Schuldige stenen in een chique straat

Beethovenstraat Vanuit de ‘Brede Jodenstraat’ werden 18.000 Joden op transport gesteld. Nu is er een biografie van de deftige winkelstraat in Amsterdam-Zuid.

Melkdistributie in de Beethovenstraat, 19 februari 1942, op de kruising met de Euterpestraat.
Melkdistributie in de Beethovenstraat, 19 februari 1942, op de kruising met de Euterpestraat. Foto Alphons Hustinx / ANP

In de Beethovenstraat is het altijd mooi licht, zeggen Amsterdammers. Onderzoeksjournalist Frank van Kolfschooten kan het weten, want hij woont er. Gefascineerd als hij raakte door de veelbewogen geschiedenis van de chique winkelstraat tijdens de Tweede Wereldoorlog, schreef hij in 1997 het boekje De Koningin van Plan Zuid. Later werkte hij dat uit tot de serieuze biografie De Beethovenstraat, waarvan nu een nieuwe, met 63 bladzijden uitgebreide en geïllustreerde editie is verschenen.

De Beethovenstraat in 1931, met het nog ongebouwde blok op nrs. 3-9. Foto Stadsarchief Amsterdam

„In de loop der jaren heb ik tal van nieuwe verhalen ontdekt die de moeite waard zijn”, zegt de auteur midden op brug 417, waar onze straatwandeling begint. „Veel heb ik daarbij gehad aan de Atlas van een bezette stad. Amsterdam 1940-1945 van Bianca Stigter. En nog altijd blijven de nieuwe verhalen komen. Ik heb er alweer twee ontdekt die niet in deze nieuwe editie van mijn boek staan. Het ene gaat over een Duits-Joodse verzetsstrijdster die in Auschwitz is vermoord, het andere over een Joodse vrouw die uit Westerbork is ontsnapt en de oorlog heeft overleefd. Al die verhalen blijken min of meer met elkaar verknoopt.”

Een bloemenstalletje ter hoogte van nrs. 27-23, gezien naar de Apollolaan. Foto Stadsarchief Amsterdam

De Beethovenstraat werd eind jaren 20 van de vorige eeuw gebouwd in een nieuw deel van Amsterdam-Zuid, met grote woningen bestemd voor de gegoede middenklasse. In de jaren 30 streken veel Nederlandse Joden en Duits-Joodse vluchtelingen in de buurt neer. Daardoor kreeg de straat algauw de bijnaam ‘Brede Jodenstraat’. Aan het begin van de Duitse bezetting was 37 procent van de buurtbevolking Joods. Het is dan ook niet zo vreemd dat de buurt het centrum van de Jodenvervolging werd. Zo zetelden in een zijstraat het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst in een schoolgebouw en huisde op het plein ertegenover de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung, de organisatie die via ‘Tramhalte Beethovenstraat’ 18.000 Amsterdamse Joden op transport naar de vernietigingskampen zou stellen.

Naarmate we verder de straat inlopen, dient die gruwelijke geschiedenis zich achter ‘schuldige stenen’ aan. Goed, fout en alles wat ertussen ligt. Op huisnummer 97-2 hoog woonde bijvoorbeeld Reinhard Mumm, een Duitse zakenman die in 1940 Verwalter (een door de bezetter aangestelde beheerder) werd van Joodse bedrijven, zoals Perzische tapijthandel Perez. „Ik ontdekte zijn naam in de Britse Nationale Archieven, waar hij een Duitse spion werd genoemd. Voor de Duitse organisatie ‘Heim in Holland’ richtte hij huizen in voor Duitse ambtenaren die in Nederland kwamen werken. Door zijn internationale contacten in Brussel, Parijs en Marseille wilden de nazi’s hem inzetten als spion. Veel kwam er niet van terecht, hij was er niet geschikt voor.

Na afloop van de oorlog ging hij er met een miljoenenvermogen aan Perzische tapijten en juwelen vandoor. In 1947 ensceneerde hij zijn overlijden en vluchtte hij, zoals zoveel hoge nazi’s, naar Zuid-Amerika. Uiteindelijk bleek hij in Paraguay te zitten, waar hij in 1954 berooid is gestorven. Ik heb zijn bastaardzoon opgespoord en die bleek over talrijke brieven van zijn vader te beschikken, waaruit ik dat verhaal kon reconstrueren.”

De Beethovenstraat kort na de oorlog, gezien vanaf de Apollolaan. Foto Stadsarchief Amsterdam

Dagelijks langs vroegere huis

Er schuin tegenover, op nummer 118, woonde het gezin van de Surinaams-Joodse tandarts Hans de la Parra, wiens verhaal ook een nieuwe ontdekking is van Frank van Kolfschooten. „Hans en zijn beide dochters overleefden de kampen niet. Maar zijn vrouw Enny keerde terug en ging een eindje verderop in de Beethovenstraat wonen en hertrouwde met een andere overlevende. Uiteindelijk kon ze het niet aan dagelijks langs haar vroegere huis te lopen en emigreerde ze naar de VS.”

Etalage van een slagerij in de Beethovenstraat, mei 1941. Foto Stadsarchief Amsterdam

De schuldige stenen volgen elkaar op. In het pand van de huidige geurwinkel Atelier Rebul op huisnummer 62 zat aan het begin van de oorlog de radiowinkel van de NSB’er Egbert Ellemers. Toen de radiohandel in 1942 stagneerde, sloot Ellemers zijn winkel. Op dit verhaal stuitte Van Kolfschooten toevallig. „Na de eerste editie van mijn boek werd ik opgebeld door een man, die me bedankte en vroeg of ik met opzet niet over zijn vader had geschreven. Die vader bleek Ellemers te zijn. Na het opdoeken van zijn winkel was hij bij de Duitse roofbank Lippmann-Rosenthal gaan werken, later was hij ook als Jodenjager actief. Na de oorlog werd hij als een van de weinige collaborateurs ter dood veroordeeld. Uiteindelijk kreeg hij levenslang en werd hij in 1959 vrijgelaten.”

In het winkelpand van Ellemers trok daarna het modehuis van Annie Kennedy, die een Turks-Joodse vriend had, Perzische tapijtenhandelaar Albert Hattem. „Turkse Joden werden aanvankelijk door de Duitsers ontzien, omdat Duitsland niet met Turkije in oorlog was. Toen die bescherming in 1943 wegviel, is Albert met zes andere Turkse Joden – vier familieleden en twee vrienden – in de winkel ondergedoken. Overdag werkten ze in het atelier achterin de winkel, ’s nachts sliepen ze in de uitgegraven kelder, bereikbaar via een verborgen luik. Er kwam zelfs gezinsuitbreiding: Alberts zus beviel in december 1943 van een dochter, en in juli 1944 kreeg Annie een kind van Albert.”

Een belangrijk nieuw element in Van Kolfschootens boek is het verhaal van hoe Joden er tijdens de bezetting voor probeerden te zorgen dat ze niet meer als Joods geregistreerd stonden. „Ze deden dat door hun stamboom te vervalsen, of zoals boekhandelaar Ben Jessurun Lobo door met bewijs te komen dat hij een kind was van de niet-Joodse eerste echtgenoot van zijn moeder.

„Op huisnummer 19-2 hoog woonde de keramist Bert Nienhuis, die met een Portugees-Joodse vrouw was getrouwd en zich aanvankelijk met succes inspande om Portugese Joden tot niet-Joden verklaard te krijgen. Toch heeft een groot deel van de 4.500 Portugese Joden in Amsterdam de oorlog niet overleefd.”

Beethovenstraat, oktober 1974. Foto Stadsarchief Amsterdam

De biografie van de straat loopt tot aan het heden. En tot in het nieuwe, na de oorlog gebouwde deel. Je komt er via brug 417. Van Kolfschooten: „Binnenkort heet deze brug de Joep Langebrug, naar de beroemde aidsonderzoeker die in 2014 omkwam bij de ramp met de MH17. Ook hij woonde in de straat. Dagelijks liep hij met zijn hond over deze brug naar het Beatrixpark.”

Frank van Kolfschooten: De Beethovenstraat. Een biografie. De Kring, 288 blz. € 22,50.
Lees ook: In elke Amsterdamse straat huisde de oorlog

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.