Schadevergoeding voor kunsthandel Buunk wegens niet doorgaan verkoop

Kunstmarkt Kunstverkoper moet kunsthandel aan wie hij schilderij verkocht maar niet leverde schadevergoeding betalen. Dat oordeelde de rechtbank Zutphen woensdag.

Jan Altink, ‘De Hooiers’ (1925)
Jan Altink, ‘De Hooiers’ (1925) Foto janaltink.nl

Kunsthandel Simonis & Buunk in Ede heeft recht op een schadevergoeding wegens gederfde inkomsten van 46.700 euro. Dat heeft de rechtbank Zutphen woensdag bepaald in een door de kunsthandel aangespannen bodemprocedure tegen de verkoper en de koper van een schilderij van Jan Altink, de bekende schilder van het Groninger kunstcollectief De Ploeg.

De verkoper van het schilderij, de Australische Nederlander Daan van Seventer, moet de vergoeding betalen. Hij had volgens het vonnis een op een veilingsite gesloten koopovereenkomst met Simonis & Buunk moeten nakomen. Dat deed Van Seventer niet omdat naar zijn overtuiging de kunsthandel een andere kandidaatkoper met een lage taxatie voor het schilderij op het verkeerde been zette. Hij verkocht het schilderij daarom aan die andere geïnteresseerde, voor 30.000 euro.

Volgens de rechtbank is van bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling door Simonis & Buunk echter geen sprake. De opgelegde schadevergoeding baseerde de rechtbank op een door de kunsthandel ingebrachte waardebepaling van het schilderij.

De kwestie kwam de afgelopen maanden breed in het nieuws. In augustus besteedde het SBS-programma Undercover in Nederland aandacht aan de zaak. Een maand later publiceerde NRC diverse artikelen over de kwestie. Wat vooral de aandacht trok was het verzet van Simonis & Buunk tegen behandeling van klachten ingediend bij de tuchtcolleges van twee brancheorganisaties waarbij de kunsthandel was aangesloten. Kan een beëdigd taxateur tegelijk taxateur én beoogd koper zijn van een schilderij, dat wilde een van de klagers graag weten.

Lees ook: Nationale Politie bezorgd over integriteit kunsthandel

Intimidatie

Met hulp van advocaten verzette directeur Frank Buunk zich tegen de arbitragezaken. Hij wilde voorkomen, zei hij in gesprek met NRC, dat oordelen van tuchtrechters een rol zouden spelen in door hem aangespannen juridische procedures tegen de klagers. Toen het tuchtcollege van de Federatie TMV, een organisatie van taxateurs, de klachten tegen Simonis & Buunk ontvankelijk verklaarde, stelde Buunk de vijf tuchtrechters bij een negatief oordeel „persoonlijk aansprakelijkstellingen” in het vooruitzicht. Het tuchtcollege trok zich daarop terug. Volgens de rechters had Buunk „door middel van intimidatie en morele chantage de procesgang” verstoord en zo de rechters van het tuchtcollege geprobeerd te beïnvloeden.

Dertien maanden nadat de klachten tegen Buunk werden ingediend heeft een nieuw tuchtcollege van de TMV afgelopen maandag de klachten alsnog behandeld. De uitspraak laat nog minstens zes weken op zich wachten. De andere brancheorganisatie heeft in januari een zittingsdatum gepland.

De advocaat van Simonis & Buunk, Gert de Gelder, zegt dat zijn cliënt „uiterst tevreden” is met het vonnis van de Rechtbank Zutphen. Daan van Seventer gaat in hoger beroep, zegt zijn advocaat, Willem van der Meer de Walcheren. „Dat de rechter van oordeel is dat het schilderij niet aan Buunk behoeft te worden afgegeven stemt tot tevredenheid, de aan mijn cliënt opgelegde vergoeding van schade tot grote ontevredenheid.”