bolsonaro? En wat te denken van het gastland? Met de bestorming van het Capitool nog op het netvlies dringt de vraag zich op hoeveel recht van spreken de VS nog hebben als advocaat van de democratie. Je kunt het hoongelach in het Kremlin tot hier horen.

Democratie kalft wereldwijd af, zo blijkt rapport na rapport. Maar of een top dé manier is omdat tegen te gaan? Holle frasen, onvermijdelijk op zo’n bijeenkomst, maken de wereld niet democratischer. Over democratie moet je niet praten, daar moet je vooral aan werken.

De top heeft nog een ander doel: autocraten laten zien dat democraten niet over zich laten lopen. Daar kun je moeilijk tegen zijn en van het hoongelach in Moskou hoef je je niets aan te trekken. Maar als je de wereld ziet als een gevecht tussen democratie en autocratie is ook de vraag hoever je bereid bent te gaan om democratie te beschermen.

Als je Harry Tseng vraagt waarom de democratisch wereld zich moet bemoeien met zijn Taiwan, dan begint ook hij onmiddellijk over de mondiale strijd tussen democraten en autocraten.

Tseng, staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, was op goodwilltour door Europa om aandacht te vragen voor de snel toenemende dreiging die uitgaat van China. „China wil onze identiteit uitwissen”, zei hij deze week tijdens een tussenstop bij het Haagse Centrum voor Strategische Studies. China ziet Taiwan als afvallige provincie en wil het vroeg of laat inlijven.

De razendsnelle kneveling van de democratische vrijheden in Hongkong heeft aangetoond dat China niet zomaar praatjes verkoopt. Hongkong werd in een handomdraai geroofd uit het democratische nest. De overige bewoners fladderden geschrokken op, maar kwamen niet veel verder dan hees gekrijs. Taiwan is niet Hongkong, maar toch.

Taiwan, zei Tseng, is een democratisch land in een regio die snel minder democratisch wordt. Als Taiwan valt is dat niet alleen een probleem voor Taiwan, onderstreepte hij, maar voor de hele democratische wereld. De vraag is of de democratische wereld dat ook zo ziet.

Volgende week mag Taiwan in elk geval vast aanschuiven bij Biden, tot grote ergernis van China. Daarmee krijgt de top ook een scherp randje. Voor China valt de wereld immers ook in twee kampen uiteen. Landen die Chinese belangen bedreigen en landen die dat niet doen. Bidens jamboree is daarmee ook een expliciet statement in de geopolitieke krachtmeting van dit moment.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.