Spanningen binnen terrorismeteam politie, ‘werkomgeving voelt voor sommige agenten onveilig’

Terrorisme Het belangrijkste politieteam dat belast is met terrorismebestrijding zou te weinig tijd, middelen en mensen hebben om bijvoorbeeld teruggekeerde Syriëgangers in de gaten te houden.

Bij het belangrijkste politieteam dat belast is met terrorismebestrijding wordt niet goed samengewerkt en heerst een ‘cultuur van eilandjes-denken en eigenbelang’, blijkt uit een onderzoek van Inspectie Justitie en Veiligheid.
Bij het belangrijkste politieteam dat belast is met terrorismebestrijding wordt niet goed samengewerkt en heerst een ‘cultuur van eilandjes-denken en eigenbelang’, blijkt uit een onderzoek van Inspectie Justitie en Veiligheid. Foto Robin Utrecht/ANP

Het belangrijkste politieteam dat belast is met terrorismebestrijding slaagt er onvoldoende in radicale netwerken in beeld te krijgen. Ook zijn er binnen het team zoveel spanningen en conflicten dat de werkomgeving voor sommige politieagenten onveilig voelt. Dat concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid in een onderzoek naar het zogeheten ‘CTER-team’ van de landelijke politie-eenheid.

De inspectie startte het onderzoek eerder dit jaar naar aanleiding van signalen van politiemensen dat het team niet goed zou functioneren. De afdeling zou te weinig tijd, middelen en mensen hebben om bijvoorbeeld teruggekeerde Syriëgangers in de gaten te houden.

Lees ook: Op de valreep zijn IS-ganger Ilham B. en haar kinderen door Nederland uit Syrië gehaald

Het inspectieonderzoek bevestigt dat er veel problemen spelen binnen de afdeling. Er wordt niet goed samengewerkt en er heerst een „cultuur van eilandjes-denken en eigenbelang”. Ook is er binnen de terrorismepolitie grote verdeeldheid over de eigen rol en taak. Het team komt wél adequaat in actie tegen verdachten die bezig zijn met het voorbereiden van aanslagen, maar er is veel minder aandacht voor het in de gaten houden van terroristische netwerken en mensen of groepen die aan het radicaliseren zijn. Volgens geïnterviewde agenten werd er door het team tot voor kort „nauwelijks” geïnvesteerd in onderzoek naar extremisme en radicalisering. De inspectie vindt dat het politieteam hier „meer aandacht” aan moet besteden en de eigen taakopvatting beter moet uitwerken.

‘Zorgwekkend’

Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond, noemt de bevindingen „zorgwekkend”. De bond heeft de klokkenluiders binnen het CTER-team in contact met de inspectie gebracht, wat de aanleiding vormde voor het onderzoek. „Ik vind het vooral kwalijk waarom mensen eerst naar de politiebonden moeten lopen om dit boven water te krijgen. Waarom is de politie hier zelf niet mee gekomen? We hebben het hier wel over de staatsveiligheid.”

Het CTER-team valt onder de Landelijke Eenheid van de politie, waar al langer problemen spelen. Vorige maand verscheen nog een rapport over een ander onderdeel van deze eenheid, die van undercoveragenten, waar veel mis bleek te zijn. Ook bij diverse andere onderdelen spelen problemen. Twee leidinggevenden hebben inmiddels een andere functie gekregen.

Lees ook: Rapport: te weinig aandacht voor mentale welzijn undercoveragenten